Vragen over de punc­tu­a­liteit van treinen op Brabantse stations die in vergelijk met de rest van Nederland opvallend laag is


Geacht college,

In het kader van de klimaatcrisis is het van groot belang dat we autoverkeer vervangen door openbaar vervoer, waar de trein onderdeel van uitmaakt. Voor het slagen van de transitie van autogebruik naar OV-gebruik, is naar ons idee de betrouwbaarheid van het treinvervoer een belangrijke voorwaarde. Hoe meer je er op kan rekenen je bestemming met het OV op tijd te bereiken, hoe meer het OV een waardig alternatief voor de auto is.

Een in eerste instantie kleine treinvertraging van enkele minuten kan zorgen voor een gemiste overstap op trein of bus, met een grotere vertraging tot gevolg. Punctualiteit op de treinstations is daarom van serieus belang voor de aantrekkelijkheid van het volledige OV-netwerk.

In de punctualiteitsrangorde van 393 Nederlandse treinstations staat het hoogst geplaatste Brabantse station pas op plaats 206. In de bovenste helft van de Nederlandse stations staat dus geen enkel Brabants station. Stations in Tilburg en Breda staan in de onderste tien noteringen op de ranglijst, met Breda op de een-na-laatste plek.

De betrouwbaarheid van het treinvervoer in Brabant is ondermaats, en als oorzaak hiervan wordt o.m. de krapte op het Brabantse spoor opgegeven. Deze krapte wordt ook aangehaald in de Brabantse OV-visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’: “Daarom willen we een schaalsprong maken. We willen de infrastructuur uitbreiden, zodat treinen vaker kunnen rijden, reizigers korter hoeven te reizen, en er meer rechtstreekse verbindingen zonder overstap zijn.”[3]

Wij hebben hierover de volgende vragen. Daarbij geven we te kennen te weten dat, in tegenstelling tot veel andere provincies, de provincie Brabant geen directe bevoegdheden heeft op het gebied van treinverkeer. Daarentegen kan er wel invloed worden uitgeoefend op het Rijk / het ministerie.

  1. Wat is uw reactie op de opvallend lage punctualiteit op de Brabantse treinstations, in vergelijk met de rest van Nederland?
  2. Op welke wijze wilt u de in de OV-visie genoemde schaalsprong maken?
  3. Welke maatregelen zijn al in werking gezet om de punctualiteit op de Brabantse treinstations te verbeteren?
  4. Welke maatregelen ter bevordering van de punctualiteit op de Brabantse treinstations zijn er verder nog mogelijk? In hoeverre zijn we daarvoor afhankelijk van het Rijk?
  5. Heeft u met het ministerie contact over de achterstand van het Brabantse spoor? Zo ja, wat is er in dit kader besproken?
  6. Tegen welke belemmeringen loopt u aan in het verbeteren van de punctualiteit op de Brabantse treinstations?
  7. Bent u met ons van mening dat capaciteitsvergroting van het Brabantse OV, met name het spoor, meer prioriteit dient te hebben dan capaciteitsvergroting van de Brabantse wegen?


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld en Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren Noord-Brabant