Initi­a­tief­voorstel opvang inheemse dieren in nood


12 oktober 2012

De heer Van der Wel (PvdD):
Voorzitter, ik wil graag alle fracties hartelijk danken voor hun goede inbreng tijdens de commissievergaderingen. Het was structureel, kritisch en we hebben er veel aan gehad. We hebben ook onze uiterste best gedaan om zoveel mogelijk zaken mee te nemen in onze nota en de voorbereiding. Er zijn namens fracties complimenten uitgedeeld aan ons en onze ondersteuning. Bij dezen wil ik die graag doorgeven. De arbeid heeft zijn vruchten zeker in dit goede stuk afgeworpen. Dus ook bij dezen namens mij bedankt voor de ondersteuning.

Sinds 1 juli 2012 moeten opvangcentra voor inheemse dieren zoals (roof)vogels, egels en vleermuizen aan strengere eisen voldoen. Dat is helemaal niet erg want de kwaliteit van opvang moet gewoon goed zijn. De keerzijde is wel dat de opvangcentra meer moeten investeren en mede vanwege de crisis wordt het steeds moeilijker om aan middelen te komen. Volgens de centra is de rek er uit en het is te verwachten dat een aantal opvangcentra de deuren zal moeten sluiten. En dan komen de gewonde dieren, die bijvoorbeeld onder een auto zijn gekomen, letterlijk in de kou te staan.

Als Partij voor de Dieren zien we wel het provinciale belang van een goede opvang voor inheemse dieren en daarom vragen wij met dit voorstel alle politieke partijen in de provincie om een provinciebrede opvangstructuur financieel te ondersteunen. Er is een nieuw centrum nodig in Oost-Brabant en er zijn structurele middelen nodig. De bedragen daarvoor zijn niet schokkend, veel minder dan 10 cent per Brabander per jaar oftewel eenmalig €300.000 euro en structureel €150.000 euro per jaar. Daarvoor kunnen vele duizenden dieren worden opgevangen. Legitiem is onze vraag zeker want de provincie gaat over de natuur en daar horen deze dieren wat ons betreft gewoon bij. Daarbij, wij gaan als Staten zelf over ons beleid, dus wij hebben er een grote stem in.

Opvangcentra voor inheemse dieren spelen niet alleen een rol voor de dieren, ze spelen ook een belangrijke maatschappelijke rol. Burgers hebben wettelijk gezien, misschien in tegenstelling tot de provincie, wel een zorgplicht om gewonde dieren in nood te helpen. Dat kunnen mensen zonder opleiding niet, daar is veel kennis en expertise voor nodig. Deze centra hebben zich de afgelopen decennia belangeloos ingezet om dat hiaat in de wetgeving in te vullen. En het blijkt dat deze centra meer dan ooit nodig zijn. De afgelopen jaren is een stijging in maatschappelijke betrokkenheid van burgers te zien. Steeds vaker brengen mensen gewonde dieren weg. Wij als provincie promoten ook dat mensen de natuur in gaan om de natuur te beleven. Dan is het logisch dat men met gewonde dieren wordt geconfronteerd die op enigerlei manier in de problemen zijn gekomen. Daar tegenover staat dat de wetgeving ook zegt dat wij niet moeten ingrijpen in de natuurlijke processen. Dus het is geen actieve rol die we hebben, het is een passieve rol als burger.

Uit ons eigen onderzoek blijkt dat het aantal opgevangen dieren nog elk jaar stijgt, in 2010 was die stijging in Brabant 33%. De natuur in Nederland staat steeds meer onder druk en dan stijgt ook het aantal gewonde dieren. Daar kun je als provincie niet de ogen voor sluiten, het is een feit. Minister Verburg schreef op 6 maart 2009 dat zij geen problemen voorzag bij de invoering van nieuwe, strengere eisen. Uit onze enquête van september 2011 blijkt dat 4 van de 5 grote(re) centra in Brabant aangeven niet of moeilijk aan de eisen te kunnen voldoen; ze verwachten dan ook financiële problemen. Landelijk voldoen sinds 1 juli 2012 slechts 43 van 92 opvangcentra aan de nieuwe eisen. In Brabant is dat ongeveer de helft. Dat betekent dus een enorme afname van de opvangcapaciteit.

In een gesprek met de voorzitter van vogelopvang in Zundert deze week, naar aanleiding van deze Statenvergadering gaf Charles Brosens aan dat het opvangcentrum in Zundert afstevent op een tekort van tussen de 10.000 en 15.000 euro. Dat bedrag betalen ze nu uit hun reserve en dat betekent dat er eigenlijk geen geld was om dit jaar alle dieren op te vangen. Laten we eerlijk zijn, als de grootste vogelopvang van Brabant zegt dat het lastig wordt, dan is dat een teken aan de wand.

Wat onze partij betreft is het klip en klaar. De opvangcentra, waar bijna 200 vrijwilligers werkzaam zijn, en de dierenambulances zijn allemaal nodig.

De heer Kuijken (CDA):
Er wordt ook een voorstel gedaan voor 30% cofinanciering. In het stuk staat dat veel opvangcentra volledig afhankelijk zijn van giften. Nu is ons toch ter ore gekomen dat er opvangcentra zijn die geld krijgen via Schiphol of van de gemeenten. Kunnen ze dat dan direct opvoeren als cofinanciering van de provincie, dit het er al in of zijn het extra middelen?

De heer Van der Wel (PvdD):
Ik denk dat we echt moeten kijken naar giften vanuit de publieke sector. Ik denk niet dat steun van een overheid, een gemeente, daar onder valt. In het verleden en daar doelde de heer Kuijken waarschijnlijk, werden in beslag genomen dieren op Schiphol naar een opvangcentrum gebracht en daar stond een vergoeding tegenover. Dat is niet meer zo. Die dieren blijven nu bij de handelaar zelf en die heeft de plicht ervoor te zorgen totdat de rechter uitspraak heeft gedaan. Dat is een van de problemen waardoor er veel minder inkomsten bij de opvangcentra zijn.

Wij zijn van mening dat de provincie de aangewezen bestuurslaag om deze sector te steunen, net zo goed als de honden- en kattenopvang door de gemeentes ondersteund wordt en dat is wel een wettelijke taak.

De provincie speelt een centrale rol als het gaat om natuur. Vandaar dat wij ervan overtuigd zijn dat deze opvangcentra gesteund moeten worden vanwege het gemeentegrensoverschrijdende bovenregionale belang.

De crisis speelt een rol. De opvangcentra doen er alles aan om sponsoring binnen te krijgen. Het is hier al eerder gezegd: Kan dat niet meer zijn. Ons oudste en toonaangevende centrum in Zundert bestaat meer dan 30 jaar en dat zou nooit gelukt zijn zonder sponsoring. Hetzelfde geldt voor de overige centra.

De nieuwe regels zijn van grote invloed op de financiële situatie van de opvangcentra en zullen de reden zijn waarom de centra uiteindelijk niet meer kunnen voldoen of zelfs niet zullen kunnen opstarten. Een gekwalificeerde dierenverzorger kost nu eenmaal geld, net als het draaiend houden van een organisatie van vele tientallen vrijwilligers. Wel twijfelen een aantal fracties over de financiering die nu op tafel ligt. Wij delen die zorgen. Laat ik benadrukken dat wij vinden dat alle onderdelen even hard nodig zijn: de infrastructuur en de ondersteuning. Je kunt mijns inziens iemand beter geen auto geven als er geen geld is voor benzine.

Wel willen we een beperking zetten op de periode van financieren. Wij stellen voor die te beperken tot een periode van drie jaar, om daarna te evalueren hoe de sector er voor staat. Ik dien daarvoor een amendement is. Ik hoop dat u daar mee in kunt stemmen.

Het voorstel vraagt een bijdrage ter ondersteuning. De sector is zelf met een oplossing gekomen, een paraplu organisatie. Dat is niet alleen uniek maar ook vernieuwend voor Brabant en voor Nederland. En een dergelijke vernieuwende oplossing zou niet misstaan in een nieuwe landschaps- en natuurbeleid. Een paraplu is hard nodig want de sector gaat het niet voor de wind, en er is nu al hier en daar een bui en het gaat steeds harder regenen.

De voorzitter:
Door het lid Van der Wel wordt het volgende amendement voorgesteld:

Provinciale Staten van Noord-Brabant, in vergadering bijeen op 12 oktober 2012.

Constaterende,
de inhoud van het Herzien ontwerp-besluit 61/12 E;

overwegende,
de argumenten geleverd door verschillende fracties bij de behandeling van het initiatiefvoorstel 61/12 A in de commissievergadering Ecologie en Handhaving van 5 oktober 2012;

Besluiten in Herzien ontwerp-besluit 61/12 E onder:
3. Dat het college de wil van de Staten vertaalt in een dekkingsvoorstel en deze voorlegt aan de commissie Ecologie en Handhaving d.d. 2 november 2012.

toe te voegen:
4. Waarbij de bijdragen genoemd onder 2b, 2c en 2d worden vastgesteld voor een periode van 3 jaren;
5. Dat na een periode van 3 jaren een evaluatie plaatsvindt van de situatie betreffende de opvang van inheemse dieren in Brabant.

Dit amendement maakt onderwerp uit van de beraadslaging en krijgt nr. A1.