Vragen over groot­schalige kapwerk­zaam­heden op boswach­terij De Pan tijdens het broed­seizoen


Indiendatum: mei 2017

Schriftelijke vervolgvragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende grootschalige kapwerkzaamheden op boswachterij De Pan tijdens het broedseizoen.


Geacht college,

Staatsbosbeheer is gestart met grootschalige houtoogst tijdens het broedseizoen in het zuidelijk deel van De Pan. De werkzaamheden beginnen in het naaldbos ten zuiden van het Sterkselsch kanaal. Hier wordt in april en mei geoogst. In de nazomer volgt een tweede gedeelte. Het bos is volgens Staatsbosbeheer van te voren zorgvuldig door boswachters geïnventariseerd op nesten, mierenhopen en bomen met nestholtes volgens de regels van Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer. Volgens onze informatie is de geldende Gedragscode Bosbeheer niet van toepassing op houtoogst.

1. Is uw college op de hoogte van de activiteiten van Staatsbosbeheer? Zo ja, gaat uw college de kapwerkzaamheden controleren en zo nodig handhaven c.q. de kapwerkzaamheden schorsen? Zo nee, waarom niet?

2. Waarom refereert Staatsbosbeheer aan de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer terwijl deze niet meer in werking is?

3. Kan Staatsbosbeheer zich beroepen op de nu geldende Gedragscode Bosbeheer voor deze grootschalige activiteit tijdens het broedseizoen? Zo ja, waarom?

4. Welke regels gelden er nu wel voor activiteiten (zowel onderhoud/beheer als grootschalige houtkap/oogst/benutting) tijdens dan wel buiten het broedseizoen?

Wanneer men spreekt van een dergelijk groot perceel met bomen dat houtoogst een optie wordt, is het niet realistisch om aan te nemen dat er in het gehele perceel geen nesten zitten. Houtoogst in het broedseizoen gaat dan ook altijd ten koste van nesten van vogels.

5. Wanneer het gaat om bescherming van kwetsbare of beschermde soorten, bent u met ons van mening dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen bestendig beheer en onderhoud enerzijds en benutting en economisch gewin anderzijds? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waaruit bestaan die verschillen?

6. Als een terrein beherende organisatie (TBO) een dergelijk groot plan wil uitvoeren, moet er dan een projectplan worden overlegd? Zo ja, wat moet in een dergelijk projectplan staan, staat er ook in, in welke maanden er gewerkt kan worden afhankelijk van het type natuurterrein en de daar voorkomende soorten? Door wie en op welke manier wordt daar op gecontroleerd?

7. Hoe ziet de provincie Noord-Brabant toe op grootschalige werkzaamheden in natuurgebieden in het algemeen? Wordt er bijvoorbeeld op voorhand gecontroleerd of alleen achteraf? Controleert u proactief of controleert u alleen na een melding of een handhavingsverzoek?

8. Wie kan een melding doen/ een handhavingsverzoek indienen? Is er een goed toegankelijke manier voor het doen van meldingen? Heeft de betreffende instantie of de Omgevingsdienst voldoende capaciteit en middelen om in dezen controlerend en handhavend werk uit te voeren?

9. Is er voor Staatsbosbeheer een meldingsplicht en/of een herplantplicht bij de genoemde bomenkap? Zo nee, op welke grond/welk artikel in Verordening Natuurbescherming Noord-Brabant is er een ontheffing van de meldingsplicht en de herplantplicht?

10. Er is voorafgaand aan de kap geïnventariseerd op nesten etc., maar betekent dat ook dat er, zoals in de Gedragscode Bosbeheer staat, in de periode 15 maart tot 15 juli geen bomen worden geveld waarin bewoonde of onbewoonde, maar niet permanent verlaten nesten zijn vastgesteld van welke vogelsoort dan ook?

11. Hoe lang voorafgaand aan de daadwerkelijke kap/houtoogst wordt doorgaans geïnventariseerd op nesten etc.?

12. Is dit voldoende tijd om alle broedende vogels veilig te stellen, ook de vogels die binnen 2-3 dagen een volledig nest bouwen?

13. Klopt het dat er voor kap van individuele bomen wel een onderzoek naar nesten mogelijk is, maar dat het onmogelijk is om van een heel perceel te zeggen dat er zich geen nesten bevinden (onderzoekstechnisch: kleine nesten zijn moeilijk of onmogelijk te vinden, maar ook qua logica: het is niet logisch dat op een heel perceel niet wordt gebroed)?

14. Hoe wordt bij houtoogst gegarandeerd dat broedende vogels niet worden verstoord?

15. Welke gedragscode/ welk protocol wordt er in Noord-Brabant door TBO’s en particulieren wat betreft het niet verstoren van vogels gevolgd bij houtoogst, bosbeheer of het anders kappen van bomen?

16. Op welke wijze wordt nagegaan of men zich aan de gedragscode/ het protocol houdt?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.

Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: mei 2017
Antwoorddatum: 6 jun. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Is uw college op de hoogte van de activiteiten van Staatsbosbeheer? Zo ja, gaat uw college de kapwerkzaamheden controleren en zo nodig handhaven c.q. de kapwerkzaamheden schorsen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, naar aanleiding van een handhavingsverzoek voor het onderdeel soortenbescherming zijn wij op de hoogte gebracht en is op 9 mei jl. ter plekke een controle uitgevoerd. De resultaten van deze controle geven geen aanleiding om handhavend op te treden (zie ook het antwoord op de navolgende vragen).


2. Waarom refereert Staatsbosbeheer aan de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer terwijl deze niet meer in werking is?

Antwoord:
De huidige Gedragscode bosbeheer betreft de verlenging van de Gedragscode zorgvuldig bosbeheer. De Gedragscode bosbeheer is op 1 november 2012 goedgekeurd door het Ministerie van Economische zaken. De periode waarbinnen de gedragscode in werking is, is door de minister verlengd tot 1 november 2017.


3. Kan Staatsbosbeheer zich beroepen op de nu geldende Gedragscode Bosbeheer voor deze grootschalige activiteit tijdens het broedseizoen? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, de huidige werkzaamheden door Staatsbosbeheer vinden plaats in naaldbos. De Gedragscode bosbeheer staat onder voorwaarden deze werkzaamheden in naaldbossen toe.
Tijdens de controle naar aanleiding van het handhavingsverzoek is geconstateerd dat er geen overtredingen hebben plaatsgevonden van de Wet natuurbescherming omdat er volgens de voorwaarden van de gedragscode wordt gewerkt.


4. Welke regels gelden er nu wel voor activiteiten (zowel onderhoud/beheer als grootschalige houtkap/oogst/benutting) tijdens dan wel buiten het broedseizoen?

Antwoord:
In de eerste plaats kunnen de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Indien gewerkt wordt conform een door de Minister goedgekeurde gedragscode is op voorhand sprake van een wettelijke vrijstelling van deze verbodsbepalingen. Daarnaast geldt te allen tijde dat moet zijn voldaan aan de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplicht. Voorts geldt voor de velling van houtopstanden in veel gevallen een meldings- en herplantplicht.


5. Wanneer het gaat om bescherming van kwetsbare of beschermde soorten, bent u met ons van mening dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen bestendig beheer en onderhoud enerzijds en benutting en economisch gewin anderzijds? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waaruit bestaan die verschillen?

Antwoord:
Ja, zowel bij bestendig beheer en onderhoud (van houtopstanden) als bij benutting en economisch gewin (van houtopstanden) dienen de beschermingsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten nageleefd te worden. In het onderhavige geval kan bij beide handelingen onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de gedragscode. Zie antwoord vraag 3.


6. Als een terrein beherende organisatie (TBO) een dergelijk groot plan wil uitvoeren, moet er dan een projectplan worden overlegd? Zo ja, wat moet in een dergelijk projectplan staan, staat er ook in, in welke maanden er gewerkt kan worden afhankelijk van het type natuurterrein en de daar voorkomende soorten? Door wie en op welke manier wordt daar op gecontroleerd?

Antwoord:
Nee, op basis van de Wet natuurbescherming onderdelen houtopstanden en soortenbescherming is dit niet noodzakelijk, tenzij dit dient ter onderbouwing van een ontheffingsverzoek.
De ODBN houdt namens Gedeputeerde Staten toezicht op naleving van de Wet natuurbescherming (zie ook hierna, vraag 7).


7. Hoe ziet de provincie Noord-Brabant toe op grootschalige werkzaamheden in natuurgebieden in het algemeen? Wordt er bijvoorbeeld op voorhand gecontroleerd of alleen achteraf? Controleert u proactief of controleert u alleen na een melding of een handhavingsverzoek?

Antwoord:
Toezicht en handhaving vinden risicogericht plaats dus ook op grootschalige projecten. Controles worden uitgevoerd tijdens werkzaamheden en/of achteraf.
Met betrekking het onderdeel houtopstanden wordt vooraf getoetst of er bezwaren bestaan tegen het vellen van een houtopstand. Indien dit het geval is dan kan er een velverbod worden opgelegd.
Voorts worden meldingen of handhavingsverzoeken in verband met mogelijk illegale vellingen of schending van de soortbeschermingsbepalingen opgevolgd.


8. Wie kan een melding doen/ een handhavingsverzoek indienen? Is er een goed toegankelijke manier voor het doen van meldingen? Heeft de betreffende instantie of de Omgevingsdienst voldoende capaciteit en middelen om in dezen controlerend en handhavend werk uit te voeren?

Antwoord:
Een ieder kan een melding doen via de milieuklachtencentrale, zowel telefonisch als schriftelijk/digitaal. De meldingen worden doorgeleid naar de ODBN die ze afhandelt namens Gedeputeerde Staten. Belanghebbenden kunnen een formeel handhavingsverzoek richten aan Gedeputeerde Staten via de ODBN.
Bij de opdrachtverlening voor 2017 (aanloopjaar) is hiervoor dezelfde capaciteit geraamd als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteerde voor het afhandelen van meldingen, met een kleine plus in verband met een verwachte toename in de meldingen voor soortbescherming. Binnen de gegeven uitvoeringstaak aan de Omgevingsdiensten is momenteel voldoende capaciteit. De werkvoorraad wordt gemonitord om zo nodig de opdracht bij te kunnen stellen.


9. Is er voor Staatsbosbeheer een meldingsplicht en/of een herplantplicht bij de genoemde bomenkap? Zo nee, op welke grond/welk artikel in Verordening Natuurbescherming Noord-Brabant is er een ontheffing van de meldingsplicht en de herplantplicht?

Antwoord:
Staatsbosbeheer heeft op 24 februari 2000 van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een ontheffing gekregen van de meldingsplicht voor het vellen van houtopstanden. Staatsbosbeheer heeft de verplichting achteraf, per jaar, te melden wat zij in het afgelopen jaar heeft geveld. Voorgenomen activiteiten van Staatsbosbeheer zijn hierdoor bij ons niet bekend. Gelet op het overgangsrecht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming (artikel 9.9 lid 6) geldt deze ontheffing ook als ontheffing op basis van de Wnb. Staatsbosbeheer heeft geen ontheffing van de herplantplicht.


10. Er is voorafgaand aan de kap geïnventariseerd op nesten etc., maar betekent dat ook dat er, zoals in de Gedragscode Bosbeheer staat, in de periode 15 maart tot 15 juli geen bomen worden geveld waarin bewoonde of onbewoonde, maar niet permanent verlaten nesten zijn vastgesteld van welke vogelsoort dan ook?

Antwoord:
Ja.


11. Hoe lang voorafgaand aan de daadwerkelijke kap/houtoogst wordt doorgaans geïnventariseerd op nesten etc.?

Antwoord:
De inventarisatie dient te geschieden op een doeltreffende en op de soort gerichte methode door een ecologisch deskundige. Dit betekent voor vogelsoorten dat deze doorgaans direct voorafgaand aan de werkzaamheden plaatsvindt.


12. Is dit voldoende tijd om alle broedende vogels veilig te stellen, ook de vogels die binnen 2-3 dagen een volledig nest bouwen?

Antwoord:
Ja. Direct voor de velling vindt opnieuw een inspectie plaats waarbij bomen worden beoordeeld op aanwezigheid van nesten, dus ook nesten die bij voorgaande inspecties niet aanwezig waren.


13. Klopt het dat er voor kap van individuele bomen wel een onderzoek naar nesten mogelijk is, maar dat het onmogelijk is om van een heel perceel te zeggen dat er zich geen nesten bevinden (onderzoekstechnisch: kleine nesten zijn moeilijk of onmogelijk te vinden, maar ook qua logica: het is niet logisch dat op een heel perceel niet wordt gebroed)?

Antwoord:
100% zekerheid is niet te garanderen, maar wel te benaderen. De velling heeft plaatsgevonden in kleine bosvakken. Hierbij heeft een deskundig ecoloog alle bomen die geveld gingen worden individueel beoordeeld op aanwezigheid van nesten. In enkele bosvakken was sprake van een dunning, geen volledige velling, waarbij enkele bomen zijn geveld, maar het merendeel in stand is gehouden.
In andere bosvakken was sprake van een volledige velling (alleen naaldbomen), waarbij alle bomen geïnspecteerd zijn op aanwezigheid van nesten.


14. Hoe wordt bij houtoogst gegarandeerd dat broedende vogels niet worden verstoord?

Antwoord:
De juiste toepassing van de Gedragscode bosbeheer voorkomt dat broedgevallen worden verstoord.


15. Welke gedragscode/ welk protocol wordt er in Noord-Brabant door TBO’s en particulieren wat betreft het niet verstoren van vogels gevolgd bij houtoogst, bosbeheer of het anders kappen van bomen

Antwoord:
Gedragscode bosbeheer 2010-2015 (geldig tot 1 november 2017).


16. Op welke wijze wordt nagegaan of men zich aan de gedragscode/ het protocol houdt?

Antwoord:
Zoals bekend hebben wij ook de uitvoering van de VTH-taken beleidsarm overgenomen van de RVO. Dit betekent dat er op vergunningsvrije activiteiten geen actieve controle plaatsvindt, behoudens bij onderbouwde klachtmeldingen.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger