Opinie: Leren leven met zwijnen: voorstel voor een nieuw Brabants beleid


15 januari 2016

Het wilde zwijn is terug van weggeweest in Brabant. Deze soort hoort van oudsher in Nederland en levert een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Ook voor recreanten is de terugkeer van het zwijn goed nieuws. Niet iedereen is echter blij met het zwijn: de agrarische sector maakt zich zorgen over schade en weggebruikers zullen zich moeten aanpassen. Brabant moet weer leren leven met zwijnen.

In Nederland mogen zwijnen officieel alleen leven op de Veluwe en in de Meinweg. Voor heel Brabant geldt op dit moment nog de nulstand. Dat betekent dat ze hier massaal worden afgeschoten. Desondanks neemt de stand elk jaar toe. Op de Veluwe wordt jaarlijks ruim 70% van de zwijnen geschoten. Dat schieten niet de juiste manier is om de populatie te beperken, komt doordat ze erg slim zijn en zich goed kunnen verstoppen, zodat het vrijwel onmogelijk is ze allemaal te pakken te krijgen. Bovendien kunnen ze veel jongen krijgen en als er veel dieren worden gedood, hebben de overblijvers extra overlevingskans. Soorten met een hoge reproductiecapaciteit kun je niet uitroeien door te jagen. Aantallen worden wel beperkt door het aanbod aan voedsel. Iedereen die ooit muizen in huis heeft gehad, weet dat je muizenvallen kunt zetten tot je een ons weegt. Het enige dat echt helpt is zorgen dat ze niet bij het eten kunnen. Schieten heeft bovendien nog een heleboel andere nadelen: er ontstaat onrust, alle dieren worden schuwer, ze gaan zwerven en steken daarbij vaker wegen over. Als er ergens leefruimte vrij komt, zullen dieren uit de omgeving die plaats innemen. Hoog tijd dus om de nulstand los te laten en te komen tot een nieuwe realistische visie op zwijnen in Brabant.

Kernpunt van die nieuwe visie is het instellen van leefgebieden waar zwijnen zoveel mogelijk met rust worden gelaten, zodat zich daar een normale populatie kan ontwikkelen met meer natuurlijk gedrag, stabilisatie van de aantallen en afname van het aantal jongen. Voorwaarde is wel dat Brabant weer leert leven met zwijnen. Dat geldt allereerst voor de agrarische sector. Zwijnen kunnen forse schade aanrichten in maïs - en aardappelvelden. Bovendien leidt zo’n grote hoeveelheid voedsel tot absurd hoge aantallen dieren. Met preventieve maatregelen kunnen agrarische percelen beschermd worden. Dat kan met rasters of wildroosters, maar liever met de oude beproefde methode van wildgreppels en –wallen. Hier ligt een mooie taak voor de provincie om met gerichte subsidie de gewenste ontwikkelingen te stimuleren. Waar ondanks de juiste voorzorgsmaatregelen toch schade optreedt, kan compensatie volgen. Erik Koffeman (Faunabeheereenheid Noord-Brabant) noemde de noodzaak voor meer compensatie (en ook de enorme arbeidsintensiviteit van afschot) in zijn artikel in het Eindhovens Dagblad van 6 januari jongstleden: ‘’Met onder meer een betere compensatieregeling voor schade aan gewassen en bijdrages voor het afrasteren van grond moeten mens en zwijn straks beter samenleven.’’

Ook de veehouderij is bezorgd, maar overdracht van dierziektes van wilde dieren naar varkens is nooit aangetoond. Bovendien zijn ziektes als varkenspest bij de Nederlandse wilde zwijnen niet aangetroffen en komt het ook niet voor in de ons omringende landen. De gewone Brabanders zullen ook moeten leren leven met zwijnen. Voor recreanten betekent het een geweldige mogelijkheid om de rijkdom van de natuur te ervaren, maar mensen zullen hun gedrag wel moeten aanpassen. Je moet de dieren, vooral de biggen, met rust laten, niet voeren, honden aan de lijn en kinderen onder controle houden. Allemaal heel logisch, maar sommige mensen zullen moeten wennen aan het feit dat een wild zwijn echt wild is.

Weggebruikers zullen zich ook moeten aanpassen. De kans op ongevallen wordt beperkt met aanpassingen aan de weg, zoals rasters en een beperkt aantal oversteekplaatsen. Deze kunnen extra worden beveiligd met wildwaarschuwingssystemen die oplichten wanneer een dier in de buurt komt. Maar het allerbelangrijkste is dat men zijn gedrag en snelheid aanpast. Wie 60km p/u rijdt heeft tijd om te reageren, wie 80km rijdt maakt slachtoffers.

De komst van het zwijn, betekent dat ook de natuurbeheerders ermee zullen moeten leren leven. Zwijnen zijn echte alleseters die door hun voedselpatroon een verrijking van de plantengroei mogelijk maken. Maar ze eten ook allerlei dierlijk voedsel, zoals insecten, reptielen en eieren. Dat mag echter geen reden zijn om het wild zwijn te weren. Het is wel een reden om in te zetten op het realiseren van een robuust natuurnetwerk, waarin minder nadruk ligt op individueel soortenbeleid en meer ruimte is voor natuurlijke processen.

Paranka Surminski is Statenlid van de Partij voor de Dieren in Noord-Brabant