Opinie: In Brabant krijgen vogels en vleer­muizen geen klap meer van de molen


26 november 2020

Brabant wordt koploper als het gaat om bescherming van vogels en vleermuizen bij het gebruik van windturbines. Bij de bouw van nieuwe windturbines moeten deze binnenkort standaard van alle relevante technieken worden voorzien om vogels en vleermuizen maximaal te beschermen. Op 13 november j.l is hiervoor met brede steun van links tot rechts een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen. Dit betekent een echte trendbreuk in het windturbinebeleid, want daarmee worden niet alleen soorten beschermd maar ook individuele dieren.

De provincie Noord-Brabant heeft doelstellingen te behalen op het gebied van duurzame energie en met name windenergie, en tegelijkertijd is de provincie verantwoordelijk voor de bescherming van de natuur en beschermde dieren zoals vogels en vleermuizen. Je ziet steeds vaker dat het lastig is om deze twee belangen goed te behartigen. We zien dat het niet gemakkelijk is om goeie plekken voor windturbines te vinden, om allerlei redenen. We constateren steeds vaker dat windprojecten rekening moeten houden met negatieve effecten voor vogels en vleermuizen; voor algemene voorkomende soorten maar ook voor soorten waarbij elk individu telt, zoals de zeearend.

Omdat er haast is geboden bij de totstandkoming van die windprojecten – er gelden namelijk deadlines vanuit het landelijke klimaatakkoord – is niet altijd duidelijke wat de gevolgen van windparken voor vogels en vleermuis in de praktijk zijn. Ook is niet altijd duidelijk hoe je deze dieren het beste kan beschermen, oftewel welke maatregelen je het beste kan en moet treffen om aanvaringen met windturbines te voorkomen. Of zogenaamde ‘mitigerende’ maatregelen werken wordt nu vaak niet gemonitord en over het algemeen wordt er gewoon te weinig kennis opgebouwd in Nederland over de ecologische effecten van windturbines.

Wat we gaan doen in Brabant is nieuw in Nederland, want er wordt niet meer uitgegaan van wat wettelijk geaccepteerd is, dus dat er honderden vogels of vleermuizen per jaar sneuvelen tussen de wieken, maar er wordt voortaan uitgegaan van wat technisch allemaal kan om zo min mogelijk slachtoffers te maken. Met dit nieuwe beleid wordt Brabant meteen koploper als het gaat om bescherming van dieren in relatie tot het gebruik van windturbines. De verschuiving van de focus van het absolute wettelijke minimum aan bescherming voor deze dieren, naar het maken van zo min mogelijk slachtoffers is een behoorlijke trendbreuk in Nederland.

Wat gaat er gebeuren in Brabant? Doordat de motie van de Partij voor de Dieren is aangenomen, vraagt de provincie Brabant in het nieuwe beleid een gedegen onderzoek vooraf, zowel naar de in het gebied aanwezige diersoorten als naar de wijze waarop zij het terrein gebruiken. Vervolgens worden initiatiefnemers verplicht om alle mogelijke technische maatregelen te treffen om het aantal door windturbines getroffen vogels en vleermuizen tot een absoluut minimum te beperken. Gezien het feit dat steeds meer soorten vogels en vleermuizen in hun voortbestaan worden bedreigd is dat ook logisch beleid.

We hebben inmiddels de beschikking over een scala aan mogelijkheden om slachtoffers te voorkomen. Van zeer geavanceerde radardetectiesystemen die een Zeearend op grote afstand kunnen signaleren, tot zoiets eenvoudigs als het gebruik van een zwarte wiek, waarvan verwacht wordt dat veel slachtoffers kunnen worden voorkomen. In sommige gevallen is het de beste oplossing om een turbine tijdelijk stil te zetten als er een groepje vogels of vleermuizen in de buurt rondvliegt. Er zijn dus voldoende technieken beschikbaar en die moeten dan ook ingezet worden.

Nieuw in het beleid is ook dat er na het plaatsen van de turbine verplicht moet worden gemonitord of en hoe goed de maatregelen werken. Ook dat is een trendbreuk. De resultaten van die monitoring kunnen vervolgens worden betrokken bij de bouw van nieuwe windturbines. Noord-Brabant is niet de enige provincie waar behoefte is aan beter onderzoek en monitoring van maatregelen. Zo blijkt uit tellingen van ecologen dat de windmolens van Windpark Noordoostpolder in Flevoland jaarlijks ruim 1.000 vogels uit de lucht slaan. [1] Juist door verplicht te monitoren zien we wat de werkelijke effecten zijn van windturbines en kunnen we als provincie het windmolenbeleid beter beoordelen.

Een volgende logische stap is dat de provincie Noord-Brabant, als koploper, samen met andere provincies optrekt in een nieuw beleid, en dat de provincies samen streven naar een lerend systeem waardoor we op steeds diervriendelijker wijze gebruik kunnen maken van windenergie. Zo wordt heel Nederland een stuk diervriendelijker én een stuk duurzamer. Want zeg nu zelf, niemand wil toch een klap van de molen krijgen, ook de dieren niet.


Paranka Surminski is woordvoerder natuur en burgerlid voor de Partij voor de Dieren in Noord-Brabant