Begro­tings­wij­ziging Uitvoe­rings­taken vergun­ning­ver­lening, toezicht en hand­having (VTH) Wet natuur­be­scherming


1 december 2017

Eerste termijn, 1 december 2017

Voorzitter,

De uitvoeringskosten voor de VTH-taken in het kader van de Wet natuurbescherming zijn voor 2018 geschat op 3.9 miljoen. 1,8 Miljoen heeft betrekking op taken waarvoor de provincie al jarenlang bevoegd gezag is en waarvoor dus structurele dekking aanwezig is. De discussie van vandaag gaat vooral over de taken die sinds 1 januari bij de provincie zijn gekomen.

Allereerst valt op dat de kostenbegroting voor deze taken nogal onhandig is verlopen. Om alleen de kosten op te nemen die de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) maakte, zonder rekening te houden met het voorafgaande advieswerk van de ODBN (Omgevingsdienst Brabant Noord) is nogal onhandig. ik zou toch verwachten dat bij ODBN deze taken bekend zouden moeten zijn en dus van meet af aan in de prognose opgenomen hadden moeten worden. Of valt dit advieswerk onder de eerder genoemde reeds bestaande taken en is er dus eigenlijk sprake van een verkapte prijsstijging?

Voor de nieuwe taken wordt dekking van 2,1 miljoen gezocht. Deze komt deels uit de opbrengst van leges, die daarvoor soms fors moeten worden verhoogd. Op zich is dat merkwaardig als je er vanuit gaat dat deze taken ook vroeger werden gedaan door RVO en ODBN samen. Als alles nu door ODBN wordt uitgevoerd zou ik eerder een efficiencywinst verwachten.

Bij de stijging van de legeskosten wordt opgemerkt dat voor particuliere ontheffingsverzoeken soortenbescherming mogelijk zal worden aangehaakt bij de omgevingsvergunning en dat dan bij de provincie een VVGB (verklaring van geen bedenkingen) wordt gevraagd. Heeft u dit effect al opgenomen in de begroting? Hoeveel kosten zou dit voor de provincie opleveren? Maar het belangrijkste vind ik in dit kader de kwaliteit van besluitvorming. De gemeente zal in het kader van de WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) moeten oordelen of er voor gebieds- en/of soortenbescherming een VVGB moet worden aangevraagd. Maar juist op gemeentelijk niveau wordt vaak geoordeeld dat een nieuwe ontwikkeling wel gunstig is voor wonen, werk of recreatie en dan is men eerder geneigd een procedure zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Het afgeven van vergunningen in het kader van de PAS (Programma Aanpak Stikstof) leidt kennelijk tot heel wat problemen. AERIUS is aangepast en tijdelijk stilgelegd. Kwetsbare leefgebieden en diersoorten zijn toegevoegd aan de te berekenen effecten en dit leidt tot de conclusie dat de ontwikkelruimte in het kader van PAS voor de eerste periode al is opgebruikt en dat we al een deel van de ruimte voor de tweede periode hebben gebruikt. Verder blijkt dat de ammoniakuitstoot in de praktijk niet daalt, of dit nu komt door mestfraude of te optimistische berekeningen laat ik in het midden, maar zeker is dat de uitvoering en controle op de PAS extra werk met zich mee zal brengen. De kosten voor de behandeling van lopende verzoeken gaan omhoog en sommige verzoeken moeten opnieuw worden beoordeeld. Met name bij ODBN blijft realisatie achter bij het werkprogramma door een tekort aan capaciteit, met name door onvoldoende invulling van vacatures en door ziekteverzuim. Welke consequenties heeft dit? Zijn alle effecten in de begroting opgenomen?

Van de voorgestelde dekking van 840.000 euro komt 510.000 euro uit begrotingspost natuurwet, deze is in principe hiervoor bedoeld. Nu deze is uitgeput is geen budget meer beschikbaar voor bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of inhuur extra capaciteit. De 180.000 euro komt uit de begrotingspost PAS/N2000 en 150.000 euro komt uit de post soortenbescherming. Dit laatste gaat daarmee direct ten koste van de ondersteuning van soortenbeschermingsprojecten. Uit de evaluatie van BrUG blijkt nu juist dat dergelijke projecten erg belangrijk zijn voor behoud en herstel biodiversiteit. Wij zijn dan ook van mening dat dit geld niet mag worden ingezet voor andere doelen, zoals de financiering van VTH-taken. We dienen samen met GroenLinks een amendement in.


Tweede termijn, 15 december 2017

Voorzitter,

In 1e termijn hebben we samen met GroenLinks een amendement ingediend, omdat we het onwenselijk vinden dat geld van het programma soortenbescherming wordt ingezet om de begroting VTH-taken kloppend te krijgen. Dat wil niet zeggen dat we geen begrip hebben voor de problemen bij de begroting van VTH of dat we deze taken zouden willen frustreren.

De essentie van ons bezwaar is dat het programma soortenbescherming een onmisbare bijdrage levert aan onze doelen en dat wij dat geld niet voor niets hebben gevoteerd. Voor dit geld willen we ook resultaat zien! Het gaat hier niet om de aanbesteding van een weg die wel eens goedkoper kan uitvallen. Het gaat om projecten tot zover als het budget reikt. En dan bestaat er dus geen onderbesteding, alleen maar onderprestatie. Als regelmatig blijkt dat van de voorgenomen 6 projecten er maar 4 worden gerealiseerd, dan moet je kennelijk 10 projecten op de plank hebben om er 6 vol te maken, maar dat moet dan ook wel gebeuren, want onze doelen zijn nog lang niet bereikt.

Een onderbesteding in het programma natuur, waar men zo achter loopt op de doelen zou niet mogelijk moeten zijn. Actie is broodnodig, ook als dat betekent dat er zonder de manifestpartners natuur wordt gerealiseerd.

GS beloven nu, om als er in 2017 een overschot is bij Ecologie, dit alsnog te besteden aan PAS en soortenbescherming. Daarmee lijkt de kou uit de lucht. Maar we blijven wijzen op de noodzaak van feitelijke prestaties in plaats van goede bedoelingen, en op de noodzaak van juiste informatie.

Waarom wordt soortenbescherming eigenlijk gezien als een ontwikkelingsmaatregel en de uitvoering van VTH Wet natuurbescherming, waar weliswaar vergunningen worden verleend maar waar het met de T van toezicht en de H van handhaving karig is gesteld, als een beschermingsmaatregel?

We handhaven het amendement.