Vragen over “geen stank meer in Rijkevoort”

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende “geen stank meer in Rijkevoort”.

Geacht college,

1. Kent u het bericht “Eindelijk geen stank meer in Rijkevoort” uit de Gelderlander van 2 februari 2017?

2. Klopt het dat in Rijkevoort een luchtwasser voor het grootste deel wordt betaald door de provincie Noord-Brabant? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe groot is dat bedrag precies en uit welke begrotingspost wordt dit bekostigd?

3. Aangezien de berichtgeving het heeft over een bedrag boven de 200.000 euro, is er hier sprake van Staatssteun? Zo nee, waarom niet? Zo ja, heeft u dit aangemeld?

4. Bent u van mening dat het een taak van de overheid is om te betalen voor een luchtwasser? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welk beleid berust die taak precies?

5. Bent u met ons van mening dat het primair een taak van een ondernemer is om (stank)overlast te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

6. Hoe komt het dat de wet het toe laat dat de mensen in Rijkevoort zo overmatig last hebben van deze veehouder(s)?

7. Gaat u zich inzetten voor aanpassing van de wet, zodat de norm voor (geur)uitstoot wordt verlaagd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

8. Is de stankoverlast die u met deze luchtwasser probeert op te lossen ook op een andere wijze aan te pakken? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u met ons van mening dat er hier geen sprake is van het principe dat de vervuiler betaalt? Zo nee, waarom niet?

10. Heeft u hier een precedent geschapen voor andere subsidies op luchtwassers? Zo nee, waarom niet?

11. In de berichtgeving staat dat uitbreiding van de stal(len) door 56 mensen is aangevochten. Worden die stallen nu of in de toekomst uitgebreid? Zo ja, hoeveel dieren worden er nu gehouden en hoeveel dieren gaan er in de toekomst worden gehouden?

12. Betaalt u dan middels de betaling voor de luchtwassers direct of indirect mee aan het vergroten van de stal(len)? Zo nee, waarom niet? En van de veestapel? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

 

Antwoorden

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Kent u het bericht "Eindelijk geen stank meer in Rijkevoort" uit de Gelderlander van 2 februari 2017?

Antwoord:
Wij kennen het bedoelde artikel.


2. Klopt het dat in Rijke voort een luchtwasser voor het grootste deel wordt betaald door de provincie Noord-Brabant? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe groot is dat bedrag precies en uit welke begrotingspost wordt dit bekostigd?

Antwoord:
Nee. De veehouder heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Subsidieregeling Urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (SUN). Deze aanvraag is in behandeling. Mochten wij besluiten tot subsidieverlening dan is de subsidie maximaal 60% van de investering. De provincie betaalt hiervan 85% en de gemeente 15%. Er is subsidie aangevraagd over een investering van € 487.000.


3. Aangezien de berichtgeving het heeft over een bedrag boven de 200.000 euro, is er hier sprake van Staatssteun? Zo nee, waarom niet? Zo ja, heeft u dit aangemeld?

Antwoord:
Ja. De SUN is aangemeld bij en goedgekeurd door de Europese Commissie.


4. Bent u van mening dat het een taak van de overheid is om te betalen voor een luchtwasser? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welk beleid berust die taak precies?

Antwoord:
In 2014 hebben wij het urgentieteam ingesteld naar aanleiding van de besluitvorming in Provinciale Staten over de Verordening ruimte. Dit team ondersteunt gemeenten bij het oplossen van lokale overlastsituaties. In het Urgentieteam werken we samen met ZLTO, BMF, gemeenten, omgevingsdiensten en de GGD. Er worden dan verbeterplannen opgesteld.
Provinciale Staten hebben in 2014 geld beschikbaar gesteld om de uitvoering van die verbeterplannen financieel te ondersteunen. Op basis hiervan hebben wij de SUN vastgesteld. Deze regeling biedt binnen de daarin gestelde randvoorwaarden de mogelijkheid subsidie te krijgen voor wettelijk niet verplichte investeringen die leiden tot opheffing van de overlast.


5. Bent u met ons van mening dat het primair een taak van een ondernemer is om (stank)overlast te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja.


6. Hoe komt het dat de wet het toe laat dat de mensen in Rijke voort zo overmatig last hebben van deze veehouder(s)?

Antwoord:
De systematiek van de Wet geurhinder veehouderij biedt vanwege bestaande rechten de mogelijkheid om in gevallen als deze de meest recente normen te overschrijden.


7. Gaat u zich inzetten voor aanpassing van de wet, zodat de norm voor (geur)uitstoot wordt verlaagd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Wij hebben bijgedragen aan de evaluatie van de Wet geurhinder veehouderij. Wij voeren lobby op aanpassing van de wet, die samen met de Omgevingswet naar verwachting in 2019 van kracht wordt.


8. Is de stankoverlast die u met deze luchtwasser probeert op te lossen ook op een andere wijze aan te pakken? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij hebben de aanvraag nog in beoordeling. Subsidieverlening is alleen mogelijk als de voorgestelde oplossing de meest kosteneffectieve is.


9. Bent u met ons van mening dat er hier geen sprake is van het principe dat de vervuiler betaalt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. De veehouder voldoet aan de wettelijke verplichtingen. Hij investeert nu in bovenwettelijke maatregelen en vraagt subsidie aan over deze investering die hij dus deels zelf betaalt (zie ook vraag 2).


10. Heeft u hier een precedent geschapen voor andere subsidies op luchtwassers? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Een eventueel positief besluit valt binnen de kaders van de SUN en binnen die kaders kunnen andere veehouders subsidie aanvragen.


11. In de berichtgeving staat dat uitbreiding van de stal(len) door 56 mensen is aangevochten. Worden die stallen nu of in de toekomst uitgebreid? Zo ja, hoeveel dieren worden er nu gehouden en hoeveel dieren gaan er in de toekomst worden gehouden?

Antwoord:
Het verbeterplan dat omwonenden, gemeente en veehouder hebben ondertekend en dat onderdeel uitmaakt van de subsidieaanvraag gaat er vanuit dat er geen uitbreiding plaatsvindt. Ook is afgesproken dat eventuele toekomstige aanpassingen van het bedrijf steeds met de omwonenden worden besproken. De omwonenden zijn zeer content met het verbeterplan.


12. Betaalt u dan middels de betaling voor de luchtwassers direct of indirect mee aan het vergroten van de stal(len)? Zo nee, waarom niet? En van de veestapel? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Met deze aanpassingen daalt de vergunde geuremissie van de veehouder. Een eventuele toekomstige uitbreiding zal binnen dat kader moeten plaatsvinden en moeten dan leiden tot een verdere afname van de geuremissie.
De in het verbeterplan afgesproken maatregelen hebben tot gevolg in dat eventuele geval de kosten aanzienlijk hoger zijn voor de veehouder, als het dan al technisch mogelijk is uit te breiden.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

de voorzitter, de secretaris
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk, ir. A.M. Burger