Vragen over de aanbe­steding van de catering


Geacht college,

Tijdens de Provinciale Staten-vergadering van 20 april 2018 zegde gedeputeerde Van der Maat het volgende toe over de nieuwe aanbesteding van de bedrijfscatering van de provincie: “dat ik aan de voorkant aangeef hoe we die aanbesteding, vanuit alle opmerkingen vanuit de Staten gemaakt, ingaan. En ik snap ook wel dat we dan weer gaan kijken of we nog een verdere stap richting verduurzaming kunnen zetten”.

19 Juni heeft u PS over de nieuwe aanbesteding geïnformeerd middels een Statenmededeling. Hierin geeft u o.m. aan dat de inschrijvingen voor de aanbesteding worden beoordeeld door het aanbestedingsteam van de provincie, waarin PS worden vertegenwoordigd door de griffie. Ook geeft u aan op welke aspecten de inschrijvingen worden beoordeeld en dat de prijs van de inschrijvingen voor 30% meeweegt in de beoordeling.

Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Graag ontvangen wij een afschrift van de gepubliceerde aanbesteding.

2. Bent u het met ons eens dat de provincie een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om de eiwittransitie en de transitie naar een duurzame landbouw? Zo nee, waarom niet? Bent u het ook met ons eens dat die voorbeeldfunctie te herkennen moet zijn in het aanbod van de bedrijfscatering van de provincie? Waarom niet?

3. “dat ik aan de voorkant aangeef hoe we die aanbesteding, vanuit alle opmerkingen vanuit de Staten gemaakt, ingaan”
Bent u het met ons eens dat u met de Statenmededeling vooral heeft aangegeven dat we de aanbesteding ingaan, en het weinig zegt over het hoe? Zo nee, waarom niet?
Hoe zorgt u er voor dat de inbreng van de Staten ook daadwerkelijk onderdeel wordt van de aanbesteding, niet zijnde als aandacht, maar als aanbod?

4. “dat we dan weer gaan kijken of we nog een verdere stap richting verduurzaming kunnen zetten”
Betekent dit dat PS nog kaderstellend aan zet komen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

5. Hoe worden aspecten als “aandacht voor Agrofood, vitaliteit en biologische/vegetarische/veganistische voeding”, die voor 70% meewegen in de beoordeling, afgezet tegen het kwantitatieve aspect van de prijs, dat voor 30% meeweegt?

6. Hoe worden producten die verschillend scoren op kwaliteit onderling vergeleken in geval van verschillende prijzen en hoe speelt de 30%/70%-verdeling een rol in deze afweging?

7. Bent u bereid te kiezen voor de hoogste score op de genoemde aspecten van belang (die voor 70% meewegen, en dus zwaarder wegen dan prijs), ook als daarmee de prijs toeneemt? Zo nee, waarom niet? En welke invloed hebben de aspecten met een weging van 70%?

8. Voedsel is vegetarisch, veganistisch en/of biologisch of niet; het kan niet ‘een beetje’ zijn. Hoe gaat u concrete aspecten als biologisch, vegetarisch en veganistisch aanbod wegen met meer abstracte aspecten zoals Agrofood en vitaliteit?

9. Kunt u concreet aangeven welke rol de griffie speelt in de beoordeling van de inschrijvingen en op welke wijze de griffie volgens u PS vertegenwoordigt?

10. Bent u het met ons eens dat de griffie alleen over het deel gaat wat PS aangaat, terwijl de aanbesteding betrekking heeft op de gehele bedrijfscatering? Zo ja, bent u het met ons eens dat de griffie PS in deze niet kan vertegenwoordigen?

11. Op welke wijze wordt PS verder betrokken bij de catering?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 14 aug. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Graag ontvangen wij een afschrift van de gepubliceerde aanbesteding.

Antwoord:
Wij sturen u – in reactie op uw informatieverzoek – een afdruk van het volledige ‘Beschrijvend document bij Europese openbare aanbesteding’ van de ‘Bedrijfscatering Provincie Noord-Brabant (PNB)’.


2. Bent u het met ons eens dat de provincie een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om de eiwittransitie en de transitie naar een duurzame landbouw? Zo nee, waarom niet? Bent u het ook met ons eens dat die voorbeeldfunctie te herkennen moet zijn in het aanbod van de bedrijfscatering van de provincie? Waarom niet?

Antwoord:
Met de aanbesteding van de catering wil GS op diverse onderdelen haar voorbeeldfunctie tot uiting laten komen. De verduurzaming van de landbouw is daar één onderdeel van. Ook bijvoorbeeld de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het op een verantwoorde manier omgaan met de besteding van belastinggeld horen daarbij. In de aanbesteding dagen wij cateraars uit ons het beste aanbod te doen op al die zaken, die bij een ‘maatschappelijk verantwoorde’ catering horen.


3. “dat ik aan de voorkant aangeef hoe we die aanbesteding, vanuit alle opmerkingen vanuit de Staten gemaakt, ingaan”
Bent u het met ons eens dat u met de Statenmededeling vooral heeft aangegeven dat we de aanbesteding ingaan, en het weinig zegt over het hoe? Zo nee, waarom niet?
Hoe zorgt u er voor dat de inbreng van de Staten ook daadwerkelijk onderdeel wordt van de aanbesteding, niet zijnde als aandacht, maar als aanbod?

Antwoord:
In beginsel informeren wij uw Staten op hoofdlijnen. In de stukken, die u in antwoord op vraag 1 ontvangt, ziet u meer in detail hoe wij tot een ‘maatschappelijk verantwoorde’ uitvraag van de catering komen. Daarin hebben we zo goed als mogelijk de wensen van uw Staten verwerkt, zowel ten aanzien van de kosten, als van de kwaliteit.


4. “dat we dan weer gaan kijken of we nog een verdere stap richting verduurzaming kunnen zetten”
Betekent dit dat PS nog kaderstellend aan zet komen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, GS maakt geen Statenvoorstel voor de catering. GS heeft op basis van de signalen – gegeven door diverse Statenfracties, zowel ten aanzien van het beschikbare budget als van de behoefte aan verdere verduurzaming, de markt uitgedaagd tot de beste ‘maatschappelijk verantwoorde’ catering te komen.


5. Hoe worden aspecten als “aandacht voor Agrofood, vitaliteit en biologische/vegetarische/veganistische voeding”, die voor 70% meewegen in de beoordeling, afgezet tegen het kwantitatieve aspect van de prijs, dat voor 30% meeweegt?

Antwoord:
De scores op de kwaliteit van de aanbiedingen bepalen cijfermatig (met een maximum van 700 punten) de volgorde van voorkeur voor de diverse aanbieders. Hierbij wegen de door u genoemde aspecten ook voor ruim 30 % mee: duurzaamheid met maximaal 85 punten, MVO maximaal 70 punten en Agrofood met een maximale score van 60 punten.
Los daarvan wordt eenzelfde rangschikking gemaakt op basis van de prijsstelling door de diverse leveranciers (met een maximum score van 300 punten). Beide scores tezamen bepalen de eindscore per leverancier, en daarmee de volgorde bij de uiteindelijke gunning van deze aanbesteding bedrijfscatering bij de Provincie Noord-Brabant.


6. Hoe worden producten die verschillend scoren op kwaliteit onderling vergeleken in geval van verschillende prijzen en hoe speelt de 30%/70%-verdeling een rol in deze afweging?

Antwoord:
zie de beantwoording van vragen 5 en 7.


7. Bent u bereid te kiezen voor de hoogste score op de genoemde aspecten van belang (die voor 70% meewegen, en dus zwaarder wegen dan prijs), ook als daarmee de prijs toeneemt? Zo nee, waarom niet? En welke invloed hebben de aspecten met een weging van 70%?

Antwoord:
Nee, de te beoordelen prijsstelling betreft het basis-assortiment voor een basale lunch. Dit is voor alle aanbieders gelijkwaardig, waardoor de prijs los staat van de kwaliteit. Zie ook de beantwoording van vraag 5 (wegingsmethodiek).


8. Voedsel is vegetarisch, veganistisch en/of biologisch of niet; het kan niet ‘een beetje’ zijn. Hoe gaat u concrete aspecten als biologisch, vegetarisch en veganistisch aanbod wegen met meer abstracte aspecten zoals Agrofood en vitaliteit?

Antwoord:
Wij wegen dit niet met elkaar, wij beseffen dat dit andere grootheden zijn. In het assortiment van artikelen in het bedrijfsrestaurant dient de bedrijfscateraar concreet zijn producten aan te bieden, die herkenbaar biologisch, vegetarisch en/of veganistisch dienen te zijn. Zulks is afhankelijk van vraag en aanbod in het bedrijfsrestaurant.


9. Kunt u concreet aangeven welke rol de griffie speelt in de beoordeling van de inschrijvingen en op welke wijze de griffie volgens u PS vertegenwoordigt?

Antwoord:
De griffie vervult hierbij de rol van opdrachtgever voor de bedrijfscatering inzake het specifieke segment: Bestuursservice/ Provinciale Staten. Vanuit die hoedanigheid is de griffie vertegenwoordigd in de werkgroep bedrijfscatering. Deze werkgroep levert een bijdrage aan de strategische keuzes en de beoordeling ten aanzien van de bedrijfscatering.


10. Bent u het met ons eens dat de griffie alleen over het deel gaat wat PS aangaat, terwijl de aanbesteding betrekking heeft op de gehele bedrijfscatering? Zo ja, bent u het met ons eens dat de griffie PS in deze niet kan vertegenwoordigen?

Antwoord:
Ja, de aanbesteding gaat over meer dan alleen het onderdeel dat voor PS is; het betreft ook de gehele bedrijfscatering. De vertegenwoordiging van PS geschiedt – daar waar het beleidsmatige wensen betreft – door GS. Met de gekozen werkwijze is GS van mening dat een goed proces doorlopen wordt, waarin alle wensen zoveel als mogelijk een plek krijgen.


11. Op welke wijze wordt PS verder betrokken bij de catering?

Antwoord:
Wij informeren PS desgevraagd op hoofdlijnen over deze uitvoerende taak van dit college, en zo nodig ook specifiek op basis van door u gestelde Statenvragen.


Uw aanvullende vraag van 18 juli 2018 beantwoorden wij als volgt.

12. Bent u het met ons eens dat de aanbesteding van de catering geschikt is om het instrument Innovatief Inkopen op toe te passen, om zo innovaties op het vlak van de eiwittransitie de marktontwikkeling te bevorderen? Zo ja, bent u bereid Innovatief Inkopen toe te passen op de aanbesteding van de catering en hierover PS nader te informeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, met de bedrijfscatering willen wij onze medewerkers en gasten goede lunch- en diner-mogelijkheden aanbieden; waarbij duurzaamheid van de menukaart hoog in het vaandel staat, we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans geven, en we laten zien op een verantwoorde manier met belastinggeld om te gaan. We hebben er niet voor gekozen om via innovatief aanbesteden de catering in te zetten om innovaties op het gebeid van de eiwittransitie te stimuleren. Overigens is er wel alle ruimte voor cateraars om dergelijke innovaties in hun aanbieding op te nemen.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA