Vragen over de uitbreiding van het aantal vluchturen van militaire lucht­haven Gilze-Rijen


Indiendatum: apr. 2020

Geacht college,

Militaire luchthaven Gilze-Rijen bereidt een uitbreiding van het aantal vluchturen voor. De luchthaven ligt in nabijheid van een aantal Natura 2000-gebieden, waarvan Regte Heide & Riels Laag het dichtste bij is. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. De stikstofruimte die dit project inneemt, is gereserveerd op de lijst van prioritaire projecten. Kan dit project na de PAS-uitspraak nog doorgang vinden en zo ja, onder welke voorwaarden komt de uitbreiding tot stand?

In het MER ter voorbereiding van de uitbreiding, wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij vlieghoogtes >450 meter geen verstoring voor vogels optreedt, zowel voor wat betreft geluid als optische verstoring. In het voorkeursalternatief gaan helikopters tussen 300 en 600 meter hoogte vliegen (48 uren tegenover de huidige 13 vlieguren).

2. Bent u met ons eens dat er in de eerste helft van de hoogteband (tussen 300 meter en 450 meter) verstoring van vogels niet kan worden uitgesloten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u dat de verstoring van vogels door de uitbreiding voldoende is geduid? Zo ja, waarom?

3. Is in het algemeen, dus niet toegespitst op deze activiteit, onderzoek gedaan naar de akoestische en optische effecten van luchtvaartuigen op dieren? Zo ja, kunnen wij dit onderzoek ontvangen? Zo nee, waarom wordt er dan vanuit gegaan dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten?

In het MER staat vervolgens dat de habitattypen en habitatsoorten (kamsalamander, drijvende waterweegbree) niet gevoelig zijn voor optische verstoring. In het aanwijzingsbesluit Regte Heide & Riels Laag zijn de volgende instandhoudingsdoelstellingen opgenomen: H2310 stuifzandheiden met struikhei, H3130 zwakgebufferde vennen, H3160 zure vennen, H4010 vochtige heiden, H4030 droge heiden, H7150 pioniersvegetaties met snavelbiezen, H91E0 vochtige alluviale bossen (subtype C)

4. Waarom worden, wat betreft optische verstoring, alleen de kamsalamander en de waterweegbree genoemd in het MER?

5. Worden de typische soorten die behoren tot de hierboven genoemde aangewezen habitattypen ook nog betrokken in het onderzoek naar optische verstoring ten gevolge van de uitbreiding, of blijft het bij de kamsalamander en de drijvende waterweegbree? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u met ons eens dat het effect op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen op het gebied van optische verstoring, akoestische verstoring en trilling moet worden onderzocht? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u met ons eens dat de toetsing op significant negatieve effecten van geluidsverstoring als gevolg van de uitbreiding van de vluchturen op Natura 2000-doelstellingen Regte Heide & Riels Laag en mogelijk ook de Natura 2000-gebieden Ulvenhoutse Bos en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, niet voldoende is en verdieping behoeft? Zo nee, waarom niet?

8. Bevinden zich flora en fauna van andere kwetsbare soorten in het gebied, zoals Rode Lijst-soorten? Kan gegarandeerd worden dat deze soorten niet verontrust worden door laagvliegen? Op welke manier wordt met deze soorten rekening gehouden?

9. Bent u bekend met de huidige bezwaren van omwonenden tegen de activiteiten van de luchthaven, te weten geluidsoverlast en rattle noise (trillingen) als gevolg van het huidige aantal vluchturen?

10. Bent u met ons eens dat de klachten van de omwonenden, die overigens bekend zijn bij de staatssecretaris, zullen verergeren wanneer het aantal vlieguren van luchthaven Gilze-Rijen wordt uitgebreid?[1] Zo nee, waarom niet?

11. Bent u bereid om zich, vanuit uw rol als bevoegd gezag over de Brabantse Natura 2000-gebieden en kwetsbare soorten, en uw verantwoordelijkheid voor het welzijn van alle Brabanders, in te spannen voor een afname van de druk op de Natura 2000-gebieden en omwonenden rond de luchthaven, in plaats van een toename daarvan? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

[1] https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2020/02/12/defensie-komt-aan-bezwaren-gilze-rijen-tegemoet

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 21 apr. 2020

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. De stikstofruimte die dit project inneemt, is gereserveerd op de lijst van prioritaire projecten. Kan dit project na de PAS-uitspraak nog doorgang vinden en zo ja, onder welke voorwaarden komt de uitbreiding tot stand
?

Antwoord:
Prioritaire projecten waren onder het PAS projecten waarvoor zogenaamde ontwikkelingsruimte was gereserveerd. De uitgifte van ontwikkelingsruimte is met de PAS-uitspraak komen te vervallen. Mocht sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dan dient dit onderbouwd te worden in een passende beoordeling bij een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor militaire luchthavens is voor vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming de minister van LNV het bevoegd gezag. De provincie Noord-Brabant is daarmee in dit geval niet bevoegd voor de beoordeling van effecten op beschermde natuurgebieden en soorten.


2. Bent u met ons eens dat er in de eerste helft van de hoogteband (tussen 300 meter en 450 meter) verstoring van vogels niet kan worden uitgesloten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u dat de verstoring van vogels door de uitbreiding voldoende is geduid? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Zie antwoord vraag 1.


3. Is in het algemeen, dus niet toegespitst op deze activiteit, onderzoek gedaan naar de akoestische en optische effecten van luchtvaartuigen op dieren? Zo ja, kunnen wij dit onderzoek ontvangen? Zo nee, waarom wordt er dan vanuit gegaan dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten?

Antwoord:
Ja, er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd zoals te zien is in bijgaande lijst. Over de buitenlandse onderzoeken beschikken wij niet, de drie Nederlandse onderzoeken zijn eveneens bijgevoegd.


4. Waarom worden, wat betreft optische verstoring, alleen de kamsalamander en de waterweegbree genoemd in het MER?

Antwoord:
In ‘MER Gilze-Rijen Bijlagenrapport Luchthavenbesluit Gilze Rijen’ op bladzijde 61 en verder kunt u hierover uitgebreide informatie vinden. De verantwoordelijkheid voor de MER ligt bij het ministerie van Defensie als bevoegd gezag en initiatiefnemer.


5. Worden de typische soorten die behoren tot de hierboven genoemde aangewezen habitattypen ook nog betrokken in het onderzoek naar optische verstoring ten gevolge van de uitbreiding, of blijft het bij de kamsalamander en de drijvende waterweegbree? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord onder 4.


6. Bent u met ons eens dat het effect op de Natura 2000- instandhoudingsdoelen op het gebied van optische verstoring, akoestische verstoring en trilling moet worden onderzocht? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord onder 1.


7. Bent u met ons eens dat de toetsing op significant negatieve effecten van geluidsverstoring als gevolg van de uitbreiding van de vluchturen op Natura 2000-doelstellingen Regte Heide & Riels Laag en mogelijk ook de Natura 2000-gebieden Ulvenhoutse Bos en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, niet voldoende is en verdieping behoeft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord onder 1.


8. Bevinden zich flora en fauna van andere kwetsbare soorten in het gebied, zoals Rode Lijst-soorten? Kan gegarandeerd worden dat deze soorten niet verontrust worden door laagvliegen? Op welke manier wordt met deze soorten rekening gehouden?

Antwoord:
Ja, voor Natura2000-gebieden in de nabijheid van de luchthaven wordt hierop, onder andere Rode Lijst-soorten, ook ingegaan in het rapport genoemd in het antwoord onder 4.
Voor de Natura2000-gebieden zal dat in dit geval worden beoordeeld bij de vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming door de minister van LNV.


9. Bent u bekend met de huidige bezwaren van omwonenden tegen de activiteiten van de luchthaven, te weten geluidsoverlast en rattle noise (trillingen) als gevolg van het huidige aantal vluchturen?

Antwoord:
Ja.


10. Bent u met ons eens dat de klachten van de omwonenden, die overigens bekend zijn bij de staatssecretaris, zullen verergeren wanneer het aantal vlieguren van luchthaven Gilze-Rijen wordt uitgebreid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja.


11. Bent u bereid om zich, vanuit uw rol als bevoegd gezag over de Brabantse Natura 2000-gebieden en kwetsbare soorten, en uw verantwoordelijkheid voor het welzijn van alle Brabanders, in te spannen voor een afname van de druk op de Natura 2000-gebieden en omwonenden rond de luchthaven, in plaats van een toename daarvan? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord onder 1 voor wat betreft de Natura2000-gebieden.
Ja, voor het welzijn van de Brabanders hebben wij al diverse acties ondernomen en blijven deze waar nodig ook verder uitvoeren. Een voorbeeld is de procedure ten behoeve van het luchthavenbesluit voor militaire luchthaven Gilze-Rijen. Op 19 juli 2016 hebben wij een zienswijze ingediend op de ‘Notitie Reikwijdte en detailniveau Milieueffectrapport Gilze-Rijen’. Op 27 februari 2018 hebben wij een zienswijze ingediend op het ontwerp-luchthavenbesluit en de MER. Zoals blijkt uit de door u mee gestuurde link bent u op de hoogte van de tegemoetkomingen die de Staatssecretaris van Defensie op 12 februari 2020 heeft gedaan. Deze tegemoetkomingen zullen leiden tot wijzigingen in het ontwerp-luchthavenbesluit en de MER voor militaire luchthaven Gilze-Rijen. Wij zullen deze wijzigingen nauw gelet volgen en waar nodig actie(s) ondernemen. Ook in onze hoedanigheid als voorzitter van de Commissie Overleg & Voorlichting Milieu (COVM) houden wij de vinger aan de pols in Gilze-Rijen. Daarnaast nemen wij, op verzoek van de gemeente, ook deel aan het opzetten van het geluidmeetnet rondom luchthaven Gilze-Rijen door Defensie.


Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
namens deze,

I.A.H.M. Cortenbach,
programmamanager Milieu en Energie