Vragen over het voorstel van water­schap Brabantse Delta tot herbe­grenzing Halsters Laag en Oudland


Indiendatum: apr. 2020

Geacht college,

Waterschap Brabantse Delta heeft aan u een voorstel voor herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gedaan, waarin een aantal (delen van) percelen uit de NNB-begrenzing worden verwijderd. Vanwege de hoge ligging en de huidige gebruiksvorm van een aantal percelen is het volgens het waterschap niet realistisch om hier binnen afzienbare tijd natte natuur te realiseren. IVN de Groene Zoom heeft in de rol van stakeholder in het gebied desgevraagd een reactie gegeven op het voorstel en geeft onder andere aan dat het waterschap te snel wil overgaan tot herbegrenzing; de deadline voor realisatie van het NNB ligt immers nog redelijk ver in de toekomst in 2027. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Kunt u aan ons motiveren waarom u, volgens waterschap Brabantse Delta, ingestemd hebt met het voorstel tot herbegrenzing?

2. Bent u met ons van mening dat door de door het waterschap voorgestelde gebieden te verwijderen, hiaten ontstaan in het NNB en dat daardoor niet het robuuste netwerk tot stand kan komen zoals is vastgelegd in provinciaal beleid en ambitie? Zo nee, waarom niet?

Uit de toelichting op het voorstel blijkt dat een aantal van de percelen bedrijfsmatig in gebruik zijn, en dat de eigenaar heeft aangegeven geen plannen te hebben om het bedrijf te beëindigen of te verplaatsen. De kans op realisatie van natte natuur is hiermee volgens het waterschap nihil. Bij de oorspronkelijke begrenzing van het natuurnetwerk voor het Halsters Laag en Oudland is gekozen om het grootste deel van de percelen, waarvoor nu wordt voorgesteld om die uit de begrenzing te halen, juist op een later tijdstip in te richten als natuur. Nu is het waterschap voornemens om de bedrijfsbestemmingen naar eigen zeggen recht te laten doen aan het actuele gebruik, te weten zonder natuuropgaven.

3. Vindt u het acceptabel om de begrenzing van het NNB aan te passen op grond van de door het waterschap genoemde argumenten? Zo ja, waarom?

4. Was ten tijde van de oorspronkelijke begrenzing van de gronden bij het bevoegd gezag bekend dat deze gronden niet in eigendom van provincie, gemeente of waterschap waren en dat daardoor de kans bestond dat de gebieden niet konden worden ingericht als natuur? Zo ja, waarom is toch gekozen voor de aanwijzing van deze gronden? Zo nee, waarom niet?

5. Indien ja bij de vorige vraag: Waarom is het waterschap nu in de veronderstelling dat de gronden uit het NNB moeten worden verwijderd, in tegenstelling tot de denkrichting ten tijde van de oorspronkelijke begrenzing?

6. Vindt uw college het redelijk om de begrenzing van de percelen op dit moment aan te passen ondanks het feit dat de deadline voor volledige realisatie van het NNB nog niet in zicht is? Zo ja, waarom?

7. Is uw college met ons van mening dat voorlopig alleen het aanpassen van de percelen naar een ander natuurdoeltype voldoende recht doet aan de situatie en op langere termijn voldoende beleidsvrijheid geeft? Zo ja, bent u bereid om hier tot over te gaan? Zo nee, waarom niet?

8. Bent u met ons van mening dat het meer opportuun is om de door het waterschap genoemde gronden (in de toekomst) alsnog te verwerven en in te richten als natuur? Zo ja, welke acties gaat u daarop ondernemen? Zo nee, waarom niet?

9. Wat is het standpunt van uw college ten aanzien van het opwaarderen van de gronden (naar de bestemming agrarisch) terwijl de procedures voor het afwaarderen van de gronden (naar de bestemming natuur) eerder al zijn doorlopen, en de financiële consequenties hiervan?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 12 mei 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Kunt u aan ons motiveren waarom u, volgens waterschap Brabantse Delta, ingestemd hebt met het voorstel tot herbegrenzing?

Antwoord:
Ja, het betreft correcties van de begrenzing van het NNB ten aanzien van agrarische bedrijfsgebouwen, erven en particuliere woningen. Deze behoren geen deel uit te maken van het NNB.


2. Bent u met ons van mening dat door de door het waterschap voorgestelde gebieden te verwijderen, hiaten ontstaan in het NNB en dat daardoor niet het robuuste netwerk tot stand kan komen zoals is vastgelegd in provinciaal beleid en ambitie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, het NNB blijft hier robuust, de uit het NNB te verwijderen perceelgedeeltes hebben nu en in de toekomst geen enkele ecologische functie. Het betreft het opheffen van een kaartfout (minicamping) en een netto verwijdering van tussen 2 en 3 ha van het NNB, dit is minder dan 1% van de oppervlakte van Oudland en Halsters Laag.


3. Vindt u het acceptabel om de begrenzing van het NNB aan te passen op grond van de door het waterschap genoemde argumenten? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, het aanpassen van de begrenzing is het resultaat van een integraal gewogen voorstel. Het Halsters Laag heeft de afgelopen 3 jaar een intensief proces doorgemaakt, waarbij alle partijen en eigenaren zijn gesproken en hun wensen werden geïnventariseerd. De aanpassing van de begrenzing is nu een logisch gevolg en geeft de gewenste duidelijkheid voor eigenaren en partijen. Zonder aanpassing als resultaat deze integrale afweging vrijwel voor niets geweest en verspilling van de inzet van allen. Het is daarbij fysiek onmogelijk om pas in 2027 in één jaar tijd alle natuurgebieden in de provincie van de juiste begrenzing te voorzien.


4. Was ten tijde van de oorspronkelijke begrenzing van de gronden bij het bevoegd gezag bekend dat deze gronden niet in eigendom van provincie, gemeente of waterschap waren en dat daardoor de kans bestond dat de gebieden niet konden worden ingericht als natuur? Zo ja, waarom is toch gekozen voor de aanwijzing van deze gronden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
nee, deze begrenzing heeft in de 90er jaren plaatsgevonden als resultaat van door GS bekrachtigde regionale en integraal genomen afspraken (Werkgroep Ecologische Begrenzing, WEB commissie). Daarbij speelde eigendom van te begrenzen gronden geen rol, de begrenzing is vastgesteld op ecologische en hydrologische gronden.


5. Indien ja bij de vorige vraag: Waarom is het waterschap nu in de veronderstelling dat de gronden uit het NNB moeten worden verwijderd, in tegenstelling tot de denkrichting ten tijde van de oorspronkelijke begrenzing?

Antwoord:

N.v.t.


6. Vindt uw college het redelijk om de begrenzing van de percelen op dit moment aan te passen ondanks het feit dat de deadline voor volledige realisatie van het NNB nog niet in zicht is? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, het NNB is na herbegrenzen niet wezenlijk gewijzigd en blijft een robuust geheel.


7. Is uw college met ons van mening dat voorlopig alleen het aanpassen van de percelen naar een ander natuurdoeltype voldoende recht doet aan de situatie en op langere termijn voldoende beleidsvrijheid geeft? Zo ja, bent u bereid om hier tot over te gaan? Zo nee, waarom niet

Antwoord:
Nee, zie antwoord op vraag 6.


8. Bent u met ons van mening dat het meer opportuun is om de door het waterschap genoemde gronden (in de toekomst) alsnog te verwerven en in te richten als natuur? Zo ja, welke acties gaat u daarop ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, zie antwoord op vraag 6.


9. Wat is het standpunt van uw college ten aanzien van het opwaarderen van de gronden (naar de bestemming agrarisch) terwijl de procedures voor het afwaarderen van de gronden (naar de bestemming natuur) eerder al zijn doorlopen, en de financiële consequenties hiervan?

Antwoord:
De betreffende gronden hebben geen procedure voor het afwaarderen naar de bestemming natuur doorlopen. Er zijn daarmee geen financiële consequenties.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

ing. H.J. van Herk,
programmamanager Natuurontwikkeling