Vragen over een uitbreiding van dier­proef­centrum Charles River in Den Bosch, naar ruim 388.000 proef­dieren in vijf jaar


Indiendatum: 11 jan. 2021

Geacht college,

De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft een omgevingsvergunning verleend aan proefdiercentrum Charles River in ’s-Hertogenbosch, voor uitbreiding met twee laboratoria. Het bedrijf gaat de komende vijf jaar nog eens 122.300 extra dierproeven uitvoeren bovenop de eerder al vergunde ruim 265.850 proeven. Het gaat in totaal om 388.150 proefdieren. Ter illustratie: dat zijn ruim drie keer zoveel dieren als het aantal menselijke inwoners van Den Bosch.

Op elk individueel dier van deze honderdduizenden proefdieren worden akelige en dodelijke testen uitgevoerd, waarbij de dieren hoge doseringen giftige stoffen toegediend krijgen, zodat bepaald kan worden bij welke dosering reacties zoals overgeven, stuiptrekkingen en ernstige schade aan organen als lever, nieren en longen optreden.

Charles River breidt het aantal dierproeven uit, terwijl Nederland wil vooroplopen in het terugdringen van het gebruik van proefdieren. De Rijksoverheid investeert minimaal € 1 miljoen per jaar in de Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI).

Wij hebben hierover enkele vragen.

1. Bent u bekend met deze uitbreiding? Klopt het dat er meer dierproeven gedaan gaan worden?

2. Is voor deze uitbreiding een provinciale vergunning vereist? Zo ja, welke? Heeft u eerder (een) vergunning(en) verleend aan Charles River? Zo ja, welke?

3. Bent u het met ons eens dat een uitbreiding van het aantal dierproeven in Brabant in strijd is met het landelijk beleid om het gebruik van proefdieren terug te dringen, en daarom ongewenst is? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u bereid om het Rijk erop aan te spreken dat wij als provincie vinden dat een dergelijke uitbreiding ongewenst is, en dat we een stappenplan willen zien om het aantal proeven af te bouwen? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u toezeggen dat er nu en in de toekomst op geen enkele wijze subsidie of steun wordt gegeven aan Charles River voor dierproeven?

6. Wat vindt u ervan dat de vergunning verleend door de Centrale Commissie Dierproeven puur gericht is op het uitbreiden van het aantal dierproeven, zonder verdere onderbouwing over waarom deze experimenten nodig zijn, of welke experimenten er gedaan worden?

In vorige bestuursperioden zijn er regelmatig vragen gesteld en debatten gevoerd over dierproeven in Brabant en de rol van de provincie daarin. In april 2019 gaf het college van GS, in antwoord op schriftelijke vragen van onze fractie, aan om ‘rond de zomer’ (van 2019) met een Plan van aanpak te komen “om de innovatiekracht van onze bedrijven en kennisinstellingen in te zetten voor onderzoek naar alternatieven voor dierproeven”.
Tijdens de PS-vergadering van 8 november 2019 gaf het college van GS aan dat PS ‘begin volgend jaar’ (dus begin 2020) hierover een voorstel zou ontvangen. Vooralsnog hebben PS in dit kader niets ontvangen van GS, terwijl het aantal dierproeven in Brabant blijft toenemen.

7. Waarom hebben GS nog steeds geen plan van aanpak ter bevordering van alternatieven voor dierproeven?

8. Bent u met ons van mening dat het beloofde plan van aanpak een nog grotere urgentie heeft, gezien het aantal dierproeven in Brabant nu verder toeneemt?

9. Wanneer kunnen PS het plan van aanpak daadwerkelijk verwachten?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 11 jan. 2021
Antwoorddatum: 2 feb. 2021

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Bent u bekend met deze uitbreiding? Klopt het dat er meer dierproeven gedaan gaan worden?

Antwoord:
Nee, wij waren niet bekend met deze uitbreiding. Door de uitbreiding van laboratoria kunnen mogelijk meer dierproeven gedaan worden. Daartoe moet het wel passen binnen de instellingsvergunning (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de projectvergunning (Centrale Commissie Dierproeven) van Charles River.


2. Is voor deze uitbreiding een provinciale vergunning vereist? Zo ja, welke? Heeft u eerder (een) vergunning(en) verleend aan Charles River? Zo ja, welke?

Antwoord:
Nee, voor deze uitbreiding is geen provinciale vergunning vereist en ligt de bevoegdheid bij de gemeente. Wij hebben geen eerdere vergunning verleend aan Charles River.


3. Bent u het met ons eens dat een uitbreiding van het aantal dierproeven in Brabant in strijd is met het landelijk beleid om het gebruik van proefdieren terug te dringen, en daarom ongewenst is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Het is een landelijke ambitie om het aantal dierproeven te reduceren. Vandaar dat bij elke dierproef vooraf wordt beoordeeld of het noodzakelijk is. Bedrijven zoals Charles River werken onder andere voor farmaceutische bedrijven, biotechnologiebedrijven, medische en universitaire instellingen. In dat geval kunnen dierproeven een noodzakelijk onderdeel zijn van experimenten om nieuwe medicijnen en therapieën te ontdekken. Een regionale uitbreiding van de capaciteit om dierproeven uit te voeren kan ook in lijn liggen met het landelijk beleid om het gebruik van dierproeven in Nederland netto te verminderen.


4. Bent u bereid om het Rijk erop aan te spreken dat wij als provincie vinden dat een dergelijke uitbreiding ongewenst is, en dat we een stappenplan willen zien om het aantal proeven af te bouwen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Het landelijke plan om minder dierproeven te realiseren is opgenomen, zoals u in uw toelichting beschrijft, in het traject Transitie Proefdiervrije Innovatie. Wij volgen dit plan en richten ons in Brabant op technologische ontwikkelingen die kunnen leiden tot een vermindering van het aantal dierproeven. We zijn daarom onder andere onderdeel van het RegMedXB-programma en stimuleren de ontwikkeling van technologieën om biomaterialen te ontwikkelen. Bij RegMedXB werken we samen met andere provincies, kennisinstellingen en de ministeries op het gebied van regeneratieve geneeskunde. Regeneratieve geneeskunde richt zich op het herstellen van schade aan cellen, weefsels en organen. Deze materialen worden zo ontworpen om ziekten nauwkeuriger en meer patiënt-specifiek te diagnosticeren en daarvoor behandelingen te ontwikkelen. Hiermee zal de noodzaak voor dierproeven vervallen.


5. Kunt u toezeggen dat er nu en in de toekomst op geen enkele wijze subsidie of steun wordt gegeven aan Charles River voor dierproeven?

Antwoord:
Nee. Op dit moment wordt er geen subsidie of steun verleend aan Charles River voor dierproeven en zijn we dit niet van plan. We kunnen echter niet op voorhand voorspellen hoe de ontwikkeling van nieuwe producten en technologieën zal verlopen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de expertise van Charles River nodig is om innovaties in de biotechnologische sector te stimuleren, juist om de noodzaak van dierproeven in de toekomst te verminderen.


6. Wat vindt u ervan dat de vergunning verleend door de Centrale Commissie Dierproeven puur gericht is op het uitbreiden van het aantal dierproeven, zonder verdere onderbouwing over waarom deze experimenten nodig zijn, of welke experimenten er gedaan worden?

Antwoord:
Nederland heeft een streng beleid op dierproeven. Daarin spelen verschillende organisaties, zoals de Centrale Commissie Dierproeven (CCD), een belangrijke rol. De taken en bevoegdheden van de CCD zijn vastgelegd in de Wet op de Dierproeven. Dit valt buiten onze bevoegdheden. We kunnen wel invloed uitoefenen op de toekomstige noodzaak voor dierproeven door innovatie in Brabant te stimuleren rondom de ontwikkeling van biomaterialen. Dat doen we dan ook.


7. Waarom hebben GS nog steeds geen plan van aanpak ter bevordering van alternatieven voor dierproeven?

Antwoord:
We bouwen verder op de eerder ingezette koers. Uit een eerste verkenning is geconstateerd dat het stimuleren van technologieën rondom biomaterialen de beste manier is om als provincie bij te dragen aan de vermindering van dierproeven. We werken hiervoor samen met partners binnen het eerdergenoemde RegMedXB-programma en hebben onder andere een voorstel voor het nationale Groeifonds ingediend. Daarnaast ontwikkelen we momenteel een roadmap om de ontwikkeling van deze technologieën binnen Brabant te stimuleren. Het plan van aanpak ter bevordering van alternatieven voor dierproeven is hier onderdeel van.


8. Bent u met ons van mening dat het beloofde plan van aanpak een nog grotere urgentie heeft, gezien het aantal dierproeven in Brabant nu verder toeneemt?

Antwoord:
Het plan van aanpak ter bevordering van alternatieven voor dierproeven is nog altijd van onverminderd belang.


9. Wanneer kunnen PS het plan van aanpak daadwerkelijk verwachten?

Antwoord:
Wij streven ernaar om u in Q3 van 2021 een plan van aanpak ter bevordering van alternatieven voor dierproeven te kunnen aanbieden. Wij zijn hiervoor wel deels afhankelijk van onze partners binnen RegMedXB.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

G.A. ten Dolle,
programmadirecteur EKT