Tech­nische vragen over de uitbreiding van Airparc Seppe met vesti­gings­mo­ge­lijkheid voor niet-lucht­vaart gere­la­teerde bedrijven


Indiendatum: 19 feb. 2021

In 2013 hebben Provinciale Staten besluit 88/12, wijziging Verordening ruimte 2012, kaartaanpassingen 2012, vastgesteld. Daarin is over het bedrijventerrein van vliegveld Seppe opgenomen:

2.1.9. Halderberge, bedrijventerrein vliegveld Seppe
Aanvaardbare uitbreidingsrichting voor noodzakelijke en direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid. Het opnemen van een zoekgebied stedelijke ontwikkeling is vanuit de lagenbenadering aanvaardbaar.

Afgelopen week heeft de gemeenteraad van Halderberge besloten het bestemmingsplan van Airparc Seppe, tegenwoordig Breda International Airport (BIA) geheten, aan te passen. De reden voor deze aanpassing is het mogelijk maken van vestiging van niet-luchtvaart gerelateerde bedrijven, op een deel van het terrein.

In februari 2020 stelde onze fractie schriftelijke vragen over deze uitbreidingswens van de directie van Airparc Seppe. In de beantwoording daarop impliceerde GS dat de verruiming van de bestemming uiteindelijk ook met de provincie afgestemd moet worden:
Wanneer de gemeente inderdaad voornemens is om tot verruiming van de bestemming over te gaan, dient dit regionaal afgestemd te worden en daarmee ook met de provincie.

In het concept-verslag ontwikkeldag West-Brabant staat als een van de beslispunten, waarmee is ingestemd:
Constateren dat het proces van regionale afstemming heeft plaatsgevonden en in te stemmen met de voorgenomen verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda International Airport, onder voorwaarde van een goede onderbouwing van het plan met de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities. Deze afstemming is nodig cf artikel 5.12 Interim Omgevingsverordening.

Wij hebben hierover enkele technische vragen.

1. Betekent het beslispunt in het concept-verslag daadwerkelijk dat de provincie al akkoord is gegaan met de vestiging van niet-vliegveld/-luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid op (een deel van) het bedrijventerrein van BIA?

2. Wat houden “toegevoegde waarde voor de regio” en “bijdrage van het plan aan de afgesproken transities” concreet in?

3. Op welke wijze besluit de provincie concreet over een bestemmingsplanwijziging van Airparc Seppe, waarmee vestigingsmogelijkheid voor niet-luchtvaart gerelateerde bedrijven mogelijk wordt? M.a.w., wat houdt het ‘afstemmen met de provincie’ concreet in?

4. Wordt een besluit over deze bestemmingsplanwijziging nog voorgelegd aan PS, bijvoorbeeld als een kaartaanpassing, zoals in 2013?

Indiendatum: 19 feb. 2021
Antwoorddatum: 23 feb. 2021

In 2013 hebben Provinciale Staten besluit 88/12, wijziging Verordening ruimte 2012, kaartaanpassingen 2012, vastgesteld. Daarin is over het bedrijventerrein van vliegveld Seppe opgenomen:

“2.1.9. Halderberge, bedrijventerrein vliegveld Seppe
Aanvaardbare uitbreidingsrichting voor noodzakelijke en direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid. Het opnemen van een zoekgebied stedelijke ontwikkeling is vanuit de lagenbenadering aanvaardbaar.”

Afgelopen week heeft de gemeenteraad van Halderberge besloten het bestemmingsplan van Airparc Seppe, tegenwoordig Breda International Airport (BIA) geheten, aan te passen. De reden voor deze aanpassing is het mogelijk maken van vestiging van niet-luchtvaart gerelateerde bedrijven, op een deel van het terrein.

In februari 2020 stelde onze fractie schriftelijke vragen over deze uitbreidingswens van de directie van Airparc Seppe. In de beantwoording daarop impliceerde GS dat de verruiming van de bestemming uiteindelijk ook met de provincie afgestemd moet worden:
“Wanneer de gemeente inderdaad voornemens is om tot verruiming van de bestemming over te gaan, dient dit regionaal afgestemd te worden en daarmee ook met de provincie.”

In het concept-verslag ontwikkeldag West-Brabant staat als een van de beslispunten, waarmee is ingestemd:
“Constateren dat het proces van regionale afstemming heeft plaatsgevonden en in te stemmen met de voorgenomen verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda International Airport, onder voorwaarde van een goede onderbouwing van het plan met de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities. Deze afstemming is nodig cf artikel 5.12 Interim Omgevingsverordening.”

Wij hebben hierover enkele technische vragen.

1. Betekent het beslispunt in het concept-verslag daadwerkelijk dat de provincie al akkoord is gegaan met de vestiging van niet-vliegveld/-luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid op (een deel van) het bedrijventerrein van BIA?

Antwoord:
Het beslispunt “Constateren dat het proces van regionale afstemming heeft plaatsgevonden en in te stemmen met de voorgenomen verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Breda International Airport, onder voorwaarde van een goede onderbouwing van het plan met de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities. Deze afstemming is nodig cf artikel 5.12 Interim Omgevingsverordening.” betekent dat het proces dat is doorlopen t.b.v. regionale afstemming en de inhoudelijke afstemming over de verruiming akkoord is bevonden. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om de ruimtelijke procedure te doorlopen.
Uiteindelijk wordt het bestemmingsplan ook getoetst aan de Interim Omgevingsverordening en de besproken voorwaarden.


2. Wat houden “toegevoegde waarde voor de regio” en “bijdrage van het plan aan de afgesproken transities” concreet in?

Antwoord:
In het document Regionale afspraken bedrijventerreinen 2019-2023 (bijlage 1, p10 en 11)) staan de verschillende toegevoegde waardes beschreven die een bedrijventerrein kan bieden: Economisch, Sociaal, Duurzaamheid, Next Economy, Vestigingsklimaat. Voor de toetsing wordt een format (p.33) als hulpmiddel gebruikt waarin de regionale meerwaarde terugkomt in onderwerpen zoals energietransitie/RES, mobiliteit en bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, arbeidsmigrantenhuisvesting. “De afgesproken transities” verwijst naar de onderwerpen die in de regionale afspraken terugkomen, zoals de transitie naar de nieuwe economie met onder andere de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit.


3. Op welke wijze besluit de provincie concreet over een bestemmingsplanwijziging van Airparc Seppe, waarmee vestigingsmogelijkheid voor niet-luchtvaart gerelateerde bedrijven mogelijk wordt? M.a.w., wat houdt het ‘afstemmen met de provincie’ concreet in?

Antwoord:
Nu de regionale afstemming heeft plaatsgevonden, toetst de provincie het (ontwerp-) bestemmingsplan aan de Interim Omgevingsverordening en de besproken voorwaarden cf. beslispunt Ontwikkeldag 18 december 2020.


4. Wordt een besluit over deze bestemmingsplanwijziging nog voorgelegd aan PS, bijvoorbeeld als een kaartaanpassing, zoals in 2013?

Antwoord:
De toetsing gebeurt volgens de reguliere procedure en wordt daarom niet standaard aan PS voorgelegd.