Vragen over het ontwerp­be­sluit op de aanvraag voor uitbreiding van varkens­slach­terij VION Boxtel BV


Indiendatum: 25 mei 2020

Geacht college,

In augustus 2019 heeft VION Boxtel BV een vergunning aangevraagd voor het uitbreiden van de varkensslachterij in Boxtel. In maart dit jaar heeft u een ontwerpbesluit genomen over deze aanvraag voor een vergunning Wet natuurbescherming. In 2015 verleende uw college eerder een vergunning voor uitbreiding van deze varkensslachterij.

In het recente ontwerpbesluit wordt voor de uitgangsituatie uitgegaan van de vergunning die in 2015 is verleend. De emissies van de uitgangssituatie in het ontwerpbesluit komen echter niet overeen met de vergunde situatie in 2015.

Voor de NH₃-emissie geldt dat deze in 2015 is vergund voor 84 kg/jr, terwijl in het ontwerpbesluit wordt uitgegaan van 100,62 kg/jr. De beoogde situatie in de recente aanvraag gaat uit van 98,47 kg/jr.

Voor de NOₓ-emissie geldt dat deze in 2015 is vergund voor 5.789 kg/jr, terwijl in het ontwerpbesluit wordt uitgegaan van 4.783,52 kg/jr. De beoogde situatie in de recente aanvraag gaat uit van 4.802,09 kg/jr.

1. Hoe is het verschil tussen deze emissies te verklaren?

2. Heeft VION Boxtel BV de afgelopen 5 jaar meer NH₃ uitgestoten dan vergund? Zo ja, wat gaat u met dat gegeven doen?

3. Afgaande op de in 2015 vergunde situatie is er een toename van NH₃-emissie en een afname van NOₓ-emissie te verwachten, als het ontwerpbesluit wordt aangenomen. Afgaande op de uitgangssituatie zoals vermeld in het ontwerpbesluit is de verwachting juist andersom. Hoe zit dit nu?

In de ontwerpbeschikking besluit u dat de vergunning van 2015 blijft gelden voor het daarin vergunde project “totdat de uitbreiding/wijziging van het beoogde project in onderhavige vergunning is gerealiseerd dan wel uitgevoerd”.

4. Betekent bovenstaande dat het project, waarvoor in 2015 de vergunning is verleend, nog niet is gerealiseerd? Zo ja, waarom heeft u de betreffende vergunning 3 jaar na verlening niet ingetrokken? Zo nee, hoe moeten wij bovenstaande dan lezen?

In de aangevraagde situatie van de vergunning uit 2015 is uitgegaan van geen NH₃-emissie uit vervoersbewegingen. In de aangevraagde situatie zoals te zien in het ontwerpbesluit van 2020 wordt echter wel uitgegaan van NH₃-emissie uit vervoersbewegingen.

5. Hoe verklaart u het verschil tussen geen NH₃-emissie uit vervoersbewegingen in 2015 en wel NH₃-emissie uit vervoersbewegingen in 2020?

6. Wordt in het ontwerpbesluit rekening gehouden met de wachtende vrachtwagens met varkens, als bron van NH₃-emissie? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Voor de berekening van verschillen in depositiewaarden is uitgegaan van de uitgangspositie zoals vermeld in het ontwerpbesluit, en niet van de in 2015 vergunde situatie. Uitgaande van de vergunde situatie is er geen sprake van een afname van ammoniakemissie, maar juist van een toename.

7. Betekent dit dat de berekende depositiewaarden nu niet kloppen, en dat er wellicht geen sprake is van “een gelijkblijven van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie”? Zo nee, hoe zit dit dan?

8. Kan het zijn dat hierdoor in werkelijkheid sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen – waarvan de kritische depositiewaarden al zijn overschreden – waardoor de vergunning niet verleend kan worden, gezien de ‘PAS-uitspraak’ van de Raad van State van 29 mei 2019?

9. Bent u het met ons eens dat er met de beoogde uitbreiding sprake is van toename van emissie, en dat daarom gesaldeerd zal moeten worden? Zo ja, op welke wijze gaat gesaldeerd worden?


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld,
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 25 mei 2020
Antwoorddatum: 16 jun. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Hoe is het verschil tussen deze emissies te verklaren?

Antwoord:
Het antwoord hierop is tweeledig.
- De emissies en effecten op de luchtkwaliteit zijn voor de vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming, d.d. 30 juni 2015, berekend met het programma ‘Geomilieu’. Dit rekenprogramma kent, in tegenstelling tot het rekenmodel AERIUS, bij vervoersbewegingen geen ammoniakemissie toe. Een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming wordt afgegeven voor een project en alles wat daar onlosmakelijk mee samenhangt, dus ook vervoersbewegingen. De berekeningen behorende bij de huidige aanvraag zijn uitgevoerd met het rekenmodel AERIUS;
- Aan de in de ‘Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant’ opgenomen voorwaarden met betrekking tot intern salderen is voldaan. Hierdoor zijn in de uitgangssituatie de emissiebronnen die niet zijn gerealiseerd niet opgenomen.


2. Heeft VION Boxtel BV de afgelopen 5 jaar meer NH₃ uitgestoten dan vergund? Zo ja, wat gaat u met dat gegeven doen?

Antwoord:
De toename van emissie, zoals weergegeven in de inleiding, wordt enkel veroorzaakt door het rekenmodel AERIUS die aan de vervoersbewegingen enige ammoniakemissie toekent. Deze vervoersbewegingen zijn vergund. Hierdoor is geen sprake van meer ammoniakemissie dan vergund.


3. Afgaande op de in 2015 vergunde situatie is er een toename van NH₃-emissie en een afname van NOₓ-emissie te verwachten, als het ontwerpbesluit wordt aangenomen. Afgaande op de uitgangssituatie zoals vermeld in het ontwerpbesluit is de verwachting juist andersom. Hoe zit dit nu?

Antwoord:
Zie de beantwoording van vraag 1 en 2.


4. Betekent bovenstaande dat het project, waarvoor in 2015 de vergunning is verleend, nog niet is gerealiseerd? Zo ja, waarom heeft u de betreffende vergunning 3 jaar na verlening niet ingetrokken? Zo nee, hoe moeten wij bovenstaande dan lezen?

Antwoord:
Bovenstaande betekent dat de vergunning van 2015 blijft gelden tot de beoogde situatie in het ontwerpbesluit is gerealiseerd. Een gering deel van het in 2015 vergunde project is nog niet gerealiseerd. Dit betreft een gewijzigde uitvoering van een reeds vergund gebouw (wordt kleiner uitgevoerd) en het vervallen van het in 2015 vergunde vrieshuis.


5. Hoe verklaart u het verschil tussen geen NH₃-emissie uit vervoersbewegingen in 2015 en wel NH₃-emissie uit vervoersbewegingen in 2020?

Antwoord:
Zie de beantwoording van vraag 2.


6. Wordt in het ontwerpbesluit rekening gehouden met de wachtende vrachtwagens met varkens, als bron van NH₃-emissie? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, de wachtende vrachtwagens met varkens zijn niet als bron opgenomen. In de aanvraag, die onderdeel uitmaakt van de vergunning, is opgenomen dat de varkens nuchter worden aangevoerd. Dit is ook contractueel vastgelegd met de leveranciers. Hierdoor zijn de varkens geen NH3-emissiebron.


7. Betekent dit dat de berekende depositiewaarden nu niet kloppen, en dat er wellicht geen sprake is van “een gelijkblijven van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie”? Zo nee, hoe zit dit dan?

Antwoord:
Zie de beantwoording van vraag 1 en 2. Uit de AERIUSverschilberekening blijkt dat er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie.


8. Kan het zijn dat hierdoor in werkelijkheid sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen – waarvan de kritische depositiewaarden al zijn overschreden – waardoor de vergunning niet verleend kan worden, gezien de ‘PAS-uitspraak’ van de Raad van State van 29 mei 2019?

Antwoord:
Nee, er geen sprake van een toename van stikstofdepositie.


9. Bent u het met ons eens dat er met de beoogde uitbreiding sprake is van toename van emissie, en dat daarom gesaldeerd zal moeten worden? Zo ja, op welke wijze gaat gesaldeerd worden?

Antwoord:
Nee, er is geen sprake van een toename van stikstofdepositie en hierdoor is er geen noodzaak en verplichting om saldering toe te passen.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

M.J. van den Dries,
programmamanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving