Vragen over de staat van instand­houding van de Wilde Eend


Indiendatum: mrt. 2020

Geacht college,

De staat van instandhouding van de Wilde Eend als broedvogel in Nederland is matig ongunstig en de staat van instandhouding van de Wilde Eend als niet-broedvogel in Nederland is zeer ongunstig. Sinds de jaren '90 is bijna 30% van de broedpopulatie verdwenen. Wat daar precies de oorzaak van is, is niet (geheel) bekend. De Wilde eend staat echter nog steeds op de landelijke lijst van vrij bejaagbare soorten. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Is deze informatie bij u bekend? Zo ja, bent u op enige wijze betrokken bij dit onderwerp?

Sovon is in 2016 gestart met een onderzoek naar de ongunstige staat van instandhouding van de Wilde Eend. Binnen het zogenoemde eendenkuikenproject worden alleen aantallen kuikens gemeld en wordt niet specifiek gekeken naar de omstandigheden die van invloed kunnen zijn.

2. Bent u bereid om apart of samen met Sovon nader onderzoek te doen naar oorzaken van de ongunstige staat van instandhouding van de Wilde Eend? Bijvoorbeeld op het gebied van voedsel, vervuiling van oppervlaktewater, predatie etc. Zo nee, waarom niet?

3. Volgens Sovon heeft onderzoek aangetoond dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de afname van de populatie wilde eenden met de jachtdruk te maken heeft. Welk onderzoek betreft het en door wie is dit uitgevoerd?

4. Sovon maakt zich zorgen over de afname van het aantal wilde eenden. Bent u het met ons eens dat als de aantallen wilde eenden afnemen, en dat jacht in ieder geval niet helpt bij het stabiliseren van de populatie? Zo nee, waarom niet?

5. Voor afschot van Wilde Eenden ter bescherming van belangen was onder het faunabeheerplan 2011-2016 een ontheffing op voorhand beschikbaar. Worden er door de provincie Noord-Brabant tegenwoordig nog ontheffingen op voorhand verleend voor afschot van de Wilde Eend?

6. Indien ja bij de vorige vraag: Bent u bereid geen ontheffing op voorhand meer te verlenen voor afschot van Wilde Eenden? Zo nee, waarom niet?

7. Indien ja bij vraag 5: Bent u bereid geen enkele toestemming meer te verlenen voor afschot van Wilde Eenden? Zo nee, waarom niet?

8. Wat heeft het feit dat de Wilde Eend al jarenlang een dalende tendens vertoont en inmiddels ook niet meer in gunstige staat van instandhouding verkeert, voor merkbare gevolgen in het beleid van de provincie ten opzichte van deze soort? Ofwel, zijn er nog andere vlakken waarop bescherming van deze diersoort nu merkbaar wordt (bijvoorbeeld terughoudendheid met het verlenen van ontheffingen voor verstorende activiteiten, ingrepen in leefgebied etc.)?

Er zijn meerdere diersoorten waarbij geen sprake meer is van een gunstige staat van instandhouding, voorbeelden hiervan zijn de Zwarte specht en de Roek. Desalniettemin vinden ontwikkelingen die de soort nadelig beïnvloeden nog steeds doorgang. Hierbij valt te denken aan verstoring van habitatten door nieuwe recreatiemogelijkheden, bebouwing en activiteiten in of bij Natura2000-gebieden.

9. Hoe ongunstig moet de staat van instandhouding van een soort zijn, voordat ook specifieke/gebiedsgerichte of soortgerichte maatregelen worden getroffen?

10. Bent u bereid om, gezien de ongunstig staat van de Wilde Eend, er bij de regering op aan te dringen om de Wilde Eend van de wildlijst van vrij bejaagbare dieren te halen? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: mrt. 2020
Antwoorddatum: 7 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Is deze informatie bij u bekend? Zo ja, bent u op enige wijze betrokken bij dit onderwerp?

Antwoord:
Ja, de door u genoemde informatie is bij ons bekend. Vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) is onze betrokkenheid bij dit onderwerp tweeledig.
Enerzijds hebben wij een rol als bevoegd gezag op grond van de Wnb. Voor activiteiten die leiden tot het verstoren of doden van de wilde eend of het aantasten van hun nesten tijdens het broedseizoen, is een ontheffing (soortenbescherming) nodig op grond van de Wnb. Ook kan een vergunning (Natura 2000) nodig zijn als het gaat om activiteiten die significante gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000- gebied. Natura 2000-gebieden in Brabant waar een instandhoudingdoel geldt voor de wilde eend (in relatie tot foerageergebieden), zijn de Biesbosch en het Hollands Diep.
Anderzijds nemen wij maatregelen voor Noord-Brabantse prioritaire soorten (voornamelijk rode lijst soorten). De wilde eend is geen prioritaire soort. Wij hebben daarom geen plannen voor het verbeteren van het leefgebied van de wilde eend. Ook nemen wij maatregelen voor soorten waarvoor op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) maatregelen genomen moeten worden. Voor Hollands Diep is Rijkswaterstaat voortouwnemer. In de Biesbosch, waarvoor GS voortouwnemer is, is de kwaliteit van het leefgebied goed. Het nemen van maatregelen voor de wilde eend is daarom niet aan de orde.


2. Bent u bereid om apart of samen met Sovon nader onderzoek te doen naar oorzaken van de ongunstige staat van instandhouding van de Wilde Eend? Bijvoorbeeld op het gebied van voedsel, vervuiling van oppervlaktewater, predatie etc. Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Gelet op ons antwoord op vraag 1, zien wij hier vooralsnog geen aanleiding voor.


3. Volgens Sovon heeft onderzoek aangetoond dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de afname van de populatie wilde eenden met de jachtdruk te maken heeft. Welk onderzoek betreft het en door wie is dit uitgevoerd?

Antwoord:
Dit betreft een onderzoek uit 2015 naar de populatieontwikkeling van een aantal eendensoorten in Nederland, waaronder de wilde eend: Populatieontwikkeling Wilde Eend, Krakeend, Kuifeend en Tafeleend in Nederland: wat weten we over de achtergronden?. Dit onderzoek is in opdracht van BIJ12 en het Ministerie van LNV uitgevoerd door Sovon, in samenwerking met het Vogeltrekstation.


4. Sovon maakt zich zorgen over de afname van het aantal wilde eenden. Bent u het met ons eens dat als de aantallen wilde eenden afnemen, en dat jacht in ieder geval niet helpt bij het stabiliseren van de populatie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Het jachtseizoen voor de wilde eend is gesloten tussen 1 februari en 15 augustus. Conform artikel 3.22, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming wordt de jacht niet geopend op soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is. Het openen van het jachtseizoen is een bevoegdheid van de minister van LNV. De afweging of het openen van het jachtseizoen voor de wilde eend zich verdraagt met de staat van instandhouding van de wilde eend, is daarom aan de minister van LNV.


5. Voor afschot van Wilde Eenden ter bescherming van belangen was onder het faunabeheerplan 2011-2016 een ontheffing op voorhand beschikbaar. Worden er door de provincie Noord-Brabant tegenwoordig nog ontheffingen op voorhand verleend voor afschot van de Wilde Eend?

Antwoord:
Ja. Op basis van de Beleidsregel Natuurbescherming Noord-Brabant is een ontheffing op voorhand mogelijk ter voorkoming van risico’s voor het luchtverkeer.
Op basis daarvan hebben wij, net als in voorgaande planperioden, een ontheffing op voorhand verleend voor de luchtmachtbases Eindhoven Airport, Volkel, Gilze-Rijen, Woensdrecht en De Peel. Deze ontheffing heeft betrekking op het mogen vangen en doden van verschillende diersoorten, waaronder de wilde eend. Anders dan deze ontheffing, hebben wij geen ontheffing op voorhand verleend voor afschot van de wilde eend.


6. Indien ja bij de vorige vraag: Bent u bereid geen ontheffing op voorhand meer te verlenen voor afschot van Wilde Eenden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. De in ons antwoord op vraag 5 genoemde ontheffing, is nodig ter voorkoming van risico’s voor het vliegverkeer.


7. Indien ja bij vraag 5: Bent u bereid geen enkele toestemming meer te verlenen voor afschot van Wilde Eenden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Dit is niet volledig uit te sluiten. In de huidige planperiode hebben wij, anders dan de in antwoord 5 genoemde ontheffing, geen ontheffing verleend voor afschot van wilde eenden. Ook is het onaannemelijk dat dit in de resterende planperiode zal gebeuren. Volledig uitsluiten dat het in de toekomst in incidentele gevallen noodzakelijk kan zijn ontheffing te verlenen, kunnen wij echter niet.


8. Wat heeft het feit dat de Wilde Eend al jarenlang een dalende tendens vertoont en inmiddels ook niet meer in gunstige staat van instandhouding verkeert, voor merkbare gevolgen in het beleid van de provincie ten opzichte van deze soort? Ofwel, zijn er nog andere vlakken waarop bescherming van deze diersoort nu merkbaar wordt (bijvoorbeeld terughoudendheid met het verlenen van ontheffingen voor verstorende activiteiten, ingrepen in leefgebied etc.)?

Antwoord:
Wij verlenen slechts een ontheffing (soortenbescherming) of vergunning (Natura 2000) als voldaan is aan elk van de in de Wnb gestelde eisen. Dit betekent dat wij in elk geval expliciet kijken naar de staat van instandhouding van de soort en beoordelen of deze door het uitvoeren van de activiteit in gevaar komt. Is van dit laatste sprake, dan verlenen wij geen ontheffing of vergunning. Zie verder ons antwoord op vraag 1.


9. Hoe ongunstig moet de staat van instandhouding van een soort zijn, voordat ook specifieke/gebiedsgerichte of soortgerichte maatregelen worden getroffen?

Antwoord:
De provincie neemt op grond van de Wnb maatregelen voor Noord-Brabantse prioritaire (rode lijst) soorten en voor soorten waarvoor op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) maatregelen moeten worden genomen. Zie verder ons antwoord op vraag 1.


10. Bent u bereid om, gezien de ongunstig staat van de Wilde Eend, er bij de regering op aan te dringen om de Wilde Eend van de wildlijst van vrij bejaagbare dieren te halen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. De minister kan de jacht op de wilde eend enkel openen als dit zich verdraagt met de staat van instandhouding. Wij vertrouwen erop dat de minister van LNV zorgvuldig met deze bevoegdheid omgaat.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit, namens deze,

ing. H.J. van Herk,
programmamanager Natuurontwikkeling