Tech­nische vragen over Actu­a­li­satie omvang provin­ciale EVZ's en EVZ-opgave voor het Groen Ontwik­kel­fonds


Indiendatum: 11 jan. 2021

EVZ Afgedamde Maas
Deze natte EVZ-trajecten bij Woudrichem liggen in de uiterwaarden. Deze uitwaarden zijn ook aangewezen als NNB. Het NNB biedt hier volgens het wijzigingsvoorstel, mogelijkheden voor migratie van soorten.

Op de kaartaanduiding EVZ Afgedamde Maas staat een verbinding bij aanduiding 243d, tussen de oude maas en de natuur er achter. Als die verbinding niet wordt gerealiseerd, zouden er nog steeds veel dieren aangereden kunnen worden.

1. Worden op dit punt moeilijkheden verwacht voor de migratie van soorten? Op welke wijze kunnen hierdoor ontstane moeilijkheden met de migratie van soorten worden ondervangen?

EVZ Bakkerskil
In 2017 verzocht het GOB om op een gedeelte van het perceel Werkendam P 92 gelegen nabij het Fort Bakkerskil, de ambitie te wijzigen van Kruiden- en faunarijk grasland naar Moeras. Het GOB noemde in het verzoek het volgende:
"Dit perceel is onderdeel van het Project Fort Bakkerskil van Brabants Landschap waarvoor door het GOB subsidie is toegekend. Op de lage delen van dit perceel liggen kansen voor de ontwikkeling van nat zeggenrijk grasland en zeggenmoeras. De recent nabij Fort Bakkerskil aangetroffen zeggekorfslak en libellensoorten zoals glassnijder en viervlek profiteren van deze inrichting." GS hebben toentertijd ingestemd met de wijziging van de ambitie naar N05.01 Moeras. De voorgestelde inrichting vormt in de optiek van GS een waardevolle versterking van natuurwaarden/ het NNB nabij het Fort Bakkerskil.

In het wijzigingsvoorstel voor EVZ Bakkerskil wordt voorgesteld dat het natte EVZ-traject (234) ten zuidoosten van Werkendam dat samenvalt met het NNB vervalt.

2. In hoeverre is de inrichting van dit traject met de gewijzigde ambitie gevorderd of afgerond? Voor welke doelsoorten wordt het gebied ingericht?

Tussen de grotere natuurgebieden wordt gestreefd naar de realisatie van ecologische verbindingen. De ecologische verbindingen zijn onderdeel van de Provinciale EHS. De ecologische verbindingszones zijn vooralsnog indicatief omdat zij op basis van vrijwilligheid gerealiseerd worden. Uitgangspunt bij realisatie is een minimale breedte van 50 m en zo mogelijk recreatief medegebruik. De ecologische verbindingszones zijn gelegen langs de Boven-Merwede (deelgebieden Avelingen en A15-Waal/Merwede) en ten noorden van Gorinchem (deelgebied Buitengebied Noord).

In het bestemmingplan buitengebied Gorinchem wordt genoemd dat de ecologische verbindingen tussen de natuurgebieden zouden worden gerealiseerd. In het wijzigingsvoorstel wordt genoemd dat de ecologische verbindingszonde kan vervallen omdat het NNB op de locatie voldoende mogelijkheden biedt voor de migratie van soorten. Dit doet aan als een tegenstelling.

3. Kunt u dit verhelderen, en heeft de wijziging tot gevolg dat de migratiemogelijkheid met 50 meter in de breedte wordt verkleind?

EVZ Noordoever Bergsche Maas (nrs. 226a + 226b + 226c)
Deze natte EVZ-trajecten liggen in de uiterwaarden van de Bergsche Maas. Deze uitwaarden zijn ook aangewezen als NNB. Het NNB biedt hier mogelijkheden voor migratie van soorten. De EVZ-functie kan vervallen zonder ecologische gevolgen.

4. Waarin verschilt het gebied in de huidige vorm in vergelijking met wanneer het gebied zou worden ingericht als EVZ (zowel oppervlak als migratiemogelijkheden voor soorten)?

EVZ Rivierdijk Aalburg (nrs. 246a + 246b + 246c + 246d)
Deze droge EVZ-trajecten zijn dijken langs de afgedamde Maas. Deze dijken verbinden geen natuur- of leefgebieden met elkaar. Omdat er geen sprake is van migratie van belangrijke soorten vervalt de EVZ-functie.

5. Waarom zijn de dijken in eerste instantie aangewezen als zoekgebieden EVZ?

6. Was er in het verleden een verwachting dat de dijken wel een verbindende functie zouden hebben? Zo ja, voor welke soorten?

Indiendatum: 11 jan. 2021
Antwoorddatum: 14 jan. 2021

EVZ Afgedamde Maas
Deze natte EVZ-trajecten bij Woudrichem liggen in de uiterwaarden. Deze uitwaarden zijn ook aangewezen als NNB. Het NNB biedt hier volgens het wijzigingsvoorstel, mogelijkheden voor migratie van soorten.

Op de kaartaanduiding EVZ Afgedamde Maas staat een verbinding bij aanduiding 243d, tussen de oude maas en de natuur er achter. Als die verbinding niet wordt gerealiseerd, zouden er nog steeds veel dieren aangereden kunnen worden.

1. Worden op dit punt moeilijkheden verwacht voor de migratie van soorten? Op welke wijze kunnen hierdoor ontstane moeilijkheden met de migratie van soorten worden ondervangen?

Antwoord:
Als er moeilijkheden zijn bij het oversteken van dieren kan de gemeente overwegen een faunapassage aan te leggen. Hiervoor kan de gemeente een subsidie aanvragen bij de provincie.

EVZ Bakkerskil
In 2017 verzocht het GOB om op een gedeelte van het perceel Werkendam P 92 gelegen nabij het Fort Bakkerskil, de ambitie te wijzigen van Kruiden- en faunarijk grasland naar Moeras. Het GOB noemde in het verzoek het volgende:
"Dit perceel is onderdeel van het Project Fort Bakkerskil van Brabants Landschap waarvoor door het GOB subsidie is toegekend. Op de lage delen van dit perceel liggen kansen voor de ontwikkeling van nat zeggenrijk grasland en zeggenmoeras. De recent nabij Fort Bakkerskil aangetroffen zeggekorfslak en libellensoorten zoals glassnijder en viervlek profiteren van deze inrichting." GS hebben toentertijd ingestemd met de wijziging van de ambitie naar N05.01 Moeras. De voorgestelde inrichting vormt in de optiek van GS een waardevolle versterking van natuurwaarden/ het NNB nabij het Fort Bakkerskil.

In het wijzigingsvoorstel voor EVZ Bakkerskil wordt voorgesteld dat het natte EVZ-traject (234) ten zuidoosten van Werkendam dat samenvalt met het NNB vervalt.

2. In hoeverre is de inrichting van dit traject met de gewijzigde ambitie gevorderd of afgerond? Voor welke doelsoorten wordt het gebied ingericht?

Antwoord:
Het NNB is deels wel en deels niet gerealiseerd. De aansluitende EVZ’s hebben het inrichtingsmodel moeraszone. Kenmerkende soorten voor het inrichtingsmodel moeraszone zijn: rietvogels zoals de rietzanger, de kleine karekiet, en de blauwborst; kleine zoogdieren zoals waterspitsmuis, meervleermuis, amfibieën, libellen en kokerjuffers. In de toekomst zou het een leefgebied voor de otter kunnen worden.

Tussen de grotere natuurgebieden wordt gestreefd naar de realisatie van ecologische verbindingen. De ecologische verbindingen zijn onderdeel van de Provinciale EHS. De ecologische verbindingszones zijn vooralsnog indicatief omdat zij op basis van vrijwilligheid gerealiseerd worden. Uitgangspunt bij realisatie is een minimale breedte van 50 m en zo mogelijk recreatief medegebruik. De ecologische verbindingszones zijn gelegen langs de Boven-Merwede (deelgebieden Avelingen en A15-Waal/Merwede) en ten noorden van Gorinchem (deelgebied Buitengebied Noord).

In het bestemmingplan buitengebied Gorinchem wordt genoemd dat de ecologische verbindingen tussen de natuurgebieden zouden worden gerealiseerd. In het wijzigingsvoorstel wordt genoemd dat de ecologische verbindingszonde kan vervallen omdat het NNB op de locatie voldoende mogelijkheden biedt voor de migratie van soorten. Dit doet aan als een tegenstelling.

3. Kunt u dit verhelderen, en heeft de wijziging tot gevolg dat de migratiemogelijkheid met 50 meter in de breedte wordt verkleind?

Antwoord:
Gemeente Gorinchem ligt in de provincie ZuidHolland. De provincie gaat ervan uit een gemeente het bestemmingsplan in overeenstemming brengt met de Interim Omgevingsverordening. De EVZ wijzigingen zijn in overleg met de betreffende gemeenten tot stand gekomen.

EVZ Noordoever Bergsche Maas (nrs. 226a + 226b + 226c)
Deze natte EVZ-trajecten liggen in de uiterwaarden van de Bergsche Maas. Deze uitwaarden zijn ook aangewezen als NNB. Het NNB biedt hier mogelijkheden voor migratie van soorten. De EVZ-functie kan vervallen zonder ecologische gevolgen.

4. Waarin verschilt het gebied in de huidige vorm in vergelijking met wanneer het gebied zou worden ingericht als EVZ (zowel oppervlak als migratiemogelijkheden voor soorten)?

Antwoord:
In het voorbeeldenboek Groene Schakels staan de modellen voor aan te leggen EVZ’s. In dit gebied is het inrichtingsmodel moeraszone voor een EVZ van toepassing. Gemiddeld heeft een EVZ een oppervlak van 2,5 ha per strekkende kilometer.

EVZ Rivierdijk Aalburg (nrs. 246a + 246b + 246c + 246d)
Deze droge EVZ-trajecten zijn dijken langs de afgedamde Maas. Deze dijken verbinden geen natuur- of leefgebieden met elkaar. Omdat er geen sprake is van migratie van belangrijke soorten vervalt de EVZ-functie.

5. Waarom zijn de dijken in eerste instantie aangewezen als zoekgebieden EVZ?

Antwoord:
Dijken zijn bij een natuurvriendelijk beheer waardevol als leefgebied voor insecten en planten. Mogelijk kregen de dijken de functie EVZ omdat niet duidelijk was of er voldoende NNB-hectaren waren voor de dijken.

6. Was er in het verleden een verwachting dat de dijken wel een verbindende functie zouden hebben? Zo ja, voor welke soorten?

Antwoord:
Nee. Onderkend was dat dijken bij een natuurvriendelijk beheer waardevol leefgebied zijn voor insecten en planten. Daarom hebben deze dijken de functie NNB.