Tech­nische vragen over de kwaliteit van natuur­com­pen­satie in Noord-Brabant


Indiendatum: 9 dec. 2020

Volledige natuurcompensatie, bij projecten die een aantasting op natuurgebieden tot gevolg hebben, is een voorwaarde om de natuur in stand te houden. Uit eerder onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer, in 2013/2014 in Noord-Brabant en Limburg, kwam naar voren dat het compenseren van aangetaste natuur transparanter, beter en tijdiger kan plaatsvinden. De conclusie van de Zuidelijke rekenkamer was in het geval van Noord-Brabant, dat een eerdere opdracht van Provinciale Staten ter verbetering uit 2010 slechts gedeeltelijk is uitgevoerd.

1. Heeft er, naar aanleiding van het onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer, een verbetering plaatsgevonden in de monitoring van de natuurcompensatie in de provincie Noord-Brabant? Zo ja, op welke wijze en hoe is dit te zien in de praktijk?

2. Wordt de kwantiteit én kwaliteit van de natuurcompensatie in de provincie Noord-Brabant gemonitord? Zo nee, waarom niet?

3. Zo ja, hoe gebeurt dit: door welke onafhankelijke en deskundige bureaus of kennisinstellingen gebeurt dit en op welke momenten gebeurt dit?

4. Kan uw college aangeven hoeveel hectare en welk type natuur in NNB in de afgelopen vijf jaar gecompenseerd moest worden en op welke grondslag dit plaatsvond?

5. Kunt u een overzicht geven van het areaal van de natuurcompensatie, de kwaliteit en samenhang, en wanneer de natuurcompensatie was gerealiseerd?

6. Kunt u aangeven welke natuurcompensatiemaatregelen nog moeten worden uitgevoerd en welke momenteel uitgevoerd worden?

7. Op grond van welke regelgeving kan natuurcompensatie door GS worden meegeteld voor het realiseren van de ontwikkelopgave, terwijl er voor iedere hectare compensatienatuur eerder bestaande natuur is aangetast?

Indiendatum: 9 dec. 2020
Antwoorddatum: 17 dec. 2020

Volledige natuurcompensatie, bij projecten die een aantasting op natuurgebieden tot gevolg hebben, is een voorwaarde om de natuur in stand te houden. Uit eerder onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer, in 2013/2014 in Noord-Brabant en Limburg, kwam naar voren dat het compenseren van aangetaste natuur transparanter, beter en tijdiger kan plaatsvinden. De conclusie van de Zuidelijke rekenkamer was in het geval van Noord-Brabant, dat een eerdere opdracht van Provinciale Staten ter verbetering uit 2010 slechts gedeeltelijk is uitgevoerd.

1. Heeft er, naar aanleiding van het onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer, een verbetering plaatsgevonden in de monitoring van de natuurcompensatie in de provincie Noord-Brabant? Zo ja, op welke wijze en hoe is dit te zien in de praktijk?

Antwoord:
Ten aanzien van fysieke natuurcompensatie is in de vigerende Interim omgevingsverordening (IOV) vastgelegd dat het bestemmingsplan waarvoor de compensatieplicht geldt, deze ook de uitvoering moet borgen (artikel 3.23). Binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet deze uitvoering worden afgerond. Van elke compensatieverplichting wordt nu een (Corsa-)case aangemaakt. Met behulp van het daarin opgenomen Memo Toezicht natuurcompensatie wordt de voortgang gevolgd. De controle van de uitvoering wordt gedaan door de ODBN.
Daarnaast worden alle deelbesluiten m.b.t. natuurcompensatie driemaal per jaar opgenomen in een koepelbesluit natuurbeheerplan en wordt op een aparte kaartlaag van het Natuurbeheerplan zowel de aantasting als de compensatie aangegeven.
Ten aanzien van financiële compensatie is in de IOV vastgelegd (artikel 3.24) dat deze uiterlijk zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan gestort in de provinciale compensatievoorziening. Conform de IOV, artikel 5.28, stellen Gedeputeerde Staten jaarlijks een rapportage vast waarin;
a. verantwoording wordt gegeven over de bestedingen uit het compensatiefonds van het afgelopen jaar;
b. een prioritering wordt gegeven aan de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant voor het toekomstige jaar.


2. Wordt de kwantiteit én kwaliteit van de natuurcompensatie in de provincie Noord-Brabant gemonitord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De uitvoering van de fysieke compensatie wordt gecontroleerd door de ODBN. Via een toezichtrapport wordt zowel gerapporteerd over de kwantiteit als de kwaliteit. Indien de compensatie conform het bestemmingsplan is uitgevoerd wordt de case afgesloten.3. Zo ja, hoe gebeurt dit: door welke onafhankelijke en deskundige bureaus of kennisinstellingen gebeurt dit en op welke momenten gebeurt dit?


3. Zo ja, hoe gebeurt dit: door welke onafhankelijke en deskundige bureaus of kennisinstellingen gebeurt dit en op welke momenten gebeurt dit?

Antwoord:
De uitvoering van de compensatie wordt namens GS gecontroleerd door de ODBN. Dit gebeurt op ambtelijk verzoek na afloop van de eerdergenoemde termijn van 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.


4. Kan uw college aangeven hoeveel hectare en welk type natuur in NNB in de afgelopen vijf jaar gecompenseerd moest worden en op welke grondslag dit plaatsvond?

Antwoord:
De grondslag van natuurcompensatie is altijd de IOV. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1, wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen fysieke en financiële compensatie.
Voor wat betreft de financiële natuurcompensatie zijn deze cijfers als volgt:
[Zie de tabellen in de beantwoording]
Elke fysieke compensatie wordt zoals gezegd vastgelegd in Corsa case. Op het moment dat de controle uitwijst dat de compensatie op een goede wijze is uitgevoerd, wordt deze case afgehandeld en het dossier gesloten. Wij hebben een goed beeld van alle zaken waar compensatie speelt, maar hebben geen totaaloverzicht.


5. Kunt u een overzicht geven van het areaal van de natuurcompensatie, de kwaliteit en samenhang, en wanneer de natuurcompensatie was gerealiseerd?

Antwoord:
Tot op dit moment hebben er nog geen bestedingen plaatsgevonden vanuit het compensatiefonds. T.a.v. de fysieke compensaties geldt dat deze op de eerdergenoemde kaartlaag van het Natuurbeheerplan zijn weergegeven. Omvang en kwaliteit (natuurtype) zijn ook hier alleen voor individuele gevallen af te leiden. Zoals bij vraag 4 is aangegeven, beschikken wij niet over een overzicht.


6. Kunt u aangeven welke natuurcompensatiemaatregelen nog moeten worden uitgevoerd en welke momenteel uitgevoerd worden?

Antwoord:
Zoals bij vraag 4 is aangegeven, beschikken wij niet over een overzicht.


7. Op grond van welke regelgeving kan natuurcompensatie door GS worden meegeteld voor het realiseren van de ontwikkelopgave, terwijl er voor iedere hectare compensatienatuur eerder bestaande natuur is aangetast?

Antwoord:
Op basis van de Interim Omgevingsverordening wordt aantasting van bestaande natuur, naar keuze, fysiek of financieel gecompenseerd. Fysieke compensatie vindt plaats in de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant of de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Deze compensatie wordt geregistreerd als "Bestaande Natuur" en daarmee niet meegeteld voor de ontwikkelopgave NNB. In een beperkt aantal gevallen (op dit moment alleen een deel van de compensatie binnen de grenscorridor N69) wordt vanuit die compensatieverplichting bijgedragen aan reguliere subsidiering van het provinciaal deel van het Natuurnetwerk Brabant. Conform de subsidieregeling ‘Realisatie Natuurnetwerk Noord-Brabant’ wordt, in dit specifieke geval, het standaardpercentage van 50% subsidie voor functiewijziging opgehoogd tot 85% (artikel 1.13 lid 3 sub d). Hierdoor wordt de functiewijziging telkens voor één derde deel meegefinancierd uit natuurcompensatie. In dit geval draagt compensatienatuur dus wel voor een beperkt deel bij aan de realisering van de ontwikkelopgave nieuwe natuur. De inzet van deze natuurcompensatie wordt gemonitord, zodat deze te allen tijde los van de ontwikkelopgave kan worden bezien. Op dit moment (10-12-2020) is slechts 0,06 ha op deze wijze ingevuld.