Vragen over het dood­schieten van een ree in Oss


Indiendatum: apr. 2016

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het doodschieten van een ree in Oss.


Geacht college,

Op 12 april jongstleden is er bij een bedrijf in Oss een gestrande ree doodgeschoten, terwijl er was afgesproken dat het dier zou worden verdoofd. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Welke instantie was in deze belast met het doden van de ree?

2. Handelde deze persoon rechtmatig? Zo nee, welke sanctie gaat u hier op laten volgen?

3. Mocht de persoon de ree op deze locatie doden zonder toestemming van de eigenaar?

4. Heeft voordat werd overgegaan tot het doden van de ree, hier over overleg plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

5. Was er op enig moment sprake van een gevaarlijke situatie?

6. Wat vindt u ervan dat er is geschoten op een bedrijventerrein waar zich ook mensen bevinden?

7. Bent u het met ons eens dat het niet nodig was om deze ree dood te schieten? Zo nee, waarom niet?

8. Bent u met ons van mening dat deze ree ook verdoofd had kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

9. Is het de normale gang van zaken dat reeën in deze situatie worden afgeschoten?

10. Bent u met ons van mening dat de procedure omtrent afschot van reeën aangepast moet worden? Zo nee, waarom niet?

11. Is in deze volgens u in het belang van het dier, of in het belang van de jager gehandeld?

12. Wiens bezit is de ree nu?

Wij vernemen graag uw reactie.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: apr. 2016
Antwoorddatum: 26 apr. 2016

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Welke instantie was in deze belast met het doden van de ree?

Antwoord: Stichting Afhandeling & Monitoring Fauna Aanrijdingen in opdracht van de politie.


2. Handelde deze persoon rechtmatig? Zo nee, welke sanctie gaat u hier op laten volgen?

Antwoord: Ja.


3. Mocht de persoon de ree op deze locatie doden zonder toestemming van de eigenaar?

Antwoord: Ja, op aanwijzing van de politie.


4. Heeft voordat werd overgegaan tot het doden van de ree, hier over overleg plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, niet met de provincie. De provincie is in dit geval geen bevoegd gezag. Wij zijn alleen bevoegd gezag indien het gaat om aangereden wild langs onze eigen provinciale wegen.


5. Was er op enig moment sprake van een gevaarlijke situatie?

Antwoord: Ja. Naar het oordeel van de politie bestond er gevaar voor het wegverkeer indien de ree op de weg zou zijn gekomen.


6. Wat vindt u ervan dat er is geschoten op een bedrijventerrein waar zich ook mensen bevinden?

Antwoord: Wij zijn van mening dat dit geoorloofd is indien de openbare veiligheid in het geding is. Het is aan het bevoegd gezag ter plaatse om hierover te oordelen.


7. Bent u het met ons eens dat het niet nodig was om deze ree dood te schieten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het is aan het bevoegd gezag ter plaatse om dit te beoordelen.


8. Bent u met ons van mening dat deze ree ook verdoofd had kunnen worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het is aan het bevoegd gezag ter plaatse om dit te beoordelen.


9. Is het de normale gang van zaken dat reeën in deze situatie worden afgeschoten?

Antwoord: Ja, indien de openbare veiligheid in het geding is.


10. Bent u met ons van mening dat de procedure omtrent afschot van reeën aangepast moet worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, de procedure ten aanzien van het afschot van aangereden wild is niet aan de orde omdat het hert niet is aangereden en omdat er is gehandeld op aanwijzing van de politie.


11. Is in deze volgens u in het belang van het dier, of in het belang van de jager gehandeld?

Antwoord: Er is gehandeld in het algemeen belang in het kader van de openbare veiligheid.


12. In wiens bezit is de ree nu?

Antwoord: Deze informatie is niet bij ons bekend.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger