Vragen over het afschot van beschermde en zeldzame ganzen


Indiendatum: okt. 2016

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het afschot van beschermde en zeldzame ganzen.


Geacht college,

Sinds dinsdag 4 oktober 2016, 14.30 uur, wordt door vogeltellers een sterke influx van Kol- en Toendrarietganzen waargenomen in Brabant. Deze dieren kwamen met een sterke oostenwind vanuit het oosten van Duitsland en het westen van Polen. Bij aanhoudende oostenwind en helder weer zijn in de week daarna veel Siberische ganzen in Brabant aangekomen. Op dinsdag 11 oktober werden duizenden Kolganzen en honderden Rietganzen waargenomen langs de Maas tussen Grave en de Lithse Stuw.

Het is al tientallen jaren bekend dat de eerste Rietganzen eind september / begin oktober in Nederland aankomen. Vroeger betrof het de Geelbek Rietgans (A.f.fabialis), deze is inmiddels zeer zeldzaam. Tegenwoordig gaat het om de oostelijke Toendrarietgans (A.s.serrirostris) uit de midden en oostelijke Taimyr. Deze dieren zijn vaak uitgeput van een reis van 5000 km.

Deze massale aankomst staat haaks op de constateringen die u aanvoert in uw beleid waarin de maand oktober niet beschouwd wordt als een maand voor winterrust. Volgens antwoorden op technische vragen, gesteld op de Statendag van 23 september, vindt er volgens u geen toezicht plaats op het naleven van de winterrust. Er wordt ook niet uitgesloten dat winter- en trekganzen worden gedood, hetzij in de winterperiode in het kader van schadepreventie, hetzij in de periode na 14 februari, waarin het zomerregime geldt terwijl de trekganzen nog niet zijn vertrokken.

Op dit moment wordt door waarnemers op grote schaal afschot van ganzen, eenden en duiven op bewerkte akkers met resten van mais, bieten of aardappelen gemeld. Er vindt geen controle plaats, zodat ook onbekende aantallen zeldzame en trekganzen momenteel worden aan- of doodgeschoten. Wij vinden de ontstane situatie zeer zorgelijk.

Naar aanleiding hiervan hebben wij de volgende vragen:

1. Onderschrijft u de observaties van vogeltellers dat er vanaf oktober een sterke influx van zeldzame en trekganzen is in Brabant? Zo nee, waarom niet?

2. Bent u het met ons eens dat het handhaven van de winterrust en het beschermen van trekganzen een essentieel onderdeel is van het ganzenakkoord waar u steeds naar verwijst als verdediging voor uw beleid? Zo nee, waarom niet?

3. Bent u het met ons eens dat het vaststellen van de periode waarin winter- dan wel zomerregime geldt, derhalve dient te zijn afgestemd op de periode dat beschermde winterganzen hier verblijven? Zo nee, waarom niet?

4. U heeft op 4 oktober 2016 een ontheffing verleend voor het doden van ganzen. Welke verruiming van afschotmogelijkheden zijn specifiek het gevolg van de ontheffing die GS heeft verleend op 4 oktober 2016? En welke mogelijkheden voor afschot van ganzen zijn er sindsdien?

5. Op antwoord op technische vragen van 23 september geeft u aan dat ook zeldzame en beschermde ganzen worden geschoten omdat voor jagers onderscheid tussen ganzen moeilijk te maken is. Wat gebeurt er wanneer beschermde soorten, zoals de Rietgans, worden geschoten?

6. Wordt bijgehouden hoeveel ganzen er gedood worden, welke soorten het betreft, wie hierop de controle uitvoert en met welke frequentie? Is er een onafhankelijke instantie die controles en/of steekproeven uitvoert? Zo nee, waarom niet?

7. Welke instantie kan corrigerend optreden wanneer waarnemers het afschieten van beschermde ganzen constateren?

8. Ben u het met ons eens dat het afschieten van winter- en trekganzen en beschermde soorten zoals de Rietgans, in strijd is met de wet? Zo nee, waarom niet?

9. Vindt u dat het overtreden van de wet toelaatbaar is? Zo nee, waarom hanteert u geen voorzorgsbeginsel?

10. Ben u het met ons eens dat het afschieten van winter- en trekganzen en beschermde soorten zoals de Rietgans, niet congruent is met de doelstellingen van het beleid? Zo nee, waarom niet?

11. Bent u bereid hieruit conclusies te trekken en het beleid aan te passen? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: okt. 2016
Antwoorddatum: 1 nov. 2016

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Onderschrijft u de observaties van vogeltellers dat er vanaf oktober een sterke influx van zeldzame en trekganzen is in Brabant? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, er zijn meldingen ontvangen van de komst van onder andere kolganzen en toendrarietganzen.


2. Bent u het met ons eens dat het handhaven van de winterrust en het beschermen van trekganzen een essentieel onderdeel is van het ganzenakkoord waar u steeds naar verwijst als verdediging voor uw beleid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, naast het reduceren van de zomerpopulatie standganzen tot een populatie waarbij het schadeniveau acceptabel is, staat in de winterperiode rust voor trekganzen centraal.


3. Bent u het met ons eens dat het vaststellen van de periode waarin winterdan wel zomerregime geldt, derhalve dient te zijn afgestemd op de periode dat beschermde winterganzen hier verblijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja.


4. U heeft op 4 oktober 2016 een ontheffing verleend voor het doden van ganzen. Welke verruiming van afschotmogelijkheden zijn specifiek het gevolg van de ontheffing die GS heeft verleend op 4 oktober 2016? En welke mogelijkheden voor afschot van ganzen zijn er sindsdien?

Antwoord: Het betreft hier een aanpassing van de lopende ontheffing voor het doden van overzomerende ganzen. Deze aanpassing maakt het mogelijk om ook in de periode 4 tot en met 31 oktober 2016 en de periode 15 februari 2017 tot en met 31 maart 2017 op schadepercelen verjaging met ondersteunend afschot uit te voeren. Het gaat hierbij om grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen.
Daarnaast is op 9 mei 2016, naar aanleiding van het op 15 maart 2016 genomen besluit om het Faunabeheerplan te verlengen tot 1 juli 2017, besloten ook de looptijd van de winterontheffing voor het doden van grauwe ganzen en kolganzen te verlengen. Hier betreft het verjaging met ondersteunend afschot op schadepercelen in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 31 maart 2017.
Tot slot is op 12 oktober 2016 aan de FBE een ontheffing verleend voor het op jachtveldniveau doden van grauwe gans in de periode van 12 tot en met 31 oktober 2016 en van 15 februari 2017 tot en met 30 juni 2017. Beide ontheffingen zijn niet van toepassing voor de bij besluit van 12 juli 2016 aangewezen ganzenrust- en foerageergebieden.


5. Op antwoord op technische vragen van 23 september geeft u aan dat ook zeldzame en beschermde ganzen worden geschoten omdat voor jagers onderscheid tussen ganzen moeilijk te maken is. Wat gebeurt er wanneer beschermde soorten, zoals de Rietgans, worden geschoten?

Antwoord: In de beantwoording van de technische vragen van 23 september jl. is slechts aangegeven dat “het kan voorkomen dat trekganzen als gevolg van schadepreventie worden gedood.” Dit is, gelet op de verleende ontheffingen, ook onder voorwaarden toegestaan. Het kan dan gaan om in de ontheffing genoemde soorten. Afschot van beschermde soorten, zoals rietganzen, is niet toegestaan.


6. Wordt bijgehouden hoeveel ganzen er gedood worden, welke soorten het betreft, wie hierop de controle uitvoert en met welke frequentie? Is er een onafhankelijke instantie die controles en/of steekproeven uitvoert? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja. Jachthouders zijn verplicht de gedode aantallen en soorten door te geven aan de Faunabeheereenheid. De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) ziet toe op naleving van de in de ontheffingen opgenomen voorwaarden.


7. Welke instantie kan corrigerend optreden wanneer waarnemers het afschieten van beschermde ganzen constateren?

Antwoord: Afschot van beschermde ganzen (zonder geldende ontheffing) is strafbaar gesteld in de Flora- en faunawet. Hiervoor is de minister van Economische Zaken het bevoegde gezag. De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) is belast met toezicht en handhaving daarvan. Ook de (dieren-)politie kan in dergelijke gevallen optreden.
Het regionale handhavingsteam buitengebied Samen Sterk in Brabant en de toezichthouders die belast zijn met toezicht op beheer en schadebestrijding vervullen een signalerende rol richting deze instanties. Daarnaast kunnen ook de Faunabeheereenheid, de wildbeheereenheden en/of de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging corrigerend optreden naar hun leden.


8. Bent u het met ons eens dat het afschieten van winter- en trekganzen en beschermde soorten zoals de Rietgans, in strijd is met de wet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Afschot van beschermde soorten is strafbaar, met uitzondering van de gevallen waarbij sprake is van een geldende ontheffing. In de huidige situatie is het afschieten van de rietgans altijd in strijd met de wet.
Met de in antwoord op vraag 4 beschreven ontheffingen is het mogelijk dat in bepaalde perioden ook legaal een beperkt aantal winter- en trekganzen van de soorten kolgans, brandgans en grauwe gans worden geschoten.


9. Vindt u dat het overtreden van de wet toelaatbaar is? Zo nee, waarom hanteert u geen voorzorgsbeginsel?

Antwoord: Nee. Wij hebben geen reden om te veronderstellen dat de wet wordt overtreden. In de in antwoord op vraag 4 beschreven ontheffingen, is door het opnemen van voorwaarden, verbonden aan die ontheffingen, voldoende invulling gegeven aan de zorgplicht.
Er is dan geen aanvullende werking meer vanuit de algemene zorgplicht, zoals verwoord in artikel 2 van de Flora- en faunawet.


10. Bent u het met ons eens dat het afschieten van winter- en trekganzen en beschermde soorten zoals de Rietgans, niet congruent is met de doelstellingen van het beleid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Voor wat betreft de rietgans zijn wij het met u eens. Het, ter ondersteuning van verjaging, afschieten van een beperkt aantal ganzen (waaronder mogelijk ook winter- en trekganzen) is conform de doelstellingen van het beleid. Uitgangspunt is immers een acceptabel schadeniveau. De eveneens als uitgangspunt geformuleerde winterrust wordt hiermee niet in gevaar gebracht. Hiertoe zijn 6 ganzenrust- en foerageergebieden aangewezen en wordt overjarig grasland en groenbemester niet meer gezien als kwetsbaar gewas als het gaat om de winterontheffing voor verjaging met ondersteunend afschot.


11. Bent u bereid hieruit conclusies te trekken en het beleid aan te passen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Hoewel er binnen het huidige beleid sprake kan zijn van beperkt afschot van winter- en trekganzen van de soorten grauwe gans, kolgans en, in mindere mate, brandgans, is de winterrust voldoende geborgd en heeft dit afschot geen effect op de duurzame instandhouding van de populaties.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger