Initi­a­tief­voorstel Partij voor de Dieren inzake een dier­vrien­de­lijke aanpak voor het tegengaan of voorkomen van overlast door ganzen in Noord-Brabant


24 juni 2016

Voorzitter,

Afgelopen dinsdag viel het nieuwe nummer van SovonNieuws in de bus met daarin een tweetal artikelen over ganzen. Allereerst een verslag van onderzoek dat SOVON in opdracht van de noordelijke provincies heeft gedaan naar aantalsontwikkelingen.

Ik laat u figuur 2 zien waarin de procentuele ontwikkeling van het aantal ganzen per provincie: de blauwe lijn geeft de totale aanwas sinds 1990 en de gele sinds 2005. Opvallend is dat Brabant zo laag scoort: alle “horrorscenario’s” hebben in elk geval geen betrekking op Brabant.

SOVON komt met een uitgebreide analyse van de aantalsontwikkeling van diverse populaties en de factoren die daarin een rol spelen en de validiteit van de tellingen door WBE’s. SOVON meldt dat de populatie Nijlganzen het hoogste punt voorbij is en sinds 2012/13 een duidelijke afname vertoont, maar dat de jagersvereniging voor juli 2015 nog steeds een toename meldt.

Het tweede stuk gaat over de schade die plantenetende watervogels zoals ganzen en zwanen aanrichten. Uitgebreid onderzoek toont aan dat sommige geclaimde vormen van schade de facto niet blijken op te treden, dat begrazing in najaar en winter soms zelfs positief effect heeft en dat schade vooral optreedt als gevolg van begrazing in het voorjaar. Maar het blijkt dat veel factoren een rol spelen en dat de invloed van het weer groter is dan van begrazing. En dan de conclusie: bijkomend probleem is dat schade niet direct gekoppeld kan worden aan vogelaantallen vanwege de vele andere factoren die een rol spelen. Een voorspelling van schadevolume op grond van de aantalsontwikkeling is onzeker. Bovendien blijkt dat individuele boerenbedrijven door hun specifieke ligging of situatie vaak bovengemiddelde verliezen leiden. Helaas is maatwerk in beleid echter ver te zoeken. Ook bij de nieuwe Nederlandse beleidsvoornemens wordt op provinciale schaal vooral ingezet op algemene maatregelen.

Voor een provincie als Brabant, die zich laat voorstaan op uitnodigend groen en maatwerk, is dit dus een uitdaging! En dat is dan ook het kernpunt van ons betoog: het inzetten op algemene aantalsreductie is niet de juiste weg. We weten dat aantalsreductie zonder het aanpakken van de basisvoorwaarden, leidt tot toename van het broedsucces en de overlevingskansen van de overblijvers. We hebben het al vaker gezegd: dweilen met de kraan open.

Als je iets wilt doen aan aantallen, maak dan gebruik van natuurlijke processen. Beperk de toegang tot voedsel en blijf van de vossen af, want alle studies wijzen uit dat het broedsucces van de gans in hoge mate wordt bepaald door de aanwezigheid van vossen. En een organisatie die zich laat voorstaan op het feit dat ze 20.000 vossen per jaar afschieten, komt op mij niet over als de juiste beheerder voor de populatie ganzen.

Maar bovenal, richt je op de preventie van schade. Maak een analyse van de belangrijke schadegevallen – er is voldoende informatie beschikbaar – en kom maar eens met dat beroemde Brabantse maatwerk.

Wij hebben ons best gedaan om een voorstel te maken dat breed gedragen kan worden, niet een vertaling van de belangen van jagers en agrariërs, maar een provinciebrede belangenafweging.

Provincies zijn nu zelf verantwoordelijk voor het ganzenbeleid. Volgens IPO is er geen draagvlak voor een universeel beleid. Het ganzenakkoord bestaat niet, dat is gesneuveld toen bleek dat LTO niet bereid was de winterrust voor ganzen te respecteren. Het is dan ook merkwaardig dat sommige dingen uit het originele akkoord wel worden overgenomen als iets wat al was afgesproken, maar dat de bijbehorende compensatie wordt vergeten. Je kunt niet zomaar shoppen in een compromis.

We vinden het belangrijk dat de volledige winterrust wordt gehandhaafd. Dat hebben we eerder al toegelicht door te wijzen op het feit dat de aantallen van soorten die hier overwinteren maar bijvoorbeeld in Noord-Rusland broeden, worden bepaald door alles wat zich afspeelt binnen de hele flyway, dus het broedgebied, de trekroute en het overwinteringsgebied. En dat wij dus mede verantwoordelijk zijn voor de overlevingskansen van soorten die elders broeden.

Voorzitter, we hebben in de afgelopen tijd veel gediscussieerd over hoe we op effectieve manier schade door ganzen kunnen voorkomen, zonder te vervallen in rucksichtslose en inefficiënte aantalsreductie. De Dierenbescherming heeft een goed uitgewerkt alternatief voorgesteld. GS heeft Provinciale Staten beloofd (in de Statenmededeling van 15 maart dit jaar) dat zij de Faunabeheereenheid, die het ganzenbeheerplan opstelt en de uitvoering coördineert, de opdracht geeft om de visie van de Dierenbescherming mee te nemen in haar nieuwe uitvoeringsplannen. Dit ziet de Dierenbescherming, noch wij, terug in de herziening van het ganzenbeheerplan.

Neemt GS haar eigen toezeggingen niet serieus? Is dit een voorbeeld van eigengereid beleid: we doen lekker toch wat we zelf willen? Gezien deze houding van GS willen wij een aantal kernpunten middels een motie aan PS voorleggen.

Allereerst de motie voor steun aan diervriendelijke en op schadepreventie gerichte aanpak. Deze motie is gericht op het principe zonder nu al in detail vast te leggen hoe de uitwerking moet zijn.

Dan de motie tegen ongenuanceerde aantalsreductie. Tenslotte is schade het enige echte toetsingscriterium en niet aantallen per se. Doden is het ultimum remedium en niet een doel.

Verder twee moties over rust, namelijk de duur van de winterrust handhaven op de huidige 4 maanden ten behoeve van overwinterende ganzen en een motie om de huidige rust- en foerageergebieden beter te laten functioneren. Dit laatste is gebaseerd op de bevinding van SOVON dat de huidige praktijk in de Brabantse rustgebieden teveel verstoring met zich mee brengt, waardoor deze gebieden niet optimaal functioneren.

In het begin van mijn bijdrage heb ik gemeld dat SOVON over goede telgegevens beschikt en deze ook op de juiste wijze kan analyseren. Dat laatste is waarschijnlijk nog het belangrijkste. Ook Alterra komt tot deze conclusie. Daarom willen wij dat ook de provincie Brabant gebruik gaat maken van de kennis en kunde van SOVON en voortaan uitsluitend werkt met door SOVON aangeleverde gegevens.

En tot slot een motie om voorlopig geen aanpassing aan het vigerende FBE-plan te doen. Aanscherping van de bestaande regels is niet nodig, het huidige plan volstaat.

Wij zijn simpelweg tegen zinloos geweld, ook als dat van overheidswege gesanctioneerd is.