Veror­dening Ruimte en Struc­tuur­visie Noord-Brabant 2014


7 februari 2014

Eerste termijn:
Voorzitter. De Partij voor de Dieren wil graag meewerken aan een oplossing voor de intensieve veehouderij en streeft naar een zorgvuldige veehouderij. Wat dat betreft is een goede boer beter dan een verre vriend. In onze visie is er daarbij aandacht voor welzijn voor mens en dier, is gezondheid voor mens en dier gegarandeerd en zijn natuur en milieu beschermd. Een overheid heeft de primaire taak om kwetsbare waarden te beschermen. Daarop zijn onze amendementen gericht. De commissie MER heeft ons eerder gewaarschuwd bij de ontwikkeling van de LOG’s (Landbouwontwikkelingsgebieden). De commissie heeft ook gewaarschuwd voor probleemsituaties. Nu zijn de overbelaste gebieden of de urgentiegebieden een feit.

Het lijkt erop dat wij bij dit nieuwe beleid opnieuw de aanbevelingen van de commissie- MER in de wind slaan. De commissie waarschuwt voor de uitvoerbaarheid van de BZV en voor het feit dat de effecten ervan niet duidelijk zijn. Oftewel worden de doelstellingen behaald?

De Partij voor de Dieren wil graag in oplossingen denken. Hoe kunnen wij als partij problemen oplossen binnen de kaders die in een complex geheel met heel veel partijen zijn vastgesteld en waarin wij geen beslissende stem hebben gehad? Het is enorm moeilijk om binnen die kaders te opereren. Dat vinden wij heel erg lastig! De kernvraag is voor ons niet of wij kunnen veranderen, maar of wij willen veranderen. Dan is volgens ons juridisch heel veel mogelijk. Met onze amendementen gaan wij een poging wagen. Houdt u vast!

Het is goed om te zien dat de algemene wijzigingsbevoegdheid van GS is gespecificeerd, zodat dit duidelijk is. Verder zijn wij het er denk ik allemaal over eens dat er overbelaste gebieden zijn. Deze behoren als zodanig in de Structuurvisie onderkend te worden. Een goed werkbare definitie vindt u in een van onze amendementen. Wij dienen ook een amendement in om de provincie de bevoegdheid te geven om een overbelast gebied aan te wijzen. Dat hoeft niet altijd, maar dat kan bijvoorbeeld als een gemeenteraad niet wil meewerken. Dan moet de provincie haar verantwoordelijkheid nemen.

Wij sluiten ons graag aan bij de opmerkingen van de fractie van de VVD over monitoring: meten is weten. Wij stellen voor om op eenvoudige wijze de vergunde rechten per gemeente te monitoren. Wij willen daar graag bij helpen en hebben daartoe een voorstel bijgevoegd. Dat geeft ons meteen een startmeting. Het gaat om vergunde rechten per gemeente, een soort plafond. Als die vergunde rechten niet structureel minder worden, kan er geen oplossing zijn voor overbelaste gebieden. Dan zijn alle rechten immers in pacht en gaan emissies van geur en fijnstof niet omlaag.

Door de partners in het Brabantberaad (Ruwenberg) is onderkend dat belangrijke risicofactoren voor het uitbreken van ziektes liggen in de dichtheid waarin dieren bij elkaar staan alsook in de afstanden tussen stallen onderling en de afstand tot burgerwoningen. Juist de interactie tussen mens, pluimvee en varkens heeft een verhoogd risico. Dat is wat experts ons vertellen. Gemengde bedrijven zijn risicovoller.

Het RIVM adviseert een tussenruimte van 1 tot 2 km tussen deze stallen. In het kader van de volksgezondheid lijkt het ons verstandig om dat ook op te nemen in de Structuurvisie en in de Verordening ruimte.

In de definitie voor zorgvuldige veehouderij missen wij het aspect dierenwelzijn. Dat zal u niet verbazen. De Structuurvisie spreekt van duurzame agrarische ontwikkeling. Dat is wat ons betreft te beperkt. In de afspraken van Ruwenberg is dierenwelzijn wel degelijk opgenomen. Ook de commissie Van Doorn stelt dat dierenwelzijn belangrijk is. Juist dierenwelzijn stopt de waardevermindering. Dierenwelzijn verkoopt beter, makkelijker en is veel beter te begrijpen dan emissiearme stallen. Als afspraken en uitspraken uit het verleden gelden, dan moet de definitie voor zorgvuldige veehouderij daarop worden aangepast. U vindt in onze amendementen versies voor zowel de Structuurvisie als voor de Verordening ruimte.

Wanneer het gaat om het vergroten van dierenwelzijn is het logisch dat stallen niet meer dan één verdieping hebben en dat wij vanaf nu daarvoor kiezen. Wij dienen daartoe een amendement in. Wij vinden dat stallen met meer verdiepingen eigenlijk niet meer van deze tijd zijn.

In de definitie van de provincie over zorgvuldige veehouderij staat geen dierenwelzijn. Het is een aparte entiteit die door de verschillende partijen wordt erkend. Waarom wordt die dan niet expliciet opgenomen. Ik vind het prima als het in de BZV wordt gezet, maar zet dan ook in de Structuurvisie en in de Verordening ruimte dat dit een onderdeel is van de zorgvuldige veehouderij. Daar is niets op tegen!

Voorzitter. Als stallen niet meer dan één verdieping hebben, geeft dat al een zeer sterke inkadering van het aantal dieren per stal, met name bij pluimvee. Dat kan ook bij de consument voor zorgen voor waardevermeerdering.

Bij een zorgvuldige agrarische bedrijfsvoering zijn er naast dierenwelzijn twee andere zaken van belang: het sluiten van kringlopen en de volksgezondheid. Voor het sluiten van kringlopen is grondgebonden veehouderij van groot belang. Ook voor het vermarkten van producten is een onderscheid tussen intensief en grondgebonden van belang. Zij die echt grondgebonden werken, moeten ook worden beloond. Daarom is er een definitie nodig die handzaam, meetbaar en controleerbaar is. De GVE (grootvee-eenheid) per ha is een goede keuze. Er wordt echter wel gesproken over meer dan de grond kan dragen. Het kan een compromis zijn, maar wat ons betreft geldt hier 2 GVE, dus ongeveer twee koeien per ha. Alles daarboven kun je niet grondgebonden noemen. Bovendien is het niet eerlijk tegenover de boeren die wel voldoen aan de 2 GVE. Zij krijgen dan immers een waardevermindering voor hun producten. De definities moeten wel gehanteerd worden in de praktijk. Het kan niet zo zijn, zoals het CDA zojuist voorstelde, dat de geurnorm een beetje wordt opgetrokken omdat die zo lastig te hanteren is. Het aantal personen dat last heeft van die geur, neemt daardoor immers niet af! Het is alleen een fictieve verandering. Grondgebondenheid is ook belangrijk om de provinciale doelstellingen bij het sluiten van kringlopen te kunnen bewerkstelligen en draagt bij aan waardevermeerdering. Ik noem in dit verband weidemelk of biologische melk. Dat verkoopt gewoon beter. Die kans mogen we niet laten lopen. Daarbij past mestvergisting in ieder geval niet in de provinciale doelstellingen omdat het niet duurzaam is. Dat is door de provincie zelf onderkend. Ook het sluiten van kringlopen helpt niet. Ook daarvoor hebben wij een amendement bijgevoegd. Niet in de laatste plaats vragen vergisters veel subsidie en zijn er gevaren voor de volksgezondheid. In het verleden zijn mestvergisters ontploft of is er gas ontsnapt. Mestvergisters zijn chemische fabrieken en behoren als zodanig ook een passende milieucategorie te hebben. Tot onze verbazing staan zij aangemerkt als categorie 3.2. Dat moet veel meer zijn.

Ik noem nog kort even de punten in de Verordening ruimte die geen betrekking hebben op de veehouderij. Wij hebben een amendement gemaakt in het kader van de compensatieregeling. Wij vinden namelijk dat bij jonge natuur een compensatie moet gelden. Er is een doelstelling voor natuur waarin volgens ons iedereen moet bijdragen. Bedrijven die rechten krijgen in de EHS moeten ook bijdragen aan het realiseren van die EHS.

Als laatste kom ik bij de glastuinbouw. GroenLinks heeft al het nodige daarover gezegd. Een glasfonds lijkt ons een goede keuze, Wij denken dat het verstandig is om dit anticiperend al in de Structuurvisie op te nemen. Het is nog niet ingevuld, maar dan staat er in ieder geval in dat wij het hebben en dat GS nadere regels kunnen stellen. Wij doen dat zo ook bij de BZV, dus juridisch moet het geen probleem zijn.


Tweede termijn:
Voorzitter! We hebben nu alle beraadslagingen gehoord en misschien mag ik iets van de publieke tribune herhalen, want de gedeputeerde haalde af en toe citaten aan van mensen die hem iets hebben verteld over hoe het in het veld gaat. De mensen op de publieke tribune die ik heb gesproken en die weg zijn gegaan, waren eigenlijk een beetje teleurgesteld. Zij vonden dat wij redelijk technocratisch bezig waren en dat zij niet echt zagen dat voor het landelijk gebied, voor de veehouderij en met name voor de leefbaarheid van die mensen iets wordt gedaan. Dat konden zij hieruit niet destilleren. Dan denk ik dat wij als politici, waar ik er één van den, niet duidelijk zijn in wat wij willen bereiken en, nog belangrijker, dat wij ook in het beleid niet goed verankeren wat wij willen bereiken. Dat wil ik in ieder geval meegeven. Nogmaals, wij willen graag meedenken in oplossingen en wij zien in de Verordening ruimte echt een instrument waarmee wij een aantal stappen kunnen doen.

We zien ook een aantal gemiste kansen. In de beantwoording van de gedeputeerde, met name in zijn adviezen over de amendementen, wordt heel snel gezegd dat het niet kan of dat hij het niet wil of dat het niet is afgesproken in het Brabantberaad en weet ik al niet meer. Ik merk heel weinig welwillendheid om de Verordening ruimte echt te gebruiken als een beperking voor de veehouderij. We gaan nu echt terugvallen op de BZV waarvan we inderdaad nog niet weten wat die gaat doen. Dat vind ik echt heel erg jammer. We zullen zoveel mogelijk amendementen handhaven omdat we toch vinden dat een aantal dingen moet worden geregeld.

De gedeputeerde geeft aan dat dierenwelzijn niet in de ruimtelijke ordening past. Dan zou volksgezondheid die er wel in staat, er ook niet in passen. Als volksgezondheid daarin staat waarom kunnen we dan geen afstandsnormen hanteren? Als je consequent bent wordt die definitie heel nauw beperkt tot ruimtelijke ordening maar er staan ook dingen in die gelden maar die niet georiënteerd zijn op ruimtelijke ordening. Het is even lang als het breed is; wij gaan uiteindelijk zelf over onze verordening.

Waar ik mijn eerste termijn mee begon wil ik ook eindigen. De vraag moet niet zijn of we kunnen veranderen maar wel of we willen veranderen. Ik merk nog steeds dat er geen wil is om echt iets te veranderen en dat we terugvallen op, zoals de SP zegt, kijken naar de gemeentes en kijken naar de gedeputeerde en hopen dat afspraken worden nagekomen en dan komt het allemaal wel goed.

Ik denk dat ik de burgers gelijk kan geven die zeggen dat zij hierin niet herkennen dat het goed komt. Als de amendementen niet worden aangenomen, herkennen wij er vooralsnog ook niet veel in.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer