Vragen over niet-lucht­vaart­ge­bonden bedrij­vigheid op Airparc Seppe


Indiendatum: 26 feb. 2021

Geachte college,

In 2013 hebben Provinciale Staten (PS) ingestemd met een wijziging van de Verordening ruimte, waarmee het Airparc Seppe mogelijk werd gemaakt. PS hebben hiermee ingestemd onder voorwaarde dat er enkel direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid wordt toegestaan.

Vanaf het begin heeft onze fractie er al op gewezen dat het volledig bezetten van de bedrijvenruimte met luchtvaartgebonden bedrijven niet van de grond zou komen. De directie van Airparc Seppe wil dit nu oplossen door ook niet-luchtvaartgebonden bedrijven te vestigen, tegen de eerdere afspraken in. Recent stelden wij hierover technische vragen, die ook zijn beantwoord.

Wij hebben hierop schriftelijke vervolgvragen.

Luchtvaartgebonden bedrijvigheid
1. Klopt het dat PS in 2013 het besluit over bedrijventerrein vliegveld Seppe hebben genomen onder voorbehoud van direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid? Bent u het in retroperspectief met ons eens dat we hebben ingezet op fictieve groei? Zo nee, waarom niet?

2. Bent u het met ons eens dat de aannames destijds, over vestiging van bedrijven op Airparc Seppe, nergens op gebaseerd waren, en dat we op basis van die luchtfietserij nu een bedrijventerrein krijgen dat we anders op die locatie niet toegestaan zouden hebben? Zo nee, waarom bent u dan in principe voornemens om de vestiging van niet-luchtvaartgebonden bedrijvigheid toe te gaan staan, waarmee u het een regulier bedrijventerrein laat worden?

3. Bent u het met ons dat het afwijken van luchtvaartgebonden voorwaarde, op basis van economische overwegingen van de ondernemer, geen goede reden is om het bestemmingsplan nu te wijzigen? Zo nee, waarom niet?

In de beantwoording op schriftelijke vragen uit 2020 van onze fractie gaf u aan het met ons eens te zijn dat er voor niet-vliegveld gerelateerde bedrijvigheid ruimte gezocht dient te worden op al bestaande bedrijventerreinen, en niet op Airparc Seppe.

4. Kunt u bevestigen dat u nog steeds achter dit standpunt staat, mede in het kader van het rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, en dus dat uitbreiding van Airparc Seppe met niet-vliegveld gebonden bedrijvigheid in gaat tegen uw ingenomen standpunt? Zo nee, waarom niet?

In de beantwoording van onze technische vragen, waar we in de inleiding naar hebben gerefereerd, is aangegeven dat er regionale afstemming heeft plaatsgevonden waarbij is ingestemd met de voorgenomen verruiming van de vestigingsmogelijkheden op Airparc Seppe. Wij horen echter ook geluiden uit de regio die er op duiden dat er geen consensus is over de beoogde verruiming.

5. Kunt u bevestigen dat er binnen het bestuurlijk overleg geen bezwaren op de verruiming zijn of waren, ook niet vanuit de omliggende gemeenten?

6. Bent u het met ons eens dat de verruiming ten koste gaat van het aantrekken van bedrijvigheid op bedrijventerreinen in de omliggende gemeenten? Zo nee, waarom niet?

Helikoptergeluid
In haar rapport van september 2016 stelde het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR): “De gelijkwaardigheid van het luchthavenbesluit kan hersteld worden door enkele aanpassingen uit te voeren in de rekeninvoer en overige uitgangspunten.”
Eén van de aanbevelingen die daarop volgde was: “Vervang het zware helikoptertype in de rekeninvoer door een (of meerdere) lichtere types op basis van het voorziene gebruik op de luchthaven”.

In de Tweede wijzigingsverordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe, die momenteel ter inzage ligt, is het aantal helikopterbewegingen 900 civiele helikopters geworden, maar er is nog steeds uitgegaan van hetzelfde, zware helikoptertype Sikorsky S-61.

7. Waarom is in de Tweede wijzigingsverordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe wederom uitgegaan van het helikoptertype Sikorsky S-61, waarmee is ingegaan tegen het advies van het NLR?

De directeur van Airparc Seppe heeft de gemeenteraad afname van het helikoptergeluid als wisselgeld voor het soepeler vestigingsbeleid voorgesteld.

8. Klopt het dat in de Tweede wijzigingsverordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe een nog groter geluidsbelastingwaarde in de handhavingspunten is vastgesteld? Zo nee, waaruit blijkt dit? Zo ja, is het verlagen van het helikoptergeluid – zoals de directeur van Airparc Seppe aanbiedt, in ruil voor verruiming van de bestemming – deels een sigaar uit eigen doos, omdat deze nieuwe wijzigingsverordening juist méér geluidsruimte biedt?

9. Indien ‘ja’ op bovenstaande vraag: hoe verhoudt het verhogen van geluidsbelastingwaarde in de handhavingspunten zich tot het aanbod van de directeur om de geluidsbelasting van helikopters te verlagen met 25%?

Op geen enkele andere luchthaven wordt er een scheiding gemaakt tussen het afzonderlijke geluid van bepaalde luchtvaartuigen. Voor luchthaven Seppe wordt wel onderscheid gemaakt tussen vliegtuigen en helikopters. De norm – totale geluidsruimte weergegeven in handhavingspunten voor al het luchtverkeer – uit het Besluit Burgerluchthavens lijkt daarmee niet te worden gevolgd. Ons inziens wordt de geluidsruimte op luchthaven Seppe groter als deze scheiding wordt losgelaten. Dat is ook waar omwonenden voor vrezen.

10. Kunt u garanderen dat de scheiding tussen vliegtuigen en helikopters gehandhaafd blijft? Zo nee, waarom niet?

11. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: bent u bereid dit juridisch te borgen in het luchthavenbesluit? Zo nee, waarom niet?

In het NLR-rapport van 2016, en ook in de Statenmededeling (dd. 2 juli 2019) waarnaar in de beantwoording van onze schriftelijke vragen uit 2020 wordt gerefereerd, staat dat het gebruikte uitgangspunt bij de geluidsberekening voor helikoptergeluid ‘discutabel’ is. “De discussie ontstaat door de keuze van een helikoptertype in de geluidberekening waarvan het maximaal startgewicht ca. 9 ton bedraagt”, hetgeen als een onrepresentatief helikoptertype wordt beoordeeld door het NLR.

12. Op welke wijze is het gebruikte uitgangspunt bij de geluidsberekening voor helikoptergeluid (waarbij een onrepresentatief luid helikoptertype als uitgangspunt is genomen) volgens u ‘discutabel’, als het niet betrekking heeft op de verleende geluidsruimte?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant


Indiendatum: 26 feb. 2021
Antwoorddatum: 16 mrt. 2021

1. Klopt het dat PS in 2013 het besluit over bedrijventerrein vliegveld Seppe hebben genomen onder voorbehoud van direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid? Bent u het in retroperspectief met ons eens dat we hebben ingezet op fictieve groei? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, het klopt dat in het besluitstuk de toelichting is opgenomen “Aanvaardbare uitbreidingsrichting voor noodzakelijke en direct aan vliegveld gerelateerde bedrijvigheid. Het opnemen van een zoekgebied stedelijke ontwikkeling is vanuit de lagenbenadering aanvaardbaar.” Wij zijn het echter niet eens dat ingezet is op fictieve groei. Het aanwijzen van een zoekgebied op dat moment betekende nog steeds dat de concrete planontwikkeling is getoetst aan de voorwaarden voor stedelijke ontwikkeling.


2. Bent u het met ons eens dat de aannames destijds, over vestiging van bedrijven op Airparc Seppe, nergens op gebaseerd waren, en dat we op basis van die luchtfietserij nu een bedrijventerrein krijgen dat we anders op die locatie niet toegestaan zouden hebben? Zo nee, waarom bent u dan in principe voornemens om de vestiging van niet-luchtvaartgebonden bedrijvigheid toe te gaan staan, waarmee u het een regulier bedrijventerrein laat worden?

Antwoord:
Nee, wij zijn dit niet van mening. In het bestemmingsplan 2013 is geborgd dat dit bedrijventerrein een speciale status heeft en maakt de ontwikkeling van luchtvaartgebonden (en in ondergeschikte mate voor luchtvaart gerelateerde) bedrijvigheid mogelijk. Het besluit tijdens de Ontwikkeldag van 18 december 2020 gaat over accordering van het doorlopen regionale proces over de voorgenomen verruiming.
De gemeente neemt nu de stap om een ontwerp-bestemmingsplan op te stellen welke wij vervolgens zullen beoordelen. Een van voorwaarden waaraan naast de Interim Omgevingsverordening ook moet worden voldaan, is een goede onderbouwing van het plan met de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities.


3. Bent u het met ons dat het afwijken van luchtvaartgebonden voorwaarde, op basis van economische overwegingen van de ondernemer, geen goede reden is om het bestemmingsplan nu te wijzigen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Wij zullen in de vervolgprocedure beoordelen of de argumentatie van de gemeente Halderberge voldoende is. In de onderbouwing zal nader moeten worden ingegaan op de Ladder voorduurzame verstedelijking, de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities.


4. Kunt u bevestigen dat u nog steeds achter dit standpunt staat, mede in het kader van het rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, en dus dat uitbreiding van Airparc Seppe met nietvliegveld gebonden bedrijvigheid in gaat tegen uw ingenomen standpunt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, wij staan nog steeds achter het standpunt dat er voor nietluchtvaartgebonden bedrijvigheid ruimte gezocht dient te worden op al bestaande bedrijventerreinen. Het verzoek van de gemeente is gericht op het gedeeltelijk loslaten van de special-afbakening. De gemeente Halderberge zal in de verdere onderbouwing daarom ingaan op hoe de verruiming zich verhoudt tot de al bestaande locaties in de regio.


5. Kunt u bevestigen dat er binnen het bestuurlijk overleg geen bezwaren op de verruiming zijn of waren, ook niet vanuit de omliggende gemeenten?

Antwoord:
Ja, uiteindelijk is consensus bereikt. In twee fases is met de regio over het voorstel gesproken. Het voorstel is eerst ingebracht bij de Commissie van Advies van Regio West Brabant. Deze commissie brengt namens de samenwerkende gemeentes in de regio advies uit, welke vervolgens wordt ingediend tijdens de Ontwikkeldag en bij provincie besluitvorming plaatsvindt. Tijdens de Commissie van Advies eerder in 2020 bleken nog vragen van een aantal gemeentes. Naar aanleiding van deze bespreking heeft de gemeente Halderberge extra dialoog gevoerd. Vervolgens is het voorstel opnieuw ingebracht bij de Commissie van Advies eind 2020 en na akkoord ingebracht bij de Ontwikkeldag in december 2020. Op de Ontwikkeldag zijn verder geen bezwaren ingebracht en is het als hamerstuk besloten. Datum


6. Bent u het met ons eens dat de verruiming ten koste gaat van het aantrekken van bedrijvigheid op bedrijventerreinen in de omliggende gemeenten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, deze conclusie is op dit moment nog niet te trekken. Wij zullen in de vervolgprocedure beoordelen of de argumentatie van de gemeente Halderberge voldoende is. Deze argumentatie gaat over de Ladder voor duurzame verstedelijking, de toegevoegde waarde voor de regio en de bijdrage van het plan aan de afgesproken transities.


7. Waarom is in de Tweede wijzigingsverordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe wederom uitgegaan van het helikoptertype Sikorsky S-61, waarmee is ingegaan tegen het advies van het NLR?

Antwoord:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 4 december 2019, het uitgangspunt van het luchthavenbesluit bevestigd om de helikoptervluchten wél te beperken in aantal, maar niet in typen. Deze uitspraak, samen met het uitgangspunt uit de provinciale beleidsnota luchtvaart, dat de toegewezen geluidszones van o.a. Seppe ongewijzigd blijven, maakt dan ook dat geen aanleiding wordt gezien om het aantal helikopterbewegingen te beperken in typen. Dit kunt u ook teruglezen op pagina 9 van het ontwerp van de tweede wijzigingsverordening Verordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe Noord-Brabant, die momenteel ter inzage ligt.


8. Klopt het dat in de Tweede wijzigingsverordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe een nog groter geluidsbelastingwaarde in de handhavingspunten is vastgesteld? Zo nee, waaruit blijkt dit? Zo ja, is het verlagen van het helikoptergeluid – zoals de directeur van Airparc Seppe aanbiedt, in ruil voor verruiming van de bestemming – deels een sigaar uit eigen doos, omdat deze nieuwe wijzigingsverordening juist méér geluidsruimte biedt?

Antwoord:
In het ontwerp van de tweede wijzigingsverordening is de maximaal toegestane geluidsbelasting in een tweetal handhavingspunten hoger dan in het de huidige situatie. Dit komt omdat de modellering met gebruik van radargegevens is aangepast aan de praktijk. Het blijkt dat helikopters in de praktijk een ander start- en naderingsprofiel gebruiken dan tot dusver in de modellering was aangenomen. Daar staat tegenover dat de geluidsbelasting in de verder weg van de baan gelegen handhavingspunten juist lager is.
Dit betekent echter niet dat er sprake is van een toename van de geluidsruimte Naast de geluidnormen bevat het luchthavenbesluit immers ook de beperking van maximaal 900 helikopterbewegingen per jaar.


9. Indien ‘ja’ op bovenstaande vraag: hoe verhoudt het verhogen van geluidsbelastingwaarde in de handhavingspunten zich tot het aanbod van de directeur om de geluidsbelasting van helikopters te verlagen met 25%?

Antwoord:
Ons college is niet op de hoogte van een aanbod van de directeur om de geluidsbelasting van helikopters met 25% te verlagen


10. Kunt u garanderen dat de scheiding tussen vliegtuigen en helikopters gehandhaafd blijft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zoals u kunt lezen op pagina 10 van het ontwerp van de tweede wijzigingsverordening Verordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe Noord-Brabant hebben we scheiding tussen vliegtuigen en helikopters nog duidelijker opgenomen. Het voorstel is daarmee dat de scheiding gehandhaafd blijft. Het vaststellen van de tweede wijzigingsverordening is een bevoegdheid van Provinciale Staten, dus het is aan uw Staten om te bepalen of de scheiding inderdaad gehandhaafd blijft.


11. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: bent u bereid dit juridisch te borgen in het luchthavenbesluit? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 10


12. Op welke wijze is het gebruikte uitgangspunt bij de geluidsberekening voor helikoptergeluid (waarbij een onrepresentatief luid helikoptertype als uitgangspunt is genomen) volgens u ‘discutabel’, als het niet betrekking heeft op de verleende geluidsruimte?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 7