Geen gedwongen fusie voor Nuenen


Provincie moet gemeenten helpen, niet op hun stoel gaan zitten

2 november 2018

“Als een gemeente door provincie als bestuurlijk zwak wordt betiteld, dan is het een taak van de provincie als toezichthouder om te helpen, te begeleiden.” Daarmee geeft de Partij voor de Dieren (PvdD) aan niet voor de fusie van Nuenen met Eindhoven te stemmen. De partij is principieel tegen gedwongen fusies omdat de provincie niet op de stoel van gemeenten moet gaan zitten. PvdD-Statenlid Marco van der Wel gaf aan daarom ook niet mee te werken aan het wijziging van het huidige voorstel, zoals door D66 en SP geopperd.

De Partij voor de Dieren heeft niet de indruk dat de gemeente Nuenen bestuurlijk zwak is of was. De uitleg hierover van de gedeputeerde blijkt volgens de partij niet uit de feiten zoals ze nu voorliggen. “Dat de afgelopen raadsperiode ruim 75 procent van de besluiten unaniem zijn aangenomen door de gemeenteraad, geeft juist blijk van een hoog democratisch gehalte”, aldus Partij voor de Dieren-Statenlid Marco van der Wel.

Van der Wel heeft serieuze kritiek op het verlopen proces: “Gedeputeerde Staten (GS) is nooit naar Provinciale Staten gekomen met voorstellen over hulp aan Nuenen, als andere optie dan een opgelegde fusie. Er is geen door de provincie geïnitieerd verbeterproject geweest. Daardoor kan ik als Statenlid simpelweg niet beoordelen of Nuenen wel of niet bestuurlijk zwak is”.

Ook stelt Van der Wel vragen over de rol van GS in het zogeheten Ahri-proces: “De onderzoekscommissie adviseerde eerder tegen een fusie, maar later juist vóór de fusie. Heeft GS deze onafhankelijke commissie gestuurd, met deze 180 graden-draaiing tot gevolg?”

De PvdD pleit voor het níet nemen van een besluit: “Elk besluit dat we hier nemen, is een besluit zonder goedkeuring van Nuenen zelf. Als de provincie nu de kaart van verplichte herindeling gaat spelen, is dat wat ons betreft een bewijs van onkunde. Het is prima als gemeenten samen willen werken, maar wat de Partij voor de Dieren betreft gaan de gemeenten daar altijd zelf over.”