Vragen over de uitbreiding van poli­tie­aca­demie Ossend­recht


Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de uitbreiding van politieacademie Ossendrecht.


Geacht college,

De politieacademie wenst een herschikking en uitbreiding van verscheidene accommodaties op het terrein in Ossendrecht in combinatie met herinrichting van een deel van het terrein van de Koningin Wilhelmina Kazerne. Het gebied zal hiervoor bij voorkeur geheel opnieuw worden ingericht. De beoogde veranderingen op het terrein van de politieacademie passen in beginsel binnen het vigerende bestemmingsplan opleidingsinstituut gemeentepolitie. De beoogde veranderingen (sloop en (ver)nieuwbouw) van de opstallen op het Koningin Wilhelmina Kazerneterrein kunnen echter niet plaatsvinden zonder een planologische procedure. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Is de begrenzing van het NNB voor de beoogde veranderingen met uw toestemming gewijzigd en zo ja, met hoeveel hectaren? Zo ja, is PS hiervan op de hoogte gesteld? Indien PS niet op de hoogte is gesteld: waarom niet?

In 2016 heeft er een (geactualiseerd) flora- en faunaonderzoek plaatsgevonden. In het gebied komen de op de Rode Lijst als kwetsbaar aangeduide Laatvlieger, Ransuil en Koekoek voor, evenals een groot aantal andere zwaar beschermde broedvogelsoorten.

2, Welke conclusie trekt u uit het voorkomen van bovengenoemde soorten in het plangebied?

3. Hoe wordt geborgd dat de soorten met een zware beschermingsstatus en in het bijzonder de als kwetsbaar aangeduide soorten niet verder in aantal en leefgebied achteruit gaan?

In 2007 heeft er ook een natuurtoets in het plangebied plaatsgevonden. Een vergelijking met de toets uit 2016 wijst uit dat de natuurwaarden gelet op beschermde soorten is teruggelopen ten opzichte van 2007. Een kolonie gewone dwergvleermuizen kon niet worden teruggevonden en de aanwezigheid van reptielen kon niet meer worden vastgesteld.

4. Bent u met ons van mening dat een verdere achteruitgang van de natuurwaarden niet gewenst is? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u met ons van mening dat de uitbreiding van de politieacademie een verdere achteruitgang tot gevolg zal hebben? Zo nee, welk effect denkt u dat de uitbreiding, waarvoor onder anderen houtopstanden moeten worden gekapt, zal hebben op de nog aanwezige natuurwaarden in het gebied?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 10 apr. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. is de begrenzing van het NNB voor de beoogde veranderingen met uw toestemming gewijzigd en zo ja, met hoeveel hectaren? Zo ja, is PS hiervan op de hoogte gesteld? indíén PS niet op de hoogte is gesteld: waarom niet?

Antwoord:
Ten tijde van het voorontwerp bestemmingsplan is in overleg met de gemeente geconstateerd dat het NNB overlap vertoonde met bouwvlakken op het terrein van de politieacademie. Dit foutief begrensde deel van het NNB is in 2014 met een kaartaanpassing van de kaart gehaald. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van onze bevoegdheid om kennelijke onjuistheden te corrigeren. Aan een correctie van foutief begrensd NNB zit geen compensatieverplichting vast. In 2014 is bovendien 1,5 ha aan het NNB toegevoegd. Hierover is PS destijds niet geïnformeerd. Het betrof hier een grens wijziging van het NNB met een beperkte omvang. Dergelijke grenswijzigingen vallen binnen de reguliere uitoefening van de aan ons gedelegeerde bevoegdheid.


2. Welke conclusie trekt u uit het voorkomen van bovengenoemde soorten in het plangebied?

Antwoord:
Wij constateren met u dat de Laatvlieger, Ransuil, Koekoek en een groot aantal andere zwaar beschermde vogelsoorten kennelijk in het gebied zijn aangetroffen. De genoemde vogelsoorten vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming (Wnb), artikel 3.1, gebaseerd op de Vogelrichtlijn.

De Laatvlieger valt onder het beschermingsregime van Wnb, artikel 3.5. Indien de beoogde veranderingen gevolgen kunnen hebben voor deze soorten, dan vraagt dat in het kader van de Wnb om een afweging, of al dan niet een ontheffing noodzakelijk is. Deze bevoegdheid hebben wij als provincie bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) neergelegd.


3. Hoe wordt geborgd dat de soorten met een zware beschermingsstatus en in het bijzonder de ais kwetsbaar aangeduide soorten niet verder in aantal en leefgebied achteruit gaan?

Antwoord:
Generiek wordt hiertoe vanuit het natuurbeleid geïnvesteerd in kwantiteit en kwaliteit van het Natuurnetwerk Brabant. Gebieden die onderdeel uitmaken van het NNB, kennen via de Verordening Ruimte een zwaar planologisch beschermingsregime. Het reguliere beheer en onderhoud wordt via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap spoor gesubsidieerd.

Specifieke biotoop verbeterende maatregelen voor specifieke soorten worden gefinancierd via de subsidieregeling Biodiversiteit en Leefgebieden Noord-Brabant. Daarnaast worden herstel- en beheermaatregelen gefinancierd in de Natura 2000 gebieden gericht op stikstofgevoelige habitattypen (PAS-maatregelen) en op de overige habitattypen en de leefgebieden (Natura 2000 maatregelen).

Naast deze ontwikkelings- en herstelmaatregelen biedt de Wet natuurbescherming een beschermingsregime, waarin is geborgd dat (ruimtelijke) ingrepen niet ten koste gaan van beschermde soorten en gebieden.


4. Bent u met ons van mening dat een verdere achteruitgang van de natuurwaarden niet gewenst is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, dat zijn wij met u eens. Een verdere achteruitgang van natuurwaarden is ongewenst. Het provinciale natuurbeleid is erop gericht deze trend te keren.


5. Bent u met ons van mening dat de uitbreiding van de politieacademie een verdere achteruitgang tot gevolg zal hebben? Zo nee, welk effect denkt u dat de uitbreiding, waarvoor onder anderen houtopstanden moeten worden gekapt, zal hebben op de nog aanwezige natuurwaarden in het gebied?

Antwoord:
Nee, dat zijn wij niet met u eens. De uitbreiding van de politieacademie vindt plaats op het bestaande terrein met een maatschappelijke bestemming. Hierbij wordt geen NNB aangetast. De kap van bomen is toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan.

Bouwwerkzaamheden kunnen voor een tijdelijke verstoring leiden, dit wordt getoetst in kader van de Wet natuurbescherming. Indien beschermde soorten door de werkzaamheden in het gedrang komen dan zullen daar in de ontheffing voorwaarden aan worden gesteld.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris,
drs. M.J.A. van Bijnen MBA