Vragen over de maat­schap­pe­lijke verbreding van het bestuur van de fauna­be­heer­eenheid


Indiendatum: feb. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de maatschappelijke verbreding van het bestuur van de faunabeheereenheid.


Geacht college,

De veranderingen binnen de faunabeheereenheden die voortvloeien uit de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

In de Kamerbrief betreffende de inwerkingtreding Wet natuurbescherming van 21 oktober 2016 schrijft Staatssecretaris Van Dam (EZ) het volgende:

"De afronding van het traject van de vaststelling en goedkeuring van de door de faunabeheereenheden ‘nieuwe stijl’ op te stellen faunabeheerplannen – die, anders dan thans het geval is, niet alleen betrekking zullen hebben op populatiebeheer, maar ook op schadebestrijding en jacht – zal kunnen plaatsvinden zodra de Wet natuurbescherming, de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving en de provinciale verordeningen die ter zake regels stellen in werking zijn getreden.

In overleg met de provincies is de periode waarbinnen deze afronding moet plaatsvinden zeer beperkt gehouden: dat traject moet op 1 maart 2017 zijn afgerond. Alle overige regels, dus ook alle regels die strekken tot het realiseren van een maatschappelijk beter ingebedde, meer transparante praktijk met betrekking tot het afschot van dieren, zoals de maatschappelijke verbreding van het bestuur van de faunabeheereenheid, treden op 1 januari 2017 in werking."

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Natuurbescherming in de Eerste Kamer op 8 december 2015, sprak staatssecretaris Van Dam over "een majeure verandering waar het de jacht betreft dat maatschappelijke organisaties die ten doel hebben de natuur en de dieren te beschermen meebeslissen over de jacht op ook die vijf soorten."

Het FBE-bestuur heeft de volgende maatschappelijke organisaties, die op dit moment nog niet deelnemen aan het bestuur, uitgenodigd voor een gesprek over eventuele toekomstige toetreding: Stichting De Faunabescherming, de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren en Stichting Brabantse Milieufederatie.

1. Wat is de voortgang van de maatschappelijke verbreding van het bestuur van de faunabeheereenheid?

2. Het faunabeheerplan moet worden opgesteld door de FBE-nieuwe-stijl. Worden de maatschappelijke organisaties in de gelegenheid gesteld om input te leveren in het nieuw vast te stellen faunabeheerplan?

3. Indien nee, hoe borgt de FBE dat de standpunten van de aan het bestuur toegevoegde maatschappelijke organisaties, die ten doel hebben de natuur en de dieren te beschermen, in het nieuwe faunabeheerplan staan, wanneer de faunabeheerplannen al zouden zijn aangeleverd ter goedkeuring door uw college?

4. Bent u van mening dat het bestuur van de FBE in huidige vorm (zonder (een deel van) de drie in de inleiding genoemde organisaties) al voldoet aan de nieuwe regels die strekken tot een maatschappelijk beter ingebedde, meer transparante praktijk met betrekking tot het afschot van dieren? Zo nee, waarom niet?

5. Indien ja bij vraag 4, welke concrete maatregelen nemen de leden van het huidige bestuur van de faunabeheereenheid momenteel tot de bescherming van natuur en dieren, zoals staatssecretaris Van Dam noemde tijdens de behandeling van wetsvoorstel Natuurbescherming in de Eerste Kamer op 8 december 2015?

6. Indien ja bij vraag 4, op welke wijze gaat de huidige samenstelling van het bestuur van de FBE ná 1 maart 2017 zorgen voor een beter ingebedde, meer transparante praktijk met betrekking tot het afschot van dieren, zoals de Staatssecretaris bedoelt in het licht van artikel 3.12, tweede lid Wet natuurbescherming, dan vóór 1 maart 2017? Waarin zal deze praktijk verschillen t.o.v. vóór 1 maart?"

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski,
Partij voor de Dieren

Indiendatum: feb. 2017
Antwoorddatum: 10 feb. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Wat is de voortgang van de maatschappelijke verbreding van het bestuur van de faunabeheereenheid?

Antwoord:
Zoals wij bij onze brief van 6 december 2016 (kenmerk C2199346/4116220) op uw vragen hebben geantwoord, heeft de Faunabeheereenheid Noord-Brabant (hierna: FBE) de volgende maatschappelijke organisaties, die op dit moment niet deelnemen aan het bestuur, uitgenodigd voor een gesprek over eventuele toekomstige toetreding: Stichting De Faunabescherming, de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren en Stichting Brabantse Milieufederatie.
Sinds de beantwoording van de genoemde vragen heeft de FBE overleg gevoerd met de Dierenbescherming, Staatsbosbeheer en de Noord-Brabantse Waterschapsbond. De Faunabescherming heeft niet gereageerd op het verzoek van de FBE om telefonisch contact. De Brabantse Milieufederatie heeft aan de FBE aangegeven op dit moment geen personele mogelijkheden te hebben voor eventuele toetreding.
Woensdag 8 februari jl. heeft het bestuur van de FBE een voorgenomen besluit genomen inhoudende het huidige bestuur uit te breiden met de Dierenbescherming, Staatsbosbeheer en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer en daarnaast de Noord-Brabantse Waterschapsbond een adviesrol te geven. Dit voorgenomen besluit is onder het voorbehoud dat alle partijen instemmen met het nog vast te stellen bestuursreglement van de FBE. De uitbreiding wordt daarna geëffectueerd en vastgelegd in de statuten. Het definitieve besluit hierover zal de FBE naar verwachting in haar bestuursvergadering van 8 maart 2017 nemen.


2. Het faunabeheerplan moet worden opgesteld door de FBE-nieuwe-stijl. Worden de maatschappelijke organisaties in de gelegenheid gesteld om input te leveren in het nieuw vast te stellen faunabeheerplan?

Antwoord:
Ja, naar verwachting zal de FBE een definitief besluit nemen over de bestuurssamenstelling voordat het bestuur het nieuwe Faunabeheerplan 2017- 2023 vaststelt. Dit betekent dat, onder voorbehoud dat alle partijen instemmen met het bestuursreglement, de genoemde maatschappelijk organisaties betrokken zullen worden bij de totstandkoming van het nieuwe Faunabeheerplan 2017-2023.


3. Indien nee, hoe borgt de FBE dat de standpunten van de aan het bestuur toegevoegde maatschappelijke organisaties, die ten doel hebben de natuur en de dieren te beschermen, in het nieuwe faunabeheerplan staan, wanneer de faunabeheerplannen al zouden zijn aangeleverd ter goedkeuring door uw college?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 2.


4. Bent u van mening dat het bestuur van de FBE in huidige vorm (zonder (een deel van) de drie in de inleiding genoemde organisaties) al voldoet aan de nieuwe regels die strekken tot een maatschappelijk beter ingebedde, meer transparante praktijk met betrekking tot het afschot van dieren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, hiervoor verwijzen wij naar onze antwoordbrief d.d. 6 december (kenmerk C2199346/4116220). Zie ons antwoord op vraag 8 waarin wij, samengevat, hebben geantwoord dat in het huidige bestuur van de FBE reeds maatschappelijke organisaties als bedoeld in artikel 3.12, tweede lid, van de Wet natuurbescherming vertegenwoordigd zijn.


5. Indien ja bij vraag 4, welke concrete maatregelen nemen de leden van het huidige bestuur van de faunabeheereenheid momenteel tot de bescherming van natuur en dieren, zoals staatssecretaris Van Dam noemde tijdens de behandeling van wetsvoorstel Natuurbescherming in de Eerste Kamer op 8 december 2015?

Antwoord:
De bescherming van dieren is verankerd in de Wet natuurbescherming. Binnen deze wettelijke context hebben Provinciale Staten in december 2016 de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant vastgesteld, stellen GS de Nota Faunabeheer vast en stelt de FBE het nieuwe Faunabeheerplan 2017-2023 vast. De bestuursleden van de FBE nemen geen concrete maatregelen, maar voeren hun bestuurstaken uit binnen deze kaders.


6. Indien ja bij vraag 4, op welke wijze gaat de huidige samenstelling van het bestuur van de FBE ná 1 maart 2017 zorgen voor een beter ingebedde, meer transparante praktijk met betrekking tot het afschot van dieren, zoals de Staatssecretaris bedoelt in het licht van artikel 3.12, tweede lid Wet natuurbescherming, dan vóór 1 maart 2017? Waarin zal deze praktijk verschillen t.o.v. vóór 1 maart?"

Antwoord:
De FBE voert haar taken op een transparante wijze uit, ook in de huidige samenstelling. Door toetreding van meer maatschappelijke organisaties tot het bestuur verwachten wij dat binnen het bestuur een bredere discussie zal plaatsvinden over de uit te voeren taken door de FBE. Of en in hoeverre hier sprake van zijn, zal in de toekomst blijken.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger