Vragen over het rooien van bomen op het ‘Water­front de Veene’ in gemeente Aalburg


Indiendatum: jul. 2016

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het rooien van bomen op het ‘Waterfront de Veene’ in gemeente Aalburg.


Geacht college,

In het kader van het bouwproject ‘Waterfront de Veene’ wordt een aantal bomen gekapt. In het werkplan (Cobra ecoadviseurs: Ecologisch werkplan Waterfront De Veene Veen, referentie 300234) is aangegeven dat er met uitvoering van de plannen geen essentieel foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen verloren gaat.

Het advies in het werkplan is om de aanwezige bomen en struiken te rooien na 1 december en voor 1 maart, omdat de kans dat dan bewoonde nesten aanwezig zijn erg klein zou zijn. In tegenspraak met het advies zou de aannemer de laatste twee maanden al bomen hebben gerooid.

In de Zoogdiervereniging-brochure 'Vleermuizen, Bomen en Bos’ is op te maken dat bomen ook in de nazomer/herfst belangrijke functies voor vleermuizen hebben.

In het werkplan is ook te lezen dat de gemeente en de Provincie meerdere malen overleg hebben gevoerd, in het kader van de uitvoerende werkzaamheden. In het kader van de werkzaamheden in en nabij de EHS, zou geen aanvullende vergunning nodig geacht zijn.

Wij hebben hierover enkele vragen.

1. Bent u van mening dat, met inachtneming van de Zoogdiervereniging-brochure, de Flora en fauna quickscan en de daaruit volgende adviezen deugdelijk zijn? Zo ja, hoe zijn de tegenstrijdige gegevens over het gebruik van bomen door vleermuizen te rijmen?

2. Welke overwegingen hebben er toe geleid te besluiten dat er geen ontheffing artikel 75 Flora- en Faunawet nodig is voor het rooien van de bomen?

3. Kunt u bevestigen of ontkrachten dat de laatste twee maanden (en dus in tegenspraak met het ecologisch advies) al bomen zijn gerooid?

4. Is het verplicht dat er bij werkzaamheden zoals het schouwen van te rooien flora in combinatie met de aanwezigheid van beschermde dieren een deskundige aanwezig is? Is dat gebeurd?

5. Indien er momenteel al bomen worden gerooid: is dit afgesproken in het overleg dat u met de gemeente heeft gehad? Zo ja, waarom wordt hierin het advies niet opgevolgd? Zo nee, bent u nu nog steeds van mening dat er geen aanvullende vergunning nodig zou zijn?

6. Wat kan er nu nog worden gedaan om de schade te beperken?

7. Welke (extra) maatregelen voor de bescherming van de vleermuizen worden er nog genomen?

Wij vernemen graag uw reactie.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: jul. 2016
Antwoorddatum: 23 aug. 2016

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u van mening dat, met inachtneming van de Zoogdierenverenigingbrochure, de Flora en fauna quickscan en de daaruit volgende adviezen deugdelijk zijn. Zo ja, hoe zijn de tegenstrijdige gegevens over het gebruik van bomen door vleermuizen te rijmen?

Antwoord: U doelt op adviezen die zijn uitgebracht in het kader van art 75 Flora- en Faunawet. Hier gaan wij als provincie niet over, art 75 Flora- en Faunawet is een bevoegdheid van de Minister van Economische Zaken.


2. Welke overwegingen hebben er toe geleid te besluiten dat er geen ontheffing artikel 75 Flora- en Faunawet nodig is voor het rooien van de bomen?

Antwoord: Zie beantwoording vraag 1


3. Kunt u bevestigen of ontkrachten dat de laatste twee maanden (en dus in tegenspraak met het ecologische advies) al bomen zijn gerooid?

Antwoord: Wij kunnen bevestigen, noch ontkrachten dat er in de laatste twee maanden bomen zijn gerooid.


4. Is het verplicht dat er bij werkzaamheden zoals het schouwen van te rooien flora in combinatie met de aanwezigheid van beschermde dieren een deskundige aanwezig is? Is dat gebeurd?

Antwoord: Zie beantwoording vraag 1


5. Indien er momenteel al bomen worden gerooid: is dit afgesproken in het overleg dat u met de gemeente heeft gehad? Zo nee, bent u nu nog steeds van mening dat er geen aanvullende vergunning nodig zou zijn?

Antwoord: Nee, dit is niet afgesproken in het overleg dat de provincie heeft gehad met de gemeente. Overleg dat er is geweest met de gemeente heeft plaatsgevonden in het kader van de bestemmingsplan procedure. Dit overleg betrof niet de ontheffingverlening in het kader van de Flora- en Faunawet, want bevoegdheid ligt bij Minister van economische zaken, zie antwoord op vraag 1


6. Wat kan er nu nog worden gedaan om de schade te beperken

Antwoord: Ons is niet bekend of er überhaupt schade is en als er schade zou zijn hebben wij als provincie hierin geen bevoegdheid. Zie beantwoording vraag 1


7. Welke (extra) maatregelen voor de bescherming van de vleermuizen worden er nog genomen?

Antwoord: De toelichting bij het definitieve bestemmingsplan benoemt een aantal maatregelen, die de kwaliteit van het leefgebied van vleermuizen zal versterken.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger