Bestuurs­ak­koord en bepaling aantal zetels in Gede­pu­teerde Staten


22 april 2011

Allereerst wil ik natuurlijk op deze plek onze kiezers bedanken voor het feit dat wij hier in deze Staten vertegenwoordigd zijn. In een interview in het Brabants Dagblad heb ik al gezegd dat wij ons ook een winnaar voelen. Met één zetel kunnen wij dierenwelzijn onder de aandacht brengen van de Staten en het college van GS.
Voor ons ligt het bestuursakkoord van VVD, CDA en SP; een bestuursakkoord op hoofdlijnen maar met opvallend veel details. Een compliment aan de coalitie. Zelden kwamen er bij zo weinig woorden zoveel vragen bij mij op. Bijvoorbeeld: Waarom is er in het geheel geen aandacht voor dieren? Als Partij voor de Dieren willen wij een gedeputeerde graag aanspreekpunt laten zijn voor dierenwelzijn en diergerelateerde onderwerpen. Wij dienen daarvoor een motie in.
Waarom wordt er in het bestuursakkoord uitdrukkelijk gekozen voor meer asfalt terwijl dit een enorme aanslag op de begroting betekent en nut en noodzaak helemaal niet duidelijk zijn en men echte alternatieven links laat liggen. Burgers worden niet of nauwelijks betrokken bij de besluitvorming. Zij worden geconfronteerd met voorgekookte oplossingen. Waarom wordt niet expliciet gesproken over megastallen? Ik hoorde net dat de SP al tevreden was dat de intensieve veehouderij en duurzame landbouw waren opgenomen. De SP denkt misschien dat de vlag al uit kan, maar ik denk dat zij zich sterk vergist. Megastallen Nee heeft duidelijk aangetoond dat er voor intensieve veehouderij geen draagvlak is op het platteland en dat de burgers gehoord willen worden. Daar ligt de grootste uitdaging voor Provinciale Staten. Hoe kunnen wij in Brabant de burgers beter betrekken bij beslissingen die verregaande gevolgen hebben voor onze leefomgeving?
Op een dag als vandaag – earth day – verlangen de mensen naar positieve impulsen op het gebied van dierenwelzijn, natuur en milieu. Het is duidelijk dat er keuzes moeten worden gemaakt. Gek genoeg zijn die keuzes zelfs in deze crisistijd niet moeilijk. Voor de Partij voor de Dieren zijn die keuzes kristalhelder. Het enige vereiste is een toekomstvisie met durf, zo u wilt: off the road denken, van de geijkte paden afgaan, natuurlijk in spreekwoordelijke zin.
Gezien de huidige situatie waarin Brabant verkeert, waarin Brabant slecht scoort op het gebied van biodiversiteit en luchtkwaliteit, waarin wij echt te maken hebben met een ecologische crisis door een verregaande aantasting van onze leefomgeving, is het tijd een andere richting te kiezen. De belangrijkste vraag is, of wij in Brabant kiezen voor wat echt toekomst heeft, of blijven wij
een beetje aanmodderen. Gaan wij door met pleisters plakken of gaat de patiënt nu echt onder het mes? Met het huidige akkoord vrees ik dat het aanmodderen en pleisters plakken wordt.
Gezien de crisistijd moet de provincie geld besparen. Dat begint heel simpel met "nee" verkopen. Nee tegen het herschikken van het landelijk gebied, nee tegen bredere provinciale wegen zoals de noordoost tangent, de N279 en de N69. Nee tegen komomleidingen, nee tegen logistieke parken, nee tegen nieuwe bedrijventerreinen, nee tegen de groei van vliegvelden, nee tegen BrabantStad Culturele Hoofdstad en nee tegen investeringen in mestvergisting en WKK (Warmte-Kracht Koppeling) op aardgas. Nee tegen een verdere afbreuk van onze natuur door integrale aanpakken. Het zijn exact tien punten en zij geven een enorme besparing, zowel financieel als op het terrein van milieukosten. Misschien moeten wij zelfs wel nee zeggen tegen duurzame landbouw. Het coalitieakkoord bevat weinig woorden, nog net geen 1800, maar de alarmbellen zijn wel gaan rinkelen bij de Partij voor de Dieren als duurzame landbouw betekent maatwerk voor het oplossen van knelpunten in de intensieve veehouderij, een verdere ongewenste uitbreiding in het buitengebied en anticiperend op het beleid subsidies voor luchtwassers en mestvergisters via het Masterplan Energie. Ik lees in het coalitieakkoord geen oplossingen voor de problemen van de intensieve veehouderij, zoals zoönose, fijnstof, het gebruik van antibiotica, verzuring, verdroging en overbemesting; allemaal grootschalige milieuproblemen voor Brabant. Onze fractie is bang dat duurzame landbouw alleen een andersoortige landbouw wordt: meer van hetzelfde zonder enig mededogen voor dieren, zonder aandacht voor natuur en milieu. Daarom wil de Partij voor de Dieren aan het toekomstige college van Gedeputeerde Staten vragen de aanpak van duurzame landbouw verder uit te werken en te kiezen voor biologische en grondgebonden landbouw. Wij dienen daarvoor later een motie in, want helaas kon ik haar niet uitgeprint krijgen.
Wanneer wij spreken over echt biologische landbouw kiezen wij voor dierenwelzijn. Wij weten dat biologische bodems meer leven en meer organisch materiaal bevatten, waardoor de gronden meer water kunnen bergen en meer opbrengst genereren. Grondgebonden landbouw leidt tot minder vervoersbewegingen en is een oplossing voor het Brabantse mestprobleem. Bij biologische en grondgebonden landbouw wordt aanzienlijk minder energie verbruikt en worden aanzienlijk minder broeikasgassen uitgestoten. Het moge duidelijk zijn dat met biologische en grondgebonden landbouw milieukosten worden bespaard.
De Partij voor de Dieren heeft net al een lijstje genoemd met "nee": asfalt, economische onnodigheden en culturele uitspattingen. Zij verwacht dat veel geld bespaard kan worden door mschakeling naar biologische en grondgebonden landbouw. Er zijn ook dingen waartegen wij "ja" moeten zeggen. Het is absoluut noodzakelijk om te komen tot een andersoortig landbouwbeleid, maar er moet ook een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen kernnatuur en belevingsnatuur. Bij kernnatuur staan behoud en versterking van biodiversiteit en ecologische waarden voorop. Belevingsnatuur is voor ontspanning, recreatie en toerisme, voor verweving met stedelijk gebied en geschikt voor agrarisch beheer.
Verder is het absoluut noodzakelijk dat de EHS gerealiseerd wordt. Het is in het belang van Brabant dat als het Rijk de EHS links laat liggen, Brabant zelf de verantwoordelijkheid daarvoor neemt en de EHS tot aan 2018 geheel realiseert. Daarvoor kan het geld besteed worden dat wij zojuist bespaard hebben.
Waaraan moeten wij verder ons geld uitgeven? De PvdD zegt ja voor een diervriendelijke provincie; ja voor de EHS, ja voor biologische grondgebonden boeren, ja voor glasvezel als digitale snelweg, ja voor meer en beter openbaar vervoer, ja voor elektrisch vervoer, ja voor energiebesparing, ja voor duurzame energie uit zon en wind, ja voor de steun aan ouderen, ja voor de ondersteuning van cultuur en van het culturele erfgoed. Voor deze tien ja-punten wil de Partij voor de Dieren zich de komende jaren inzetten.