Vragen over de tikkende tijdbom van de handel in stikstof


Indiendatum: 3 jun. 2021

Geacht college,

Vandaag maakt het Algemeen Dagblad bekend dat er per saldo minimale of geen verkochte rechten worden teruggegeven aan de natuur. Van de 26 industriële bedrijven die werden nagetrokken hadden er 15 meer dan 30 procent van de uitstootrechten in hun vergunning niet benut.

Wij zijn ons bewust van het argument dat het verhandelen van stikstofrechten op dit moment een van de weinige wettelijke mogelijkheden is om de economie te laten draaien. Echter aan de voorwaarde dat bij elke transactie 30% van de stikstofruimte moet worden afgeroomd, lijkt niet te worden voldaan.

Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Onderschrijft u de berekeningen van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, BN De Stem, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad, EenVandaag en de Groene Amsterdammer, dat bij veel bedrijven een gedeelte van de aangekochte stikstofruimte niet wordt benut en dat wanneer deze bij een transactie wordt afgeroomd, de depositie van stikstof per saldo niet daalt? Zo ja, binnen welke termijn stopt u met deze handel in stikstof? Zo nee, kunt u aantonen in welke mate de depositie tot nu toe is afgenomen door de afroming van 30% per transactie?

2. In hoeveel gevallen zijn tot nu toe niet benutte stikstofrechten verhandeld en welk percentage was dat van de gehele vergunning? Graag een toelichting op bedrijfsniveau.

3. Is het het doel van de beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant, dat bij elke transactie 30% van de aangekochte stikstofruimte ten goede komt aan de natuur, waarmee per saldo de depositie van stikstof daalt? Zo ja, waaruit blijkt dat dit in de praktijk ook echt gebeurt? Graag onderbouwen met relevante voorbeelden.

Indiendatum: 3 jun. 2021
Antwoorddatum: 29 jun. 2021

Vandaag maakt het Algemeen Dagblad bekend dat er per saldo minimale of geen verkochte rechten worden teruggegeven aan de natuur. Van de 26 industriële bedrijven die werden nagetrokken hadden er 15 meer dan 30 procent van de uitstootrechten in hun vergunning niet benut.

Wij zijn ons bewust van het argument dat het verhandelen van stikstofrechten op dit moment een van de weinige wettelijke mogelijkheden is om de economie te laten draaien. Echter aan de voorwaarde dat bij elke transactie 30% van de stikstofruimte moet worden afgeroomd, lijkt niet te worden voldaan.

Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Onderschrijft u de berekeningen van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, BN De Stem, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad, EenVandaag en de Groene Amsterdammer, dat bij veel bedrijven een gedeelte van de aangekochte stikstofruimte niet wordt benut en dat wanneer deze bij een transactie wordt afgeroomd, de depositie van stikstof per saldo niet daalt? Zo ja, binnen welke termijn stopt u met deze handel in stikstof? Zo nee, kunt u aantonen in welke mate de depositie tot nu toe is afgenomen door de afroming van 30% per transactie?

Antwoord:
Nee, deze berekeningen worden niet onderschreven. Bij extern salderen mag niet al deze ruimte worden ingezet, maar slechts dat gedeelte dat ook daadwerkelijk 'gerealiseerd' is (een vergunde stal of bedrijf moet er wel daadwerkelijk staan). Ten opzichte van de vergunde en vervolgens feitelijk gerealiseerde ruimte wordt nog eens 30% afgeroomd, om te voorkomen dat de totale hoeveelheid stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur toeneemt.
Er zijn overigens tot nu toe geen vergunningen verleend met extern salderen en afroming vindt pas plaats bij de vergunningverlening, niet ten tijde van een transactie. Wel is recentelijk één vergunning verleend met gebruik van verleasen (ten behoeve van N395).


2. In hoeveel gevallen zijn tot nu toe niet benutte stikstofrechten verhandeld en welk percentage was dat van de gehele vergunning? Graag een toelichting op bedrijfsniveau.

Antwoord:
Hoeveel stikstofrechten tot nu toe zijn verhandeld is niet relevant, het gaat om de vergunningverlening. Partijen kunnen rechtstreeks met elkaar tot overeenstemming komen. Als bevoegd gezag komen wij pas in beeld wanneer een saldogever verzoekt om (volledige of gedeeltelijke) intrekking van zijn vergunning en saldo-ontvanger een aanvraag doet voor een natuurtoestemming met behulp van externe saldering.


3. Is het het doel van de beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant, dat bij elke transactie 30% van de aangekochte stikstofruimte ten goede komt aan de natuur, waarmee per saldo de depositie van stikstof daalt? Zo ja, waaruit blijkt dat dit in de praktijk ook echt gebeurt? Graag onderbouwen met relevante voorbeelden.

Antwoord:
Nee, dat is niet het doel. De Beleidsregel natuurbescherming NoordBrabant, gelijk ook met de vergelijkbare beleidsregels van de andere provincies, stelt voorwaarden aan het instrument extern salderen, om te voorkomen dat toestemmingverlening voor nieuwe of gewijzigde initiatieven leidt tot een toename van de stikstofdepositie, en om te borgen dat een algehele daling van stikstofdepositie mogelijk is. Daarom is in de beleidsregel bepaald dat de saldo-ontvanger bij extern salderen 70% van de verkregen stikstofemissie kan benutten. Een van de andere voorwaarden is dat alleen feitelijk gerealiseerde capaciteit mag worden ingezet.