Vragen over de uitbreiding van een melk­vee­hou­de­rij­be­drijf van 150 naar 1344 koeien in Heusden gem Asten


Indiendatum: feb. 2016

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de uitbreiding van een melkveehouderijbedrijf van 150 naar 1344 koeien in Heusden gem Asten.

Geacht college,

In 2015 is het melkquotum losgelaten. Een belangrijke begrenzing op de groei van het aantal melkkoeien is daarmee van de baan. De gemeente Asten heeft een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een melkveehouderij van 150 naar 1344 melkkoeien.

Bij de meest gangbare definitie van een megastal (de Alterra-definitie) is de ondergrens 250 melkkoeien. Op 19 maart 2010 heeft de provincie zich uitgesproken tegen megastallen.

In bijlage 4 van de consultatieversie van de actualisatie van de Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood 2020 (UBA 2020) is te lezen dat het “aandeel ammoniak afkomstig van melkvee stijgt. Dit komt (o.a.) door een stijging van het (vergunde) aantal melkkoeien”. In de UBA 2020 zijn geen concrete plannen opgenomen om deze problematiek het hoofd te bieden.

Bijna twee derde van de totale mestproductie in Brabant was in 2015 afkomstig van koeien. Melkveehouders hebben een belangrijk aandeel in de Brabantse mestproblematiek, en met het wegvallen van het melkquotum is het niet aan te nemen dat dat aandeel kleiner zal worden.

Wij hebben hierover een aantal vragen.

1. Bent u bekend met deze uitbreiding?

2. Welke definitie voor megastal hanteert u?

3. Gaat het bij het bedrijf in Asten volgens u om een megastal? Zo nee, waarom niet?

4. Indien ‘ja’ op vraag 3, kan het bedrijf op een provinciale vergunning rekenen? Zo ja, hoe is dat te verenigen met de in 2010 vastgestelde stop op megastallen en met het mestoverschot in Brabant?

5. Bent u het met ons eens dat een toename van mest en mestoverschot vanuit de melkveehouderij onwenselijk is? Zo nee, waarom niet?

6. Gezien bovenstaande, ziet u de groei in de melkveesector als een zorgelijke ontwikkeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u het nodig om de melkveesector te begrenzen? Zo nee, waarom niet?

7. Gezien bovenstaande, ziet u het invoeren van dierrechten voor koeien in Brabant als een oplossing? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Ir. Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: feb. 2016
Antwoorddatum: 7 mrt. 2016

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Bent u bekend met de uitbreiding van het melkveebedrijf gelegen, aan de Slobeendweg 5 te Asten, van 150 melkkoeien naar 1.344 melkkoeien?

Antwoord: Ja


2. Welke definitie voor megastal hanteert u?

Antwoord: Uw staten hebben in de Verordening ruimte bepaald dat de maximale omvang van het bouwperceel voor veehouderijen 1,5 hectare is. Wij hanteren de term megastallen niet in ons beleid.


3. Gaat het bij het bedrijf in Asten volgens u om een megastal? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Zie het antwoord op vraag 2. Dit bedrijf heeft een bouwblok van 2 ha.


4. Indien ‘ja’ op vraag 3, kan het bedrijf op een provinciale vergunning rekenen? Zo ja, hoe is dat te verenigen met de in 2010 vastgestelde stop op megastallen en met het mestoverschot in Brabant?

Antwoord: Wij hebben recent de aanvraag voor de Natuurbeschermingswetvergunning geweigerd. Hiertegen kan nog bezwaar en beroep worden ingesteld. Zonder Natuurbeschermingswetvergunning mag dit bedrijf niet het gewenste aantal dieren houden.
De gemeente is bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, de gemeente heeft op 4 februari 2016 de omgevingsvergunning in ontwerp afgegeven. De vergunning past binnen de kaders die zijn gesteld in de Verordening ruimte 2014. De beoogde uitbreiding wordt gerealiseerd binnen het vigerende bouwblok van 2 ha.


5. Bent u het met ons eens dat een toename van mest en mestoverschot vanuit de melkveehouderij onwenselijk is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, een toename van het mestoverschot is niet wenselijk. Meer mest leidt tot extra druk op de mestmarkt, waardoor nog meer mest moet worden verwerkt en geëxporteerd.


6. Gezien bovenstaande, ziet u de groei in de melkveesector als een zorgelijke ontwikkeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u het nodig om de melkveesector te begrenzen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, het Rijk deelt deze zorg en heeft in 2015 de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij vastgesteld. Deze stelt eisen aan de uitbreiding van melkveebedrijven om ervoor te zorgen dat de groei verantwoord is in het licht van de Nitraatrichtlijn en borgt dat bedrijven in bepaalde mate grondgebonden blijven. Daarnaast is het Rijk momenteel ook bezig met het opstellen van een wet met betrekking tot fosfaatrechten. Gelet op de kaders zoals vastgelegd in de Vr2014 en het rijksbeleid zien wij op dit moment geen verdere noodzaak om grenzen te stellen.


7. Gezien bovenstaande, ziet u het invoeren van dierrechten voor koeien in Brabant als een oplossing? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, het Rijk heeft hierin voorzien via de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij en de fosfaatrechten voor melkvee.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

voorzitter, secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer