Een redelijke regeling voor uitkering fauna­schade


12 november 2019

De Partij voor de Dieren vraag vandaag aan het college van Gedeputeerde Staten om de legeskosten voor de vergoeding van faunaschade niet te verlagen. Daarmee reageert de partij op een brief van de Faunabeheereenheid (FBE) met daarin een verzoek om het zogenoemde behandelbedrag te verlagen of helemaal af te schaffen, teneinde zo meer schademeldingen te genereren.

Het behandelbedrag moet er voor zorgen dat alleen voor aanzienlijke schades een vergoeding wordt aangevraagd. Met het verzoek hoopt de FBE dat er door agrariërs meer schades gemeld zullen worden. De FBE gaat hiermee in tegen het Noord-Brabantse beleid dat de schadevergoeding in verhouding staat tot de kosten die de provincie daar voor maakt. De FBE houdt hiermee geen rekening met het feit dat de schadevergoedingsprocedure voor de provincie een kostbare zaak is. Nu blijkt zelfs dat de kosten voor behandeling niet worden gedekt door het behandelbedrag. Voor een aanvraag tot schadevergoeding betaalt een agrariër 300 euro, terwijl de behandeling van zo’n aanvraag minstens 600 euro kost.

De Partij voor de Dieren vindt dat kleinere schades bij het ondernemersrisico horen. Fractievoorzitter Marco van der Wel: "De FBE hoopt op meer schademeldingen zodat zij hun beleid van afschot kunnen blijven rechtvaardigen. Maar er is geen enkele reden om ook het bedrag van de leges te verlagen, omdat schade al kosteloos gemeld kan worden."

Een verdere verlaging van het behandelbedrag zal er toe leiden dat de belastingbetaler op jaarbasis fors meer geld kwijt is, misschien wel een ton of meer. De kosten hiervoor kunnen volgens de partij beter worden geïnvesteerd in duurzame, diervriendelijke maatregelen. Op die manier kan op locaties waar regelmatig schade voorkomt, op de langere termijn de schade worden teruggebracht. Dat is meer kosteneffectief dan structureel jagen en schadevergoedingen uitkeren.