Tech­nische vragen over de mogelijk te stellen eisen en criteria aangaande bus-concessies


Indiendatum: feb. 2020

Tijdens de laatste bijeenkomst van de Werkgroep Gedeelde mobiliteit, op 31 januari, kwam het onderwerp van aanbestedingen van busvervoer ter sprake. Er is ook over bericht in de pers.

Wij hebben een aantal technische vragen over de juridische mogelijkheden tot het stellen van duurzaamheidscriteria in het Programma van Eisen voor de aanstaande OV-concessies. Het is ons nog niet duidelijk genoeg welke eisen en criteria al dan niet gesteld kunnen worden.

Volgens de beginselen van de Aanbestedingswet 2012 moeten overheden bedrijven dezelfde kansen geven op opdrachten. Daarbij mag bijvoorbeeld het land waar een bedrijf vandaan komt geen criterium zijn. Tijdens de bijeenkomst gaf de aanwezige ambtenaar aan dat er geen eisen gesteld mogen worden, waar specifieke aanbesteders niet aan kunnen voldoen. Verder werd aangegeven dat het vervoersbedrijf, die de concessie krijgt, bepaalt met welk materieel wordt gereden.

De provincie lijkt expliciet te mogen kiezen voor elektrische accubussen, waarmee in principe waterstofbussen én bussen op fossiele brandstof worden uitgesloten. In de specifiek casus van een aanbesteding van bussen uit China (zoals de uitkomst was van een concessie in Overijssel) werd aangegeven dat deze aanbestedingsuitslag niet is uit te sluiten, tenzij de keus voor elektrische bussen zou vervallen. De keus voor waterstofbussen zou niet zijn toegestaan, omdat er geen eisen mogen worden gesteld waar specifieke aanbesteders niet aan kunnen voldoen.

1. Op welke wijze en tot welke hoogte heeft de provincie invloed op de keuze met welk materiaal wordt gereden? M.a.w.; hoe specifiek mag de voorkeur van de provincie voor het materieel zijn? (Indien mogelijk graag een uitputtend overzicht.)

2. Op welke wijze verschilt het kiezen voor elektrische bussen (wat gezien kan worden als een eis waar ongetwijfeld bepaalde busproducenten wereldwijd niet aan kunnen voldoen) van het kiezen voor waterstofbussen (wat wordt gezien als eis waar Chinese busproducenten niet aan kunnen voldoen)? Op basis waarvan kan wel worden gekozen voor elektrische bussen, maar niet voor waterstofbussen?

O.a. Artikel 2.115 van de Aanbestedingswet 2012 gaat in op gunningscriteria. Zo kunnen vergunningscriteria worden gesteld op het vlak van “sociale, milieu- en innovatieve kenmerken”, en op het vlak van “leveringsvoorwaarden, zoals leveringsdatum, leveringswijze, leveringsperiode of termijn voor voltooiing”. Ook kunnen vergunningscriteria worden gesteld die betrekking hebben op “het specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken, leveringen of diensten” of op “een specifiek proces voor een andere fase van hun levenscyclus, zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van hun materiële basis”

3. Is het mogelijk om voor een OV-concessie op duurzaamheid gerichte gunningscriteria te stellen, die betrekking hebben op het productieproces en de levering van de te gebruiken bussen (zonder daarmee expliciet de keus voor een specifiek bus te maken)? M.a.w., kunnen de maatschappelijke kosten (in de vorm van o.m. uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof) die een aanbieder maakt bij de productie en levering van bussen, als gunningscriteria worden gesteld?

In de presentatie die bij de laatste bijeenkomst van de Werkgroep Gedeelde mobiliteit is gegeven, staat: “We onderzoeken of de Provincie kan voorschrijven dat bussen geproduceerd moeten zijn of geleverd moeten worden door bedrijven binnen de EU/EER.”

4. Kunt u ons t.z.t. informeren over de uitkomsten van dit onderzoek?

In de presentatie staat ook: “Provincie kan wel eisen stellen aan stimuleren van lokale werkgelegenheid en maatschappelijk ondernemen maar mag niet eisen dat de werkgelegenheid bij een specifieke partij gestimuleerd moet worden.”

5. Betreft het daadwerkelijk een eis, of eigenlijk een criterium? Hoe kan zo een eis of criterium concreet verwoord worden?

Indiendatum: feb. 2020
Antwoorddatum: 11 feb. 2020

Klik hier voor de beantwoording, inclusief de bijlage.