Vragen over een illegale mest­fa­briek in Asten en de weigering van de provincie om deze stil te leggen


Indiendatum: mrt. 2020

Geacht college,

In 2016 verleende de provincie een vergunning voor een mestverwerkingsbedrijf aan de Dijkstraat 72 in Asten. In 2018 is de vergunning door de rechtbank vernietigd, omdat deze in strijd bleek met de Verordening ruimte. Ondanks het ontbreken van de vereiste vergunning, is de installatie sindsdien in werking gebleven. Het bedrijf verwerkt 80.000 ton mest per jaar. Volgens een artikel in de pers is de provincie niet van plan de mestverwerker stil te leggen.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Kent u de berichtgeving in het Eindhovens Dagblad, en klopt het dat u niet wilt handhaven op het ontbreken van de benodigde vergunning?

2. Bent u het met ons eens dat het vertrouwen in de (provinciale) politiek en rechtspraak wordt geschaad indien een provinciebestuur weigert op te treden tegen een illegaal in werking zijnde mestverwerker?

3. Bent u met ons eens dat er een precedentwerking uit gaat van het ‘gedogen’ van illegaal in werking zijnde installaties zoals deze en dat het een precedent werking kan hebben voor ondernemers in vergelijkbare situaties?

4. Hoe gaat u aan omwonenden uitleggen dat u niet optreedt tegen een illegaal in werking zijnde mestvergister, waar de omwonenden overlast (stank, vervoersbewegingen, etc.) van ondervinden?

5. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat u in 2016 deze vergunning heeft verleend, terwijl deze in strijd was met de Verordening ruimte?

6. Bent u van plan een handhavingstraject in gang te zetten indien de Raad van State de recent afgegeven vergunning opnieuw vernietigt of schorst? Zo ja, kunt u aangeven wanneer u welke stappen gaat nemen?

7. Kan de ondernemer van deze mestverwerker zich beroepen op toezeggingen door en/of afspraken met de provincie over het in werking houden van de installatie (tegen besluiten van de hoogste bestuursrechter in)?

8. Hoe groot schat u de kans in dat de ondernemer recht krijgt op een schadevergoeding van de provincie, indien de installatie toch echt stilgezet moet gaan worden?

Ons inziens leidt de vergunningssystematiek – waarbij een installatie vanwege een verleende omgevingsvergunning gebouwd mag worden, terwijl het gebruik van de installatie nog onzeker is vanwege het ontbreken van een milieuvergunning – tot situaties als deze. Er zijn meer situaties bekend waarbij installaties al worden gebouwd, terwijl er nog geen vergunning is verleend voor daadwerkelijk gebruik. Zie bijvoorbeeld de situatie van het Amerikaanse bedrijf Blue Sphere, dat in Sterksel voor tientallen miljoenen euro’s een vergistingsinstallatie bouwt, zonder de benodigde vergunningen voor het gebruik.

9. Bent u met ons van mening dat het beter zou zijn dat er pas tot het bouwen van zulke installaties mag worden overgegaan zodra álle vergunningen, waaronder de milieuvergunning, zijn verleend? Zo ja, bent u met ons van mening dat dit in de nieuwe Omgevingsverordening opgenomen zou moeten worden?


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld,
Partij voor de Dieren

Indiendatum: mrt. 2020
Antwoorddatum: 7 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

Vooropgesteld, de beantwoording van de vragen is gebeurd met inachtneming van de uitspraak van de Voorzieningenrechter, zie ook https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@120439/202000667-2-r3/.
Hierin is de vergunning die wij in december 2019 hebben verleend, geschorst.


1. Kent u de berichtgeving in het Eindhovens Dagblad, en klopt het dat u niet wilt handhaven op het ontbreken van de benodigde vergunning?

Antwoord:
Ja, het artikel is ons bekend. De stelling dat we niet willen handhaven is onjuist. In het najaar van 2019 is nog positief beslist op een handhavingsverzoek vanuit de omgeving en hebben wij een last onder dwangsom opgelegd aan het bedrijf. Door het verlenen van de vergunning in december 2019 werden de activiteiten ter plaatse gelegaliseerd, waardoor handhaving niet meer aan de orde was. De handhavingsbeschikking is derhalve ingetrokken.


2. Bent u het met ons eens dat het vertrouwen in de (provinciale) politiek en rechtspraak wordt geschaad indien een provinciebestuur weigert op te treden tegen een illegaal in werking zijnde mestverwerker?

Antwoord:
Nee, bij het constateren van een illegale situatie wordt op basis van vigerende wetgeving en jurisprudentie beoordeeld hoe opgetreden gaat worden. Leidend daarbij is onze beginselplicht tot handhaving. Hiervan kan slechts in een beperkt aantal gevallen worden afgeweken, zoals bij concreet zicht op legalisatie.


3. Bent u met ons eens dat er een precedentwerking uitgaat van het ‘gedogen’ van illegaal in werking zijnde installaties zoals deze en dat het een precedent werking kan hebben voor ondernemers in vergelijkbare situaties?

Antwoord:
Nee, zoals al vermeld is in de beantwoording van vraag 1, hebben wij eerder wel handhavend opgetreden. Op het moment dat de vergunning verleend was, bestond er geen grond meer voor handhaving, de activiteiten waren immers niet meer illegaal. Alleen daarom kan van precedentwerking geen sprake zijn.


4. Hoe gaat u aan omwonenden uitleggen dat u niet optreedt tegen een illegaal in werking zijnde mestvergister, waar de omwonenden overlast (stank, vervoersbewegingen, etc.) van ondervinden?

Antwoord:
Op dit moment bestuderen wij het voorlopig oordeel van de Voorzieningenrechter tot schorsing van de vergunning. Wij zullen met inachtneming van alle feiten, omstandigheden en juridische kaders onze vervolgstappen bepalen. Bij die afweging betrekken we alle belangen, ook die van omwonenden.
Vanzelfsprekend zullen wij onze bevindingen volgens de bestaande kaders communiceren met de omwonenden.
Zie ook de beantwoording van vraag 1.


5. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat u in 2016 deze vergunning heeft verleend, terwijl deze in strijd was met de Verordening ruimte?

Antwoord:
De aanvraag voldeed aan de Verordening ruimte (Vr) zoals deze vigerend was ten tijde van verlening van de vergunning. In deze Vr zat een overgangsbepaling inzake concrete initiatieven.


6. Bent u van plan een handhavingstraject in gang te zetten indien de Raad van State de recent afgegeven vergunning opnieuw vernietigt of schorst? Zo ja, kunt u aangeven wanneer u welke stappen gaat nemen?

Antwoord:
Zie de beantwoording van vraag 4.


7. Kan de ondernemer van deze mestverwerker zich beroepen op toezeggingen door en/of afspraken met de provincie over het in werking houden van de installatie (tegen besluiten van de hoogste bestuursrechter in)?

Antwoord:
Nee, eventuele afspraken of toezeggingen kunnen niet leiden tot het in werking houden van de inrichting in strijd met een uitspraak van de bestuursrechter.


8. Hoe groot schat u de kans in dat de ondernemer recht krijgt op een schadevergoeding van de provincie, indien de installatie toch echt stilgezet moet gaan worden?

Antwoord:
De ondernemer heeft de provincie inmiddels aansprakelijk gesteld voor eventuele schade. Wij achten de kans nagenoeg afwezig dat wij schade moeten vergoeden aan de ondernemer. Uitsluiten kunnen we dit echter nooit.


9. Bent u met ons van mening dat het beter zou zijn dat er pas tot het bouwen van zulke installaties mag worden overgegaan zodra álle vergunningen, waaronder de milieuvergunning, zijn verleend? Zo ja, bent u met ons van mening dat dit in de nieuwe Omgevingsverordening opgenomen zou moeten worden?

Antwoord:
Vanzelfsprekend is het de bedoeling van de wetgever, zowel onder het huidige als het toekomstige recht, dat een activiteit pas mag worden verricht als alle daarvoor vereiste vergunningen van kracht zijn. De komende Omgevingswet kent geen koppeling tussen bijvoorbeeld bouwvergunning en milieuvergunning. Hiervoor heeft de wetgever bewust gekozen teneinde een initiatiefnemer een zekere vrijheid te gunnen ten aanzien van de wijze waarop de voor die activiteit vereiste aanvragen worden ingediend. De Omgevingswet biedt Provinciale Staten niet de mogelijkheid om deze flexibiliteit te beperken in een omgevingsverordening.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

M.J. van den Dries,
programmamanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving