Hernieuwd vast­stellen inpas­sings- en exploi­ta­tieplan Logistiek Park Moerdijk


15 juli 2016

Voorzitter,

Van meet af aan is de Partij voor de Dieren tegen de realisatie van het Logistiek Park Moerdijk. Opnieuw offeren we een polder op voor een industrieterrein. We maken ons nog steeds ernstige zorgen over de leefbaarheid van de inwoners van Moerdijk, en dan met name de luchtkwaliteit, en we maken ons zorgen om de natuur in West-Brabant, van de Brabantse wal tot de Biesbosch.

Het belangrijkste argument dat wordt aangevoerd voor LPM is het creëren van banen. Ons wordt verteld dat de bedrijven kwaliteit komen brengen, Value Added Logistics, maar hebben de banen ook kwaliteit? Grote logistieke bedrijven werken veel met oproepkrachten, en dat gaat al snel richting loonwerkers. Wat kan de gedeputeerde zeggen over de kwaliteit van die banen?

Het verzoek om het provinciaal inpassingplan opnieuw vast te stellen zullen wij dan ook wederom niet steunen. Het aanpassen van de Crisis en Herstelwet, waardoor het mogelijk werd om de businesscase op te rekken van 10 naar 20 jaar, sterkt ons in onze vrees dat we hier te maken hebben met het volgende overoptimistische prestige project.

Tilburg, Waalwijk, Roosendaal, Breda en LPM, al die bedrijventerreinen die zich willen profileren als internationale logistiek hotspot zo dicht bij elkaar; denkt u werkelijk dat daar behoefte aan is en dat er geen sprake zal zijn van ongewenste concurrentie met een nog labieler financieel resultaat tot gevolg?

Maar voorlopig is het nog niet zo ver, het plan zal opnieuw door de Raad van State moeten worden beoordeeld. En dan komt een heikel punt ter sprake: de impact van het LPM op de Natura 2000 gebieden en de mogelijkheid of ònmogelijkheid om een Natuurbeschermingswetvergunning af te geven.

De Raad van State heeft geconcludeerd dat de noodzakelijke mitigerende maatregelen om de effecten van de extra stikstofdepositie teniet te doen zijn overgenomen uit de PAS. Uit de aanvulling op de MER wordt niet duidelijk of de maatregelen effectief zijn, of en welke van deze maatregelen exclusief kunnen worden ingezet voor het LPM. Zonder deze zekerheid is aantasting van de natuurlijke kenmerken niet uit te sluiten. Daardoor beschrijven op dit moment noch de MER noch de aanvulling een alternatief dat uitvoerbaar is binnen de kaders van de natuurbeschermingswet.

Wij hebben daarom de volgende vragen aan GS.

  • Denkt u dat alleen het aanmelden van LPM als prioritair project binnen de PAS voldoende is?
  • Zijn er sinds de aanvulling op de MER van 2014 (de versie die door de Raad van State is beoordeeld) nog inhoudelijke wijzigingen gemaakt?
  • Bent u voorbereid op de vraag van de Raad van State dat moet worden aangegeven welke maatregelen binnen de PAS exclusief kunnen worden ingezet voor het LPM?
  • En hoeveel PAS-ruimte is er eigenlijk gereserveerd voor LPM? Genoeg om alle stikstof effecten van een LPM dat volledig operationeel is, volgens uw optimistische businessplan, te faciliteren?
  • Of is er minder PAS ruimte beschikbaar, dan wel gereserveerd en moeten we daaruit afleiden dat het met de ontwikkeling van LPM de facto minder snel zal gaan dan u wenst?
  • Heeft dat laatste dan gevolgen voor de financiële haalbaarheid van het hele project?
  • Kunt u überhaupt de stikstofrechten 20 jaar lang vasthouden, ook als het project LPM niet van de grond komt?

We willen ook nog graag een toelichting op het aspect duurzaamheid, want daarin zou het LPM zich onderscheiden van gangbare industrieterreinen. We vinden 2 van de 5 sterren volgens het gebruikte keurmerk BREEAM erg mager.

Denkt de gedeputeerde dat het LPM zich daarmee kan onderscheiden, en wat wordt er dan daadwerkelijk bereikt op het gebied van duurzaamheid?