Opinie: Natuur al jaren onder­ge­schikt aan agra­rische sector


21 augustus 2015

CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik schrijft dat het natuurbeleid meer oog moet krijgen voor agrarische familiebedrijven. Dat valt slecht bij de Partij voor de Dieren. Natuurbeschermers weten dat de natuur altijd verandert, seizoen in en uit, en zijn daarom niet bang voor verandering. Waar ze wel beducht voor zijn is voor politieke partijen, zoals het CDA, die aanpassing van de natuurbescherming bepleiten en daarbij het woord 'verandering' gebruiken als synoniem voor verslechtering.

Regels versoepeld
CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik schrijft dat het natuurbeleid meer oog moet krijgen voor agrarische familiebedrijven (ED Opinie 15 augustus). De afgelopen decennia heeft het Nederlandse natuurbeleid echter alléén maar oog gehad voor agrarische bedrijven. Keer op keer zijn de regels voor het houden van vee versoepeld en aangepast omwille van het belang van de veehouders en ten koste van de natuur. Het is zelfs zo dat de Tweede Kamer decennialang het Europese natuurbeleid heeft getraineerd om maar zo laat mogelijk over te gaan tot bescherming van onze natuur.

Hetzelfde geldt voor de provincies die de verplichte plannen voor bescherming en beheer van de natuur zo lang mogelijk links hebben laten liggen maar ondertussen wel actief hebben meegewerkt aan de groei en de uitstoot van de veehouderij. Hierdoor hebben honderden veehouders hun stallen kunnen uitbreiden terwijl dat duidelijk ten koste ging van de natuur en in tegenspraak zou zijn geweest met de Europees natuurbeschermingscriteria.

Normen overschreden
In Brabant worden de normen voor uitstoot van ammoniak inmiddels met een factor 2 tot 3 overschreden en de grootste boosdoener is de veehouderij. Nergens in de wereld worden zo veel dieren per vierkante kilometer gehouden en is de uitstoot zo hoog als in Nederland (en daarbinnen in Brabant). Het aantal planten en dieren is mede door ammoniak en verzuring van de grond afgenomen tot nog maar 15 procent.

Wat mij nog het meeste stoort aan het pleidooi van Schreijer-Pierik is dat het beleid van schaalvergroting in de veehouderij gekoppeld aan natuurvernietiging tot stand is gekomen onder aanvoering van hetzelfde CDA. Terwijl schaalvergroting boeren alleen maar werkloos heeft gemaakt, pleit datzelfde CDA nu voor het flexibel omgaan met natuurregels zodat veehouders nabij natuurgebieden opnieuw meer dieren kunnen gaan houden. De grenzen waar veehouders nu tegen aanlopen waren echter al veel eerder bereikt als de bescherming van natuur door de politiek serieus zou zijn genomen. Het aanwijzen en beschermen van natuurgebieden, van de Achterhoek tot de Betuwe, en van Terschelling tot Zuid-Limburg, is daarom keihard nodig.

Geen maatwerk
Doordat de grenzen keer op keer zijn overschreden en opgerekt is ook geen maatwerk meer mogelijk. Het argument dat de natuur maar moet inschikken heeft het CDA al tientallen jaren geleden opgebruikt. Decennialange 'veranderingen' hebben de natuur kapot gemaakt. Nu op het sentiment spelen en de veehouders als slachtoffer afschilderen van het natuurbeleid is geheel misplaatst. Dat door het beleid van schaalvergroting familiebedrijven blijven sluiten, is onoverkomelijk, tenzij de politiek ervoor kiest om natuurbescherming serieus te nemen en een einde maakt aan megastallen en de intensieve veehouderij, zodat echte boeren weer een kans krijgen.