Vragen over de vermelding van de roek in het nieuwe fauna­be­heerplan


Indiendatum: apr. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de vermelding van de roek in het nieuwe faunabeheerplan.


Geacht college,

Bureau Berenschot heeft in de periode juni-oktober 2016 een evaluatie uitgevoerd en het rapport 'Gewogen belangen beschouwd' opgeleverd. De aanbevelingen betreffende de roek, daarbij doelend op het treffen van maatregelen om een beter inzicht te krijgen in de populatieontwikkeling in Noord-Brabant, alsmede de monitoring van schade, worden opgenomen in de nieuwe nota faunabeheer. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Welke middelen gaat u inzetten om een beter inzicht te krijgen in de populatieontwikkeling van roeken in Noord-Brabant (monitoring)?

2. Wat doet de provincie met het gegeven dat de achteruitgang van de roek in Noord-Brabant sterker is dan de landelijke achteruitgang?

3. Welke maatregelen worden getroffen om verdere achteruitgang te stoppen althans tot de soort weer op het niveau is met de rest van het land?

4. Waarom is de provinciale roekenviewer niet meer beschikbaar?

5. Hoe is het voorgenomen beleid ten aanzien van de roek?

6. Wat wordt er ten aanzien van de roek opgenomen in het nieuwe faunabeheerplan?

Ter voorkoming van schade aan gewassen verleent de provincie op dit moment (op basis van het faunabeheerplan 2011-2016) ontheffing op voorhand wat betreft de roek.

7. Wordt er op basis van het nieuwe faunabeheerplan ook ontheffing op voorhand verleend? Zo ja, op welke gronden en in welke periode van het jaar?

8. Hoeveel dieren lopen daardoor gevaar, en hoeveel kolonies?

Op dit moment (op basis van het faunabeheerplan 2011-2016) geldt er voor de roek een provinciale vrijstelling voor grondgebruikers voor het opzettelijk verontrusten in de gehele provincie ter voorkoming van schade aan gewassen.

9. Geldt er op basis van het nieuwe faunabeheerplan ook de provinciale vrijstelling? Zo ja, op welke gronden en in welke periode van het jaar?

10. Bestaat er een vorm van controle op meldingen/klachten van grondgebruikers over schade aan gewassen?

11. Welke activiteiten (verstoren, verjagen, afschieten) zijn in de afgelopen 5 jaar vergund?

12. Hoeveel van deze activiteiten zijn er uitgevoerd?

13. Hoeveel dieren zijn daarbij gedood?


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: apr. 2017
Antwoorddatum: 9 mei 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Welke middelen gaat u inzetten om een beter inzicht te krijgen in de populatieontwikkeling van roeken in Noord-Brabant (monitoring)?

Antwoord:
Wij tellen sinds 1994 elk voorjaar de roekenkolonies en het aantal nesten per kolonie. Deze gegevens zullen we aanvullen/vergelijken met de telgegevens, en de schade- (en overlast)cijfers van de FBE. Begin 2018 zal een rapportage beschikbaar zijn.


2. Wat doet de provincie met het gegeven dat de achteruitgang van de roek in Noord-Brabant sterker is dan de landelijke achteruitgang?1

Antwoord:
Wij hebben het faunabeleid met betrekking tot de roek, in de op 18 april vastgestelde Nota faunabeheer, aangescherpt. Hierin staat het volgende:
Uit de in 2016 uitgevoerde evaluatie van het faunabeleid kwam naar voren dat met name voor de roek (maar mogelijk ook andere soorten) voldoende kennis ontbrak omtrent het voorkomen, populatieontwikkeling en de relatie daarvan met optredende schade aan economische belangen. Met betrekking tot de roek richten de voorwaarden zich dan ook op het in de nabije toekomst beter inzichtelijk krijgen van de daadwerkelijke staat van instandhouding van de soort in de provincie, maar ook om een beter inzicht te krijgen in het voorkomen en omvang van schade. Voor de roek geldt dan ook dat GS enkel ontheffing zullen verlenen voor bestrijding van de roek als het daaraan ten grondslag liggend faunabeheerplan voldoende gedetailleerde informatie bevat omtrent de verspreiding, aantalsontwikkelingen (zowel op provinciaal als op regionaal niveau) en de door deze soort veroorzaakte schade (of overlast).

In bijlage 1 van de eveneens vastgestelde Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant is dit als volgt vertaald:
• Incidentele ontheffing is mogelijk ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen of belangrijke overlast.
• Een ontheffing op voorhand kan worden verleend voor specifiek omschreven gebieden met concrete dreigende schade op basis van een faunabeheerplan van de faunabeheereenheid.
Voor deze soort zal echter eerst inzicht moeten komen in het voorkomen en de aantallen, alsmede de omvang van de schade en overlast welke de soort veroorzaakt.

Medio juni – na goedkeuring van het faunabeheerplan door GS - worden Provinciale Staten door middel van een Statenmededeling geïnformeerd over het gehele faunabeleid.


3. Welke maatregelen worden getroffen om verdere achteruitgang te stoppen althans tot de soort weer op het niveau is met de rest van het land?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 2.


4. Waarom is de provinciale roekenviewer niet meer beschikbaar?

Antwoord:
De roekenviewer is in 2015 opgeheven. Er kwamen in de jaren voorafgaand aan 2015 zeer weinig meldingen van roekenkolonies via de roekenviewer binnen. Ook was het onze ervaring dat veel mensen via andere websites zoals waarneming.nl kolonies van roeken melden. Deze waarnemingen zijn ook voor de provincie in te zien. Vandaar dat er op de provinciale website bij het item roekenkolonies-in-Brabant een verwijzing naar deze website is opgenomen, alsmede het emailadres van Natuuronderzoek.


5. Hoe is het voorgenomen beleid ten aanzien van de roek?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 2.


6. Wat wordt er ten aanzien van de roek opgenomen in het nieuwe faunabeheerplan?

Antwoord:
Het nieuwe faunabeheerplan wordt momenteel opgesteld door de Faunabeheereenheid. Het is op dit moment nog niet gereed. Deze vraag is nu niet te beantwoorden.


7. Wordt er op basis van het nieuwe faunabeheerplan ook ontheffing op voorhand verleend? Zo ja, op welke gronden en in welke periode van het jaar?

Antwoord:
Omdat het nieuwe faunabeheerplan op dit moment nog niet gereed is, is deze vraag niet te beantwoorden. Gelet op de aanscherping van ons beleid ligt het verlenen van een ontheffing op voorhand niet voor de hand en kan er slechts sprake zijn van een incidentele ontheffing indien het verzoek hiertoe goed is onderbouwd (zowel qua schade als qua effect op de instandhouding van de soort).


8. Hoeveel dieren lopen daardoor gevaar, en hoeveel kolonies?

Antwoord:
Dit is vooraf niet in te schatten. Het zal echter beperkt zijn, gelet op de aanscherping van het beleid.


9. Geldt er op basis van het nieuwe faunabeheerplan ook de provinciale vrijstelling? Zo ja, op welke gronden en in welke periode van het jaar?

Antwoord:
Nee, deze provinciale vrijstelling is met de vaststelling van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant ingetrokken.


10. Bestaat er een vorm van controle op meldingen/klachten van grondgebruikers over schade aan gewassen?

Antwoord:
Ja. Indien een verzoek wordt ingediend voor het verlenen van een ontheffing voor het doden, verwijderen van nesten of het verplaatsen van een kolonie, wordt onderzocht of de melding correct en goed onderbouwd is.
Schade aan gewassen dient onderbouwd te worden met taxatiegegevens. Bij roeken vindt altijd controle op de locatie plaats. Bij verzoek om schadevergoeding zal de schade door een taxateur vastgesteld dienen te worden.


11. Welke activiteiten (verstoren, verjagen, afschieten) zijn in de afgelopen 5 jaar vergund?

Antwoord:
In de afgelopen periode (faunabeheerplan 2011-2017) is gewerkt
met een ontheffing op voorhand in het belang van de veiligheid van het
luchtverkeer en met een ontheffing op voorhand ter voorkoming van
gewasschade. In beide gevallen gaat het om verjaging met ondersteunend
afschot.


12. Hoeveel van deze activiteiten zijn er uitgevoerd?

Antwoord:
In de periode 2011-2016 zijn 33 machtigingen afgegeven. Van die machtigingen zijn er 3 niet gebruikt. Bij 5 machtigingen is verjaagd zonder ondersteunend afschot te plegen. In alle gevallen zijn preventieve maatregelen ingezet om schade te voorkomen. Preventieve maatregelen variëren van de inzet van laser, knalapparaat, vlaggen, linten en vogelverschrikkers, ballonnen, het afspelen van angstkreten, schriklint en verjaging.
In totaal zijn er 333 handelingen uitgevoerd, waaronder verjaging, het plaatsen van preventieve maatregelen en ondersteunend afschot.


13. Hoeveel dieren zijn daarbij gedood?

Antwoord:
In de periode van 2011 – 2016 zijn er 2 roeken gedood in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.
Ter voorkoming van gewasschade zijn de afschotcijfers als volgt:
2011: 290
2012: 31
2013: 138
2014: 177
2015: 35


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger