Vragen over het vangen en verplaatsen van bevers


Indiendatum: nov. 2015

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het vangen en verplaatsen van bevers.


Geacht college,

Aan de Faunabeheereenheid Noord-Brabant is op 3 februari 2015 een ontheffing verleend voor het vangen, het met het oog hierop op te sporen, onder zich hebben, vervoeren en uitzetten van bevers, voor het opzettelijk verontrusten van bevers en voor het vernielen van hun holen en burchten, voor het gebruik van speciaal voor het vangen van bevers gemaakte levend-vangkooien, geldend voor alle infrastructurele dijklichamen en waterlopen in de gehele provincie Noord-Brabant.

Wij hebben hierover eerder vragen gesteld en ondertussen zijn bij ons onderstaande vragen gerezen.

1. Is er al gebruikt gemaakt van de ontheffing? Zo ja, waar, wanneer en met welke reden?

2. Indien er gebruik gemaakt gaat worden, of gebruik gemaakt is, van de ontheffing, worden/werden preventieve maatregelen – zoals het plaatsen van een beverwerend raster – overwogen? Zo ja, wat zijn de doorslaggevende argumenten in deze overweging (geweest)? Zo nee, waarom niet?

In antwoord op eerdere vragen gaf u aan dat de Zoogdiervereniging adviseert over de wijze van vangen, verplaatsen en uitzetten.

3. Welke instantie is verantwoordelijk voor de beslissing dat bevers verplaatst moeten worden? Is de Zoogdiervereniging ook betrokken bij het maken van die beslissing? Zo ja, welke rol heeft de Zoogdiervereniging in deze? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Indiendatum: nov. 2015
Antwoorddatum: 15 dec. 2015

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Is er al gebruikt gemaakt van de ontheffing? Zo ja, waar, wanneer en met welke reden?

Antwoord: Ja. Er is twee keer gebruikt gemaakt van de ontheffing. In juni 2015 zijn voor een ingang van een mogelijk beverhol in het kanaal van Deurne twijgen geplaatst om te bepalen of een hol in gebruik is bij bevers. Er bleken geen bevers aanwezig te zijn. Medio september 2015 is gebruik gemaakt van de ontheffing na de vondst van een oeverhol van bevers in de primaire waterkering langs het Oude Maasje te Waalwijk. In beide gevallen is gebruik gemaakt van de ontheffing vanwege het gevaar dat een beverhol in dijken met zich mee kan brengen voor de openbare veiligheid indien dijklichamen of waterlopen worden aangetast.


2. Indien er gebruik gemaakt gaat worden, of gebruik gemaakt is, van de ontheffing, worden/werden preventieve maatregelen – zoals het plaatsen van een beverwerend raster – overwogen? Zo ja, wat zijn de doorslaggevende argumenten in deze overweging (geweest)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, indien schade wordt verwacht zal, afhankelijk van de situatie, een beverwerend raster geplaatst worden. Alle waterlopen uitrasteren in Noord- Brabant is echter niet uitvoerbaar en ongewenst vanuit ecologisch standpunt. In het geval van de in antwoord 1 genoemde bevers in Waalwijk hadden de bevers reeds een holenstelsel gemaakt in de primaire dijk, waarbij het kwelscherm was doorgraven. Het kwelscherm in de dijk voorkomt dat kwelwater onder de dijk stroomt en borgt de stabiliteit van de dijk. Van het plaatsen van een beverwerend raster ging daarom geen preventieve werking meer uit. Om risico’s voor de openbare veiligheid te voorkomen was het daarom noodzakelijk de bevers te verplaatsen en het hol te ontmantelen.


3. Welke instantie is verantwoordelijk voor de beslissing dat bevers verplaatst moeten worden? Is de Zoogdiervereniging ook betrokken bij het maken van die beslissing? Zo ja, welke rol heeft de Zoogdiervereniging in deze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De beoordeling of ingrijpen bij bevergraafwerk in waterkeringen in een concreet geval noodzakelijk is ligt bij het waterschap. De Zoogdiervereniging wordt betrokken bij alle beververplaatsingen. Zij adviseren over de wijze van vangen, verplaatsen en uitzetten.
Zodra het besluit tot ingrijpen in Waalwijk was genomen, is de Zoogdiervereniging ingeschakeld voor het plan van aanpak voor de verplaatsing van de bevers. Advisering van de Zoogdiervereniging heeft betrekking op realisatie van een ander onderkomen, de wijze van ontmoedigen van bevers om het bestaande hol te gebruiken, het bepalen of het hol leeg is, het ontmantelen hiervan en het inrichten van het beoogde nieuwe leefgebied. Een beverdeskundige van de Zoogdiervereniging was in Waalwijk ter plekke aanwezig voor beoordeling van de situatie, bij de handelingen tot verplaatsing van de dieren en bij het ontmantelen van het hol. Op basis van het advies van de Zoogdiervereniging en dat van de ecologen van het waterschap is een eenmalige machtiging aangevraagd bij de Faunabeheereenheid, de houder van de ontheffing.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

voorzitter, secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger