Vragen over maat­re­gelen met betrekking tot bevers langs water­gangen water­schap Brabantse Delta


Indiendatum: mrt. 2020

Geacht college,

Waterschap Brabantse Delta dringt bij de provincie Noord-Brabant aan op verdergaande maatregelen om schade door gravende bevers het hoofd te kunnen bieden. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. In een artikel in BN De Stem bevestigt u dat er de afgelopen maanden gesprekken zijn geweest met waterschappen ‘om de risico’s rondom bevers in beeld te brengen’. Is daar het doden van bevers aan de orde gekomen?

2. U bent bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen aangaande de Wet natuurbescherming en zodoende moet u aanvragen voor ontheffingen in behandeling nemen. Welke wettelijke grondslag denkt het Waterschap te hebben voor het doden van bevers?

3. Bent u met ons eens dat een ontheffing of een vrijstelling voor het verstoren of vangen van bevers en het vernielen van hun burchten uitsluitend wordt verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is? Zo nee, waarom niet?

In een ander artikel in BN De Stem ('Flinke operatie', 12 maart 2020) geeft waterschap Brabantse Delta aan: "Een alternatief voor het beheersen van de beverbevolking is het beverproof maken van de dijken. Hierbij worden materialen op de dijk toegepast waar bevers niet doorheen kunnen graven, bijvoorbeeld een damwand in de teen van de dijk of een gaas over het talud. Dit zijn echter kostbare maatregelen."

Het beverprotocol (bijlage 2 bij het faunabeheerplan) bevat echter vele mogelijke maatregelen om schade door bevers te voorkomen, zoals het aanbrengen van een glooiend talud of het verwijderen van wilgen.

4. Bent u het met ons eens dat er voldoende bevredigende diervriendelijke oplossingen voor handen zijn om schade door bevers te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u met ons van mening dat de bevers in de watergangen van de Brabantse Delta zich daar op natuurlijke wijze hebben gevestigd en dat wanneer de huidige bevers worden gedood, er zich dan als vanzelf weer nieuwe dieren zullen vestigen omdat het gebied nu eenmaal een aantrekkelijk leefgebied is? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u met ons eens dat de rekening voor regelmatig terugkerend afschot op den duur zal opwegen tegen of hoger zal zijn dan een eenmalige investering om de dijken beverproof te maken, -waarbij overigens ook muskusratten worden geweerd -, met name als ook de intrinsieke waarde van het aantal gedode dieren, en de verstoring die het regelmatig afschot teweeg zal brengen op andere diersoorten en recreanten in het gebied wordt meegerekend? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid om financieel bij te dragen aan het beverproof maken van dijken, zoals genoemd door Waterschap Brabantse Delta? Zo nee, waarom niet?

De zoogdiervereniging adviseert alle waterschappen om bij onderhoud meteen beverwerende maatregelen te nemen, ook als er nog geen bevers zijn. Dit spaart op de lange termijn kosten uit.

8. Hebben de waterschappen overleg met de Zoogdiervereniging voor de aanpak van probleemlocaties (locaties waar zich bevers bevinden die schade aan (kunnen) richten)? Zo nee, waarom niet?

9. Zijn er geschikte hoogwatervluchtplaatsen in gebieden die regelmatig overstromen zodat de dieren kans hebben uit te wijken naar plekken waar ze geen schade aanrichten of gevaar veroorzaken?

Een team van het technasium van het Dongemond College in Raamsdonksveer heeft een techniek ontwikkeld waarmee bevers in dijken gemakkelijker kunnen worden opgespoord.

10. Gaan de waterschappen deze techniek gebruiken om bevers op te sporen en zo meer selectief aan preventie van ernstige schade te doen, of als onderbouwing van de schade bij een aanvraag voor een ontheffing voor het verstoren of vangen van bevers?

11. Bent u voornemens het verbod op het doden van bevers in alle gevallen in stand te houden? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: mrt. 2020
Antwoorddatum: 7 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. In een artikel in BN de Stem bevestigt u dat er de afgelopen maanden gesprekken zijn geweest met waterschappen ‘om de risico’s rondom bevers in beeld te brengen’. Is daar het doden van bevers aan de orde gekomen?

Antwoord:
Ja. Het gaat hierbij om verkennende ambtelijke gesprekken. De risico’s bij de al jaren groeiende beverpopulatie en de mogelijke opties om hier mee om te gaan zijn hierbij besproken.


2. U bent bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen aangaande de Wet natuurbescherming en zodoende moet u aanvragen voor ontheffingen in behandeling nemen. Welke wettelijke grondslag denkt het Waterschap te hebben voor het doden van bevers?

Antwoord:
Die is er op dit moment niet, het Waterschap heeft hiervoor een ontheffing van ons nodig. Het doden van bevers is niet toegestaan op basis van het provinciale beleid (Nota Faunabeheer en Beleidsregel natuurbescherming) en hiervoor wordt dan ook geen ontheffing verleend.
Hiervoor zou eerst een beleidswijziging nodig zijn. Ook het Faunabeheerplan zou hierop aangepast moeten worden (met goedkeuring door GS).


3. Bent u met ons eens dat een ontheffing of een vrijstelling voor het verstoren of vangen van bevers en het vernielen van hun burchten uitsluitend wordt verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, dit is één van de wettelijke vereisten voor het verlenen van een ontheffing.


In een ander artikel in BN De Stem ('Flinke operatie', 12 maart 2020) geeft waterschap Brabantse Delta aan: ‘’Een alternatief voor het beheersen van de beverbevolking is het beverproof maken van de dijken. Hierbij worden materialen op de dijk toegepast waar bevers niet doorheen kunnen graven, bijvoorbeeld een damwand in de teen van de dijk of een gaas over het talud. Dit zijn echter kostbare maatregelen.’’
Het beverprotocol (bijlage 2 bij het faunabeheerplan) bevat echter vele mogelijke maatregelen om schade door bevers te voorkomen, zoals het aanbrengen van een glooiend talud of het verwijderen van wilgen.

4. Bent u het met ons eens dat er voldoende bevredigende diervriendelijke oplossingen voor handen zijn om schade door bevers te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, er zijn diverse opties voor (preventieve) maatregelen. Echter in acuut ontstane situaties, vooral bij primaire en regionale keringen, kan direct ingrijpen nodig zijn. Het gaat dan om het dichten van holen of burchten en het afbreken van dammen noodzakelijk voor het borgen van de openbare veiligheid (dit is één van de in de wet genoemde belangen). Hiervoor is de ontheffing op voorhand verleend aan de Faunabeheereenheid (met als basis het beverprotocol) waar de waterschappen gebruik van kunnen maken.


5. Bent u met ons van mening dat de bevers in de watergangen van de Brabantse Delta zich daar op natuurlijke wijze hebben gevestigd en dat wanneer de huidige bevers worden gedood, er zich dan als vanzelf weer nieuwe dieren zullen vestigen omdat het gebied nu eenmaal een aantrekkelijk leefgebied is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, die kans bestaat.


6. Bent u met ons eens dat de rekening voor regelmatig terugkerend afschot op den duur zal opwegen tegen of hoger zal zijn dan een eenmalige investering om de dijken beverproof te maken, waarbij overigens ook muskusratten worden geweerd -, met name als ook de intrinsieke waarde van het aantal gedode dieren, en de verstoring die het regelmatig afschot teweeg zal brengen op andere diersoorten en recreanten in het gebied wordt meegerekend? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Afschot van bevers is op dit moment niet toegestaan. Als in de toekomst er aanleiding zou zijn om tot ander beleid te komen inzake beheer en schadebestrijding door bevers, dan zullen alle opties op basis van een gedegen analyse, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.
De zoogdiervereniging adviseert alle waterschappen om bij onderhoud meteen beverwerende maatregelen te nemen, ook als er nog geen bevers zijn. Dit spaart op de lange termijn kosten uit.


7. Bent u bereid om financieel bij te dragen aan het beverproof maken van dijken, zoals genoemd door Waterschap Brabantse Delta? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, dit betreft een waterschapstaak. De waterschappen zijn, vanuit de Waterwet en de Interim Omgevingsverordening Noor-Brabant, verantwoordelijk voor het voldoen aan de normen die gelden voor primaire en regionale waterkeringen.


8. Hebben de waterschappen overleg met de Zoogdiervereniging voor de aanpak van probleemlocaties (locaties waar zich bevers bevinden die schade aan (kunnen) richten)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De aanpak, in die gevallen dat ingrijpen noodzakelijk is, is uitgewerkt in het beverprotocol. Voor verschillende situaties is een afwegingskader weergegeven en is de werkwijze is vastgelegd.
Daarnaast is er contact tussen waterschappen en zoogdiervereniging, maar daar heeft provincie niet direct zicht op.


9. Zijn er geschikte hoogwatervluchtplaatsen in gebieden die regelmatig overstromen zodat de dieren kans hebben uit te wijken naar plekken waar ze geen schade aanrichten of gevaar veroorzaken?

Antwoord:
Hier heeft de provincie geen beeld van, bij (her)inrichtingsplannen kan hier rekening mee gehouden worden.
Een team van het technasium van het Dongemond College in Raamsdonksveer heeft een techniek ontwikkeld waarmee bevers in dijken gemakkelijker kunnen worden opgespoord.


10. Gaan de waterschappen deze techniek gebruiken om bevers op te sporen en zo meer selectief aan preventie van ernstige schade te doen, of als onderbouwing van de schade bij een aanvraag voor een ontheffing voor het verstoren of vangen van bevers?

Antwoord:
Mogelijk, er lopen op dit moment diverse pilots die zijn gericht op het tijdig signaleren van graafactiviteiten in waterkeringen, waarvan de toepasbaarheid nader bepaald wordt.


11. Bent u voornemens het verbod op het doden van bevers in alle gevallen in stand te houden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Op dit moment wel, het is op basis van het huidige beleid in Noord-Brabant niet toegestaan bevers te doden. Zie ook ons antwoord op vraag 2.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

ing. H.J. van Herk,
programmamanager Natuurontwikkeling