Nieuwe natuur­be­scher­mingswet: Bescherm de dieren tegen de jagers!


13 december 2016

Vrijdag 16 december is een belangrijke dag voor de dieren in de Brabantse natuur. Deze dag wordt in Provinciale Staten gestemd over de Verordening natuurbescherming. De Partij voor de Dieren stelt acht wijzigingen voor om dieren beter te beschermen tegen jagers. De partij wil meer controle op de jacht en meer aandacht voor diervriendelijke maatregelen om schade aan landbouwgewassen en aanrijdingen met wild te voorkomen. Het belooft een pittig debat te worden.

De Partij voor de Dieren wil dat dierenwelzijnsorganisaties ten minste 2 zetels in het bestuur van de faunabeheereenheid (FBE) krijgen. De FBE bepaalt het jachtbeleid en momenteel zitten er alleen jagers, agrariërs en grondbezitters in het bestuur. Statenlid Paranka Surminski vindt dat niet in lijn met de nieuwe wetgeving: “Onze ervaring is dat jagers uiteindelijk maar één doel voor ogen hebben en dat is het afschieten van dieren. Wij vinden dat er daarom in het bestuur voldoende tegenwicht moet worden geboden met diervriendelijke vertegenwoordigers, zoals ook in Limburg is geregeld."

De partij vindt dat diervriendelijke maatregelen om schade aan landbouwgewassen en aanrijdingen met wild te voorkomen prominenter in het beleid moeten worden opgenomen. Ook moet het gebruik van alternatieven voor de jacht, zoals het verjagen van dieren of het plaatsen van hekwerk, en de effectiviteit daarvan, beter worden geregistreerd. Surminski: “Nu worden er in Brabant per jaar duizenden reeën preventief doodgeschoten om aanrijdingen te voorkomen, terwijl niet wordt onderzocht of andere maatregelen misschien veel beter zouden werken.”

Ook de zogeheten vrijstellingen, die het mogelijk maken beschermde dieren preventief te doden, zijn de partij een doorn in het oog. Surminski: “Het zijn deze grofmazige maatregelen waarbij veel dieren zinloos worden afgeschoten. Wij willen meer maatwerk, door te kijken naar hoe we schade en overlast op lokaal niveau diervriendelijk kunnen terugdringen. Het gaat tenslotte om de Wet Natuurbescherming, dan moet het beleid niet gericht zijn op het afschot van dieren.”

Een voorbeeld van het falend beleid in Brabant is het jaarlijks afschieten van tussen de 200 en 300 zwanen. Zwanen veroorzaken in Brabant voor ongeveer 5.000 euro aan schade aan landbouwgewassen op maximaal 5 locaties. Surminski: "Iedereen met een gezond verstand zou zeggen dat het lukraak doden van 250 zwanen volstrekt onacceptabel is, maar het gebeurt wel. Wij vinden dat het doden van dieren alleen moet worden toegestaan als het echt nodig is en er geen andere oplossing is!"

Ook wil de partij dat er betere registratie van en meer controle op de jacht zelf komt. De provincie heeft nu geen idee van wat de jagers in het veld uitvoeren, aldus Surminski. “De huidige regels maken het nog steeds mogelijk dat jagers min of meer zelf bepalen wat zij doen en wat zij onder ‘een redelijke wildstand’ verstaan. Het wordt tijd dat de Wet natuurbescherming niet het genot van de jager, maar de intrinsieke waarde van de dieren beschermt. Daarnaast is het volstrekt onacceptabel als overtredingen van de wet ongezien en ongecorrigeerd blijven.”

Met het inwerkingtreden van de nieuwe Wet natuurbescherming, op 1 januari 2017, krijgen de provincies er veel bevoegdheden over het beheer van in het wild levende dieren bij. Zo kan de provincie direct eisen stellen aan het faunabeheerplan, waarin staat beschreven hoe het wild over een periode van meerdere jaren beheerd gaat worden, en aan de samenstelling van de faunabeheereenheid, die het faunabeheerplan schrijft.