Vragen over de uitbreiding van het terrein van Rodenburg ten behoeve van Side­stream Inno­vation Valley


Indiendatum: apr. 2020

Geacht college,

Het Oosterhoutse bedrijf Rodenburg Biopolymers (hierna: Rodenburg) is voornemens haar activiteiten aan bedrijventerrein Vijf Eiken uit te breiden voor de ontwikkeling van Sidestream Innovation Valley. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Is het juist dat de uitbreiding van het terrein van Rodenburg, met doorgang van de huidige plannen, zeer dicht tegen het natuurgebied de Duiventoren en het Blik aan komt te liggen?

Op 28 september 2018 hebben Provinciale Staten tijdens de vaststelling van het Provinciaal Inpassingsplan N629 Oosterhout-Donge een motie aangenomen om de realisatie van de N629 aan te grijpen om het Natuurnetwerk Brabant ter plaatse uit te breiden en daarmee het netwerk als totaal te versterken.

2. Op welke wijze is aan de genoemde motie uitvoering gegeven en op welke wijze is het natuurnetwerk ter plaatse uitgebreid en het natuurnetwerk als totaal versterkt?

3. Bent u met ons van mening dat het uitbreidingsplan van Rodenburg, juist het tegenovergestelde tot gevolg heeft en een bedreiging vormt voor het robuuste natuurnetwerk NNB? Zo nee, waarom niet?

Op 26 februari 2020 heeft de Partij voor de Dieren technische vragen gesteld over de plannen voor uitbreiding van Rodenburg. Een van de vragen was of het nabijgelegen natuurgebied de Duiventoren aan de orde is geweest tijdens de voorbereidende gesprekken met de gemeente. Het antwoord was dat de Duiventoren onderwerp van gesprek is geweest in het kader van NNB-compensatie en kwaliteitsverbetering landschap: ‘’Daarbij hebben we gelet op de ligging van het plangebied – nabij het natuurgebied De Duiventoren – als provincie gesteld dat het op een robuust, ecologische wijze ingepast moet worden.’’

4. Kunt u de, naar uw zeggen op robuust, ecologische wijze van inpassing van het plangebied aan ons toelichten? Zo nee, waarom niet? En hoe kan het bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding worden goedgekeurd zonder een uitgewerkt plan voor NNB-compensatie en ecologisch verantwoorde inpassing?

5 .Bent u met ons van mening dat het uitbreidingsplan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap aldaar doordat er met doorgang van het plan geen landschappelijke scheiding meer is tussen industrie en natuur, en zodoende het provinciaal belang van een goede landschapskwaliteit schaadt? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u met ons van mening dat er, als dit plan doorgang vindt, daar een precedentwerking van uit gaat en dit de deur opent voor andere initiatiefnemers die ook hun terreinen willen uitbreiden tot vlak aan de grens van natuurgebieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen?

7. Bent u bereid om, ter bescherming van het provinciaal belang, te weten een robuust NNB, er bij de gemeente Oosterhout en Rodenburg op aan te dringen deze ontwikkeling op een andere locatie in de regio te laten plaatsvinden die meer geschikt is voor chemische industrie zoals het Havenschap Moerdijk? Zo nee, waarom niet?

Voor de geplande ontsluiting dient (volgens de op het moment van schrijven voorhanden informatie) een strook bos te worden gekapt dat als NNB is aangewezen. Er wordt hier uitgegaan van een ruimtebeslag van ca. 1500 m2.

8. Bent u met ons eens dat met de kap van de bomen het Natuur Netwerk Brabant wordt aangetast? Zo nee, waarom niet?

9. Waar zal de herplant van de gekapte bomen (de compensatie) plaats vinden?

10. Is onderzoek gedaan naar de aanwezige (vogel)soorten en boomsoorten in deze strook bos? Zo ja, wat zijn de resultaten van het onderzoek? Zo nee, waarom niet?

11. Bent u met ons eens dat de kap van de bomen tegen het provinciale beleid is, te weten het behoud van bomen, en tegen de afspraak om de N629 aan te grijpen om het Natuurnetwerk Brabant ter plaatse uit te breiden en daarmee het netwerk als totaal te versterken?

Op basis van de uitkomsten van een quick scan is in het najaar van 2018 nader onderzoek uitgevoerd naar de das. Op 10 oktober 2018 zijn twee cameravallen geplaatst in het plangebied bij een burcht waarvan niet kon worden uitgesloten dat deze door de das gebruikt werd. De camera’s hebben 4 weken gestaan, waarna de beelden zijn beoordeeld.

12. Zijn er dassen waargenomen in het gebied? Zo ja, graag een toelichting.

13. Zo ja, gaat er volgens dit onderzoek een aantasting van leefgebied van dassen plaatsvinden, en hoe wordt dit voorkomen?

14. Op welke wijze is berekend dat een extra chemische fabriek op het terrein van Rodenburg geen extra uitstoot tot gevolg heeft? Valt de (extra) uitstoot binnen de contouren van de bestaande vergunning?

15. Door de ontwikkeling van Rodenburg zullen op een gemiddelde werkdag 1723 motorvoertuigen per etmaal worden gegenereerd. Een groot deel hiervan bestaat uit vrachtverkeer. Momenteel ligt dit aantal op 1296. Hoeveel extra uitstoot van CO2 en NOx heeft dit tot gevolg?

16. Op welke tijden vinden deze verkeersbewegingen nu plaats, en op welke tijden zullen de verkeersbewegingen plaats vinden met doorgang van de voorliggende plannen?

17. Is onderzocht welke effecten deze toename van verkeer heeft (uitstoot, geluid en licht) op de flora en fauna in het gebied en met name op de gebieden de Duiventoren en het Blik? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, waarom niet?

18. Bent u met ons eens dat de NOx uitstoot en de depositie daarvan negatieve effecten heeft op de omliggende natuur? Zo nee, waarom niet?

19. Is het gehele plangebied in het bezit van Rodenburg? Zo nee, in wiens bezit is de (resterende) grond van het plangebied op het moment?

20. Bent u met ons van mening dat met de uitbreiding van het terrein van Rodenburg geen juiste invulling wordt gegeven aan het principe van zuinig ruimtegebruik zoals vastgelegd in provinciaal beleid, te weten het aansluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte? Zo ja, welke actie gaat u hierop ondernemen? Zo nee, graag een toelichting.


Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.

Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 21 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Is het juist dat de uitbreiding van het terrein van Rodenburg, met doorgang van de huidige plannen, zeer dicht tegen het natuurgebied de Duiventoren en het Blik aan komt te liggen?

Antwoord:
Ja. Het plangebied grenst rechtstreeks aan natuurgebied De Duiventoren (plangebied ligt ten noorden hiervan). De afstand tussen het plangebied en natuurgebied Het Blik is ongeveer 400 tot 500 meter.


2. Op 28 september 2018 hebben Provinciale Staten tijdens de vaststelling van het Provinciaal Inpassingsplan N629 Oosterhout-Donge een motie aangenomen om de realisatie van de N629 aan te grijpen om het Natuurnetwerk Brabant ter plaatse uit te breiden en daarmee het netwerk als totaal te versterken. Op welke wijze is aan de genoemde motie uitvoering gegeven en op welke wijze is het natuurnetwerk ter plaatse uitgebreid en het natuurnetwerk als totaal versterkt?

Antwoord:
Direct na de aangenomen motie (M8, 28 september 2018) is gezocht naar gebieden/gronden die een ecologische meerwaarde hebben en daarmee het totale Natuur Netwerk Brabant (NNB) versterken. Dit heeft geleid tot een ambitie van in totaal 8 hectare nieuwe NNB, gelegen tussen de nieuwe N629 en bestaande NNB, die nu in gebruik is als landbouwgrond.
In verband met de haalbaarheid van de besluitvorming over de herbegrenzing van het NNB, is intern ambtelijk beoordeeld dat deze gebieden een ecologische toevoeging zijn en het NNB versterkt (waartoe deze motie ook oproept).
Inmiddels is ongeveer de helft van de benodigde 8 hectare grond verworven en zijn er gesprekken met beoogde beheerders. Lopende de grondverwerving achten we het niet wenselijk een kaart te verspreiden waarop de ambitie is weergegeven. Wij zullen Provinciale Staten nader informeren over de voortgang (van de moties) van de N629 Dongen Oosterhout zodra de Raad van State een uitspraak heeft gedaan over de ingediende beroepen op het PIP.


3. Bent u met ons van mening dat het uitbreidingsplan van Rodenburg, juist het tegenovergestelde tot gevolg heeft en een bedreiging vormt voor het robuuste natuurnetwerk NNB? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, dat zijn we niet met u eens. Voor deze ontwikkeling is een robuuste versterking van het NNB als voorwaarde gesteld. En dat gebeurt door versterking van de structuur en de kwaliteit van het netwerk. Binnen het plangebied wordt dit ingevuld met de realisatie van een ecologische stapsteen langs het Wilhelminakanaal van circa 1,5 hectare. Dit in aanvulling op- en versterking van twee ecologische stapstenen die vanuit de natuurcompensatieopgave ‘aanleg N629’ ten noorden van het Wilhelminakanaal worden aangelegd. Deze twee stapstenen liggen ongeveer 800 meter uit elkaar, wat vanuit ecologisch oogpunt een relatief grote afstand is. De locatie van de stapsteen gelegen in het plangebied van Rodenburg, ligt precies halverwege deze twee stapstenen, waardoor de Ecologische Verbindingszone (EVZ) conform ecologische richtlijnen kan worden vormgegeven (300-400 meter afstand tussen stapstenen).
Daarnaast dient er, ten behoeve van de natuurcompensatieopgave voor deze ontwikkeling, nog 2,3 hectare ofwel fysiek ofwel financieel gecompenseerd te worden.
In het kader van kwaliteitsverbetering landschap (art. 3.9 Interim omgevingsverordening) wordt ca. 1,5 ha. fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit gerealiseerd, waaronder een groenstrook tussen het bestaand NNB en het bedrijventerrein. Er is gekozen voor opgaand struweel met enkele bomen in kruidenrijk grasland. Het voorontwerp-bestemmingsplan geeft hierbij aan dat struweel enerzijds aantrekkelijk is voor vogels en insecten en anderzijds zorgt voor tegengaan van lichtinval in het zuidelijker gelegen NNB. Daarnaast zullen kruiden in de rand zorgen voor extra waardevol biotoop voor diverse soorten.
De uitvoering van zowel de compensatieplicht als de kwaliteitsverbetering van het landschap (zullen moeten) worden geborgd in het bestemmingsplan (cf. art. 3.23 lid 2 en 3.9 lid 2 Interim omgevingsverordening).


4. Kunt u de, naar uw zeggen op robuust, ecologische wijze van inpassing van het plangebied aan ons toelichten? Zo nee, waarom niet? En hoe kan het bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding worden goedgekeurd zonder een uitgewerkt plan voor NNB-compensatie en ecologisch verantwoorde inpassing?

Antwoord:
Ja, zie beantwoording bij vraag 3.
Op dit moment ligt het voorontwerp-bestemmingsplan ter inzage voor inspraak. Ook is het plan aan ons toegestuurd voor vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. In dit kader zullen wij beoordelen of op een correcte wijze is omgegaan met NNB-compensatie en kwaliteitsverbetering landschap. Eventuele opmerkingen zullen verwerkt moeten worden in het ontwerp-bestemmingsplan. Bij de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan dient het verzoek om herbegrenzing en natuurcompensatievoorstel gelijktijdig ter inzage worden gelegd. Het vastgestelde bestemmingsplan dient uiteindelijk een uitgewerkt natuurcompensatieplan te bevatten.


5. Bent u met ons van mening dat het uitbreidingsplan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap aldaar doordat er met doorgang van het plan geen landschappelijke scheiding meer is tussen industrie en natuur, en zodoende het provinciaal belang van een goede landschapskwaliteit schaadt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, de landschappelijke buffer tussen bedrijventerrein Vijf Eiken en het Natuurnetwerk wordt wel kleiner, maar de scheiding krijgt een ecologische impuls. Naast de in het plangebied te realiseren stapsteen (ca. 1,5 ha.) behelst dit ca. 1,5 ha. fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit o.a. door realisatie van een groenstrook over de volledige lengte van het plangebied en aansluitend op de ecologische stapsteen. De groenstrook wordt ingericht en beheerd, waardoor de bosrand van het NNB ecologisch waardevoller zal worden.


6. Bent u met ons van mening dat er, als dit plan doorgang vindt, daar een precedentwerking van uit gaat en dit de deur opent voor andere initiatiefnemers die ook hun terreinen willen uitbreiden tot vlak aan de grens van natuurgebieden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen?

Antwoord:
Nee, voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn gemeenten gehouden aan daarvoor geldende wet- en regelgeving, waaronder de Interim omgevingsverordening.
De gemeente Oosterhout heeft gehandeld conform de werkwijze zoals die regionaal is vastgelegd. Tijdens de Ontwikkeldagen van de regio’s West- en Midden-Brabant is de ontwikkeling op hoofdlijnen afgestemd. In het kader van de regionale afstemming zijn als voorwaarden aan de ontwikkeling gesteld dat de locatie vraaggericht ontwikkeld dient te worden en er enkel bedrijven in de circulaire en biobased sector zich mogen vestigen. Aanvullend heeft de provincie robuuste versterking van het NNB als voorwaarde gesteld aan de ontwikkeling.
Met het bestemmingsplan wordt de ontwikkeling nader onderbouwd en geborgd gelet op de daarvoor geldende wet- en regelgeving.


7. Bent u bereid om, ter bescherming van het provinciaal belang, te weten een robuust NNB, er bij de gemeente Oosterhout en Rodenburg op aan te dringen deze ontwikkeling op een andere locatie in de regio te laten plaatsvinden die meer geschikt is voor chemische industrie zoals het Havenschap Moerdijk? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, Side Stream Innovation Valley is gericht op de ontwikkeling van een biobased circulair cluster, waarbij naast Rodenburg en de beoogde uitbreiding van het bedrijf, tevens ook andere bedrijfsinitiatieven worden gevestigd die (agri-)reststromen verwaarden, met Rodenburg en/of onderling symbiose genereren en kennis delen.
Dit concept is niet te vergelijken met de ambities voor het Industrial Park Moerdijk, zoals die zijn vastgelegd in de (uitvoeringsagenda) Havenstrategie Moerdijk 2030 en verankering daarvan in het bestemmingsplan. Side Stream Innovation Valley kan, zoals de naam al aangeeft, beschouwd worden als een innovatie-/ontwikkellocatie – waar ook samenwerking met onderwijs en onderzoeksinstituten van belang is. Het Industrial Park Moerdijk is vervolgens een mogelijke opschalingslocatie.
Met het bestemmingsplan zal nut & noodzaak van de ontwikkeling van Side Stream Innovation Valley onderbouwd moeten worden, mede conform de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hierbij dienen ook de (ontwikkelings)mogelijkheden in bestaand stedelijk gebied betrokken te worden.


8. Bent u met ons eens dat met de kap van de bomen het Natuur Netwerk Brabant wordt aangetast? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, in zijn algemeenheid zijn wij met u eens dat het kappen van bomen in het NNB an sich een aantasting betekent van het NNB ter plaatse.


9. Waar zal de herplant van de gekapte bomen (de compensatie) plaats vinden?

Antwoord:
De boscompensatie in het kader van de Wet Natuurbescherming paragraaf 4 Houtopstanden zal in de groenstrook grenzend aan het natuurnetwerk gerealiseerd worden.


10. Is onderzoek gedaan naar de aanwezige (vogel)soorten en boomsoorten in deze strook bos? Zo ja, wat zijn de resultaten van het onderzoek? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, in het kader van het bestemmingsplan is er natuuronderzoek gedaan. Conclusie is dat er geen ontheffing soortbescherming hoeft te worden aangevraagd, als er rekening wordt gehouden met een aantal zaken zoals genoemd in de natuurtoets (bijlage 4).


11. Bent u met ons eens dat de kap van de bomen tegen het provinciale beleid is, te weten het behoud van bomen, en tegen de afspraak om de N629 aan te grijpen om het Natuurnetwerk Brabant ter plaatse uit te breiden en daarmee het netwerk als totaal te versterken?

Antwoord:
Nee, wij zijn dat niet met u eens. De uitbreiding van het NNB als invulling van de motie is nog in een verkennende fase. De Interim omgevingsverordening biedt ruimte om ontwikkelingen waarbij NNB wordt aangetast onder bepaalde voorwaarde doorgang te laten vinden, waarbij altijd een natuurcompensatie wordt vereist. Bij aantasting bos dient 1 op 1 bos te worden gecompenseerd plus een eventuele toeslag, dit conform de natuurcompensatieregels vanuit de Interim omgevingsverordening.


12. Zijn er dassen waargenomen in het gebied? Zo ja, graag een toelichting.

Antwoord:
Nee. Uit de natuurtoets (bijlage 4) blijkt dat er weliswaar een dassenburcht is waargenomen in het plangebied, maar dat hier geen dassen in verbleven. De burcht bleek bewoond door konijnen. Ook is een aantal keer de aanwezigheid van de vos op camerabeeld vastgelegd. Hoewel bekend is dat de das zijn leefgebied in Noord-Brabant in westelijke richting aan het uitbreiden is, geven Staatsbosbeheer alsmede de Dassenwerkgroep Noord-Brabant aan dat er geen bewoonde dassenburchten bekend zijn in de aangrenzende bosgebieden van het plangebied. Er mag dus vanuit worden gegaan dat er geen leefgebied van dassen wordt aangetast.


13. Zo ja, gaat er volgens dit onderzoek een aantasting van leefgebied van dassen plaatsvinden, en hoe wordt dit voorkomen?

Antwoord:
Zie vraag 12.


14. Op welke wijze is berekend dat een extra chemische fabriek op het terrein van Rodenburg geen extra uitstoot tot gevolg heeft? Valt de (extra) uitstoot binnen de contouren van de bestaande vergunning?

Antwoord:
In de huidige situatie is de planlocatie in gebruik en bestemd als agrarische grond (akkerbouw). De voornaamste stikstofemissie vindt hierbij plaats als gevolg van bemesting. Deze bemesting vindt met de ontwikkeling van het terrein niet meer plaats. Bij het bestemmingsplan is een verschilberekening gevoegd om de bestaande situatie en beoogde situatie wat betreft stikstofdepositie met elkaar te vergelijken. In de planregels is vervolgens geborgd dat er niet meer stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt dan in de huidige situatie.


15. Door de ontwikkeling van Rodenburg zullen op een gemiddelde werkdag 1723 motorvoertuigen per etmaal worden gegenereerd. Een groot deel hiervan bestaat uit vrachtverkeer. Momenteel ligt dit aantal op 1296. Hoeveel extra uitstoot van CO2 en NOx heeft dit tot gevolg?

Antwoord:
Ten aanzien van de uitstoot van CO2 kan worden gesteld dat deze zal toenemen, maar dat er geen wettelijk kader is waaraan die uitstoot kan worden getoetst in het kader van het bestemmingsplan. Voor wat betreft NOx wordt verwezen naar het antwoord op vraag 14.


16. Op welke tijden vinden deze verkeersbewegingen nu plaats, en op welke tijden zullen de verkeersbewegingen plaats vinden met doorgang van de voorliggende plannen?

Antwoord:
Rodenburg beschikt op dit moment over een milieuvergunning voor de huidige locatie grenzend aan het plangebied, waarbij verkeersbewegingen in de dag-, avond- en nachtperiode zijn vergund/toegestaan (24/7 gedurende het hele jaar). Uit het verkeersonderzoek dat is verricht ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling, blijkt dat de voornaamste verkeersdrukte zich concentreert bij de rotonde Vijf Eikenweg/Souvereinstraat, in de ochtend- en avondspits. Dit betekent dat alleen in de dagperiode (07.00-19.00 uur) verkeersbewegingen gaan plaatsvinden.


17. Is onderzocht welke effecten deze toename van verkeer heeft (uitstoot, geluid en licht) op de flora en fauna in het gebied en met name op de gebieden de Duiventoren en het Blik? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, bij het bestemmingsplan is een natuurtoets (bijlage 4) gevoegd die ingaat op alle effecten op de voorkomende soorten in de omliggende gebieden, o.a. in de gebieden Duiventoren en het Blik, die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant.


18. Bent u met ons eens dat de NOx uitstoot en de depositie daarvan negatieve effecten heeft op de omliggende natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Er is berekend hoe de stikstofdepositie in de beoogde situatie zich verhoudt tot de stikstofdepositie in de bestaande situatie. Deze neemt niet toe.


19. Is het gehele plangebied in het bezit van Rodenburg? Zo nee, in wiens bezit is de (resterende) grond van het plangebied op het moment?

Antwoord:
Het plangebied is grotendeels in eigendom van Rodenburg. Twee percelen grond zijn aangekocht van particulieren. Daartoe zijn inmiddels schriftelijke overeenkomsten ondertekend, de notariële aktes zullen worden gepasseerd op het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk wordt.


20. Bent u met ons van mening dat met de uitbreiding van het terrein van Rodenburg geen juiste invulling wordt gegeven aan het principe van zuinig ruimtegebruik zoals vastgelegd in provinciaal beleid, te weten het aansluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte? Zo ja, welke actie gaat u hierop ondernemen? Zo nee, graag een toelichting.

Antwoord:
Wij zullen in het kader van het vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) beoordelen of met het (voorontwerp-bestemmings)plan op een juiste manier invulling is gegeven aan de principes van zorgvuldig ruimtegebruik zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening.
In dit verband willen wij nog opmerken dat de ontwikkeling van Side Stream Innovation Valley juist ook een investering is in minder vervoersbewegingen door complementaire activiteiten bij elkaar te brengen en niet gefragmenteerd in de regio te huisvesten.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

H.B.W. van den Berg,
programmamanager Wonen en Leefomgeving