Vragen over bestrijding eiken­pro­ces­sierups met giftige bestrij­dings­mid­delen


Indiendatum: 10 apr. 2020

Geacht college,

Er worden proefontheffingen verleend voor het behandelen van maximaal 2500 eiken met een gifstof, teneinde de eikenprocessierups te bestrijden. De pilot betreft 4 gemeenten in Noord-Brabant en houdt onder andere in dat de bomen worden geïnjecteerd met het giftige bestrijdingsmiddel vertimec. Dit middel doodt veel andere rupsen, en dus ook veel (zeldzame) vlindersoorten en andere insecten zoals bijen. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Bent u met ons eens dat er sprake is van gebruik van een giftig middel met de nodige gevaren voor onze natuur en dat de werkzame stof abamectin zeer giftig is voor insecten zoals bijen? Zo nee, waarom niet?

2. Bent u het met ons eens dat er voldoende diervriendelijke middelen zijn om te komen tot minder processierupsen? En waarom worden deze middelen niet ingezet?

Eiken zijn van grote waarde voor insecten; er zijn honderden insectensoorten verbonden aan de eik.

3. Is onderzocht of Rode lijst-soorten het genoemde gif binnen kunnen krijgen wanneer zij zich op een met gif geïnjecteerde eik bevinden en zich voeden? Zo nee waarom niet? Zo ja, is er een ontheffing voor het gebruik van het bestrijdingsmiddel aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming, omdat het gebruikte middel niet soortspecifiek is en dus mogelijk ook andere insectensoorten gedood worden?

4. Maken gemeenten bij het selecteren van de bomen die gebruikt worden bij de pilot, gebruik van de beheerskaarten van de Vlinderstichting waarop de insectensoorten per gebied worden aangegeven? Zo nee, hoe denkt u te voorkomen dat ook andere, beschermde soorten sterven door het gebruik van dit middel?

5. Bent u het met ons eens dat het gebruik van gif het natuurlijke evenwicht ontwricht waardoor natuurlijke bestrijding van processierupsen door bijvoorbeeld insecten en vogels teniet wordt gedaan? Worden we met gebruik van gif niet juist afhankelijk van dat gif? Zo nee, waaruit blijkt dat?

6. Gaat u zich inzetten om tegen deze proefontheffing in verweer te komen, teneinde onze provinciale belangen van natuurbehoud en natuurherstel te beschermen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 10 apr. 2020
Antwoorddatum: 21 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u met ons eens dat er sprake is van gebruik van een giftig middel met de nodige gevaren voor onze natuur en dat de werkzame stof abamectin zeer giftig is voor insecten zoals bijen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja


2. Bent u het met ons eens dat er voldoende diervriendelijke middelen zijn om te komen tot minder processierupsen? En waarom worden deze middelen niet ingezet?

Antwoord:
Ja, deze middelen worden door de provincie in toenemende mate ingezet


3. Is onderzocht of Rode lijst-soorten het genoemde gif binnen kunnen krijgen wanneer zij zich op een met gif geïnjecteerde eik bevinden en zich voeden? Zo nee waarom niet? Zo ja, is er een ontheffing voor het gebruik van het bestrijdingsmiddel aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming, omdat het gebruikte middel niet soortspecifiek is en dus mogelijk ook andere insectensoorten gedood worden?

Antwoord:
Het is onbekend of de initiatiefnemer onderzoek heeft gedaan naar de eventuele gevolgen voor Rode lijst-soorten. Naast kennis over de werking van het middel bij toepassing daarvan door injectie in een eik, is onderzoek nodig naar het voorkomen van Rode lijstsoorten op de specifieke locaties waar dit wordt toegepast. Door het ontbreken van deze informatie is op dit moment moeilijk te bepalen of Rode lijst-soorten in het geding zijn. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet bij ons aangevraagd.
Overigens is bovenstaande nu niet meer relevant omdat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) de ontheffing op basis waarvan het gebruik van het middel was toegestaan op 15 april per direct heeft ingetrokken. Dit betekent dat dit gebruik van het middel met onmiddellijke ingang niet meer is toegestaan.


4. Maken gemeenten bij het selecteren van de bomen die gebruikt worden bij de pilot, gebruik van de beheerskaarten van de Vlinderstichting waarop de insectensoorten per gebied worden aangegeven? Zo nee, hoe denkt u te voorkomen dat ook andere, beschermde soorten sterven door het gebruik van dit middel?

Antwoord:
Uit onze contacten met de gemeenten is gebleken dat de gemeenten Bladel, Eersel en Reusel de Mierden nooit de intentie hebben gehad om deel te nemen aan de proef. Het initiatief ligt bij een uitvoerder/aannemer en heeft alleen in de gemeente Son en Breugel gebruik gemaakt van het middel. Het is onbekend of daarbij gebruik is gemaakt van de beheerskaarten van de Vlinderstichting.


5. Bent u het met ons eens dat het gebruik van gif het natuurlijke evenwicht ontwricht waardoor natuurlijke bestrijding van processierupsen door bijvoorbeeld insecten en vogels teniet wordt gedaan? Worden we met gebruik van gif niet juist afhankelijk van dat gif? Zo nee, waaruit blijkt dat?

Antwoord:
Ja, de ervaringen met de bestrijding van de eikenprocessierupsen in Brabant hebben aangetoond dat het gebruik van gif geen duurzame oplossing biedt. De provincie heeft er in haar Plan van Aanpak dan ook nadrukkelijk voor gekozen om zoveel als mogelijk over te gaan naar een ecologisch beheer gericht op herstel van natuurlijk evenwicht waarbij natuurlijke vijanden van de rups de plaag in de toekomst moeten verminderen. De provincie hanteert dit uitgangspunt in elk geval voor haar eigen gronden en roept ook andere grondeigenaren zoals gemeenten op om dezelfde werkwijze te gaan hanteren.


6. Gaat u zich inzetten om tegen deze proefontheffing in verweer te komen, teneinde onze provinciale belangen van natuurbehoud en natuurherstel te beschermen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Direct na het bekend worden van deze proef hebben wij contactgezocht met deze gemeenten waaruit bleek dat alleen de gemeente Son en Breugel nog aan de proef zou deelnemen. Die gemeente konden wij pas na het paasweekend bereiken en bleek toen al van het middel gebruik te hebben gemaakt en ca 550 bomen te zijn geïnjecteerd. Wij achten de proef, die indruist tegen de door ons voorgestane aanpak van inzet op ecologisch beheer, zeer onwenselijk. Nog voordat we eventuele verdere maatregelen hadden overwogen ontvingen we op 15 april het bericht dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) de proefontheffing voor het middel Vertimec per onmiddellijke ingang heeft ingetrokken. Zie ook ons antwoord op vraag 3. Nu 550 bomen zijn behandeld met het middel zijn wij voornemens om met betrokken partijen te bezien hoe alsnog op een zinvolle wijze invulling kan worden gegeven aan vervolgonderzoek.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

I.A.H.M. Cortenbach,
programmamanager Milieu & Energie