Vragen over de forse stijging van het aantal dier­proeven, ook in Brabant



Geacht college,

In een jaar tijd is het aantal honden en katten dat wordt gebruikt in medische experimenten met bijna 50 procent gestegen. Per jaar komen vele honderden honden en katten om het leven. Steeds meer dieren sterven als gevolg van een medisch experiment, maar uiteindelijk worden alle proefdieren gedood.

Gedeputeerde Pauli gaf op 9 november 2018, tijdens de bespreking van de begroting voor 2019, een reactie op de motie ‘Proefdiervrije innovaties in Brabant’:
We willen wel actief inzetten via al onze programma’s die we hebben, om te stimuleren dat er meer alternatieven ontwikkeld worden. Dat doen we met de TU in Eindhoven, dat doen we met de bedrijfjes, dat doen we door te participeren in RegMed XB, Therapie op Maat, e/MTIC, kortom, met heel veel partijen waarmee we op dit moment al verbonden zijn.

De forse stijging van het aantal proefdieren is voor ons een duidelijk signaal en wij hebben daarom de volgende vragen aan u.

  1. Kent u de recente berichten van het Brabants Dagblad en Omroep Brabant over de toename van dierproeven?
  2. Bent u het met ons eens dat Noord-Brabant een slechte beurt maakt, omdat tweederde van de proefdiercentra waar experimenten worden uitgevoerd op honden en katten zich in onze provincie bevindt? Zo nee, waarom niet?
  3. Welke concrete inzet heeft u via de provinciale programma’s gepleegd, om te stimuleren dat er meer alternatieven ontwikkeld worden? Graag ontvangen wij een uitputtend overzicht, inclusief eventuele concrete resultaten.
  4. Bent u bereid om met een pro-actief en structureel in te zetten op het stimuleren van de Transitie Proefdiervrije Innovatie in onze provincie, door zo als overheid bij te dragen aan het verminderen van dierproeven, zoals ook is onderschreven door vele deskundige organisaties? Zo nee, waarom niet?
  5. Graag ontvangen wij een overzicht van opleidingen tot proefdieruitvoerder en van opleidingen gericht op alternatieven op dierproeven; welke opleidingen zijn er en hoeveel studenten studeren af op deze opleidingen?
  6. Bent u bereid om opleidingen gericht op alternatieven op dierproeven actief te promoten, ook in het kader van de innovatieve werkgelegenheid in Brabant? Zo nee, waarom niet?
  7. Bent u bereid om bij het Rijk aan te dringen op meer fondsen voor alternatieven voor dierproeven? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren



Antwoorddatum: 23 apr. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Kent u de recente berichten van het Brabants Dagblad en Omroep Brabant over de toename van dierproeven?

Antwoord:
Ja, we hebben hiervan kennisgenomen.


2. Bent u het met ons eens dat Noord-Brabant een slechte beurt maakt, omdat tweederde van de proefdiercentra waar experimenten worden uitgevoerd op honden en katten zich in onze provincie bevindt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, dit zijn bedrijven die binnen de geldende regelgeving toestemming hebben gekregen om dierproeven te mogen uitvoeren. Naar aanleiding van de motie van mevrouw Kardol hebben wij als Provincie de handschoen opgepakt om de innovatiekracht van onze bedrijven en kennisinstellingen in te zetten voor onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Zoals met Provinciale Staten gecommuniceerd is, komen wij rond de zomer met een Plan van aanpak.


3. Welke concrete inzet heeft u via de provinciale programma’s gepleegd, om te stimuleren dat er meer alternatieven ontwikkeld worden? Graag ontvangen wij een uitputtend overzicht, inclusief eventuele concrete resultaten.

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 2. Ter voorbereiding van dit Plan van Aanpak spreken wij breed met betrokken organisaties, kennisinstellingen en bedrijven. Ook zijn wij in gesprek met meerdere ministeries (EZK, LNV) hoe Nederland koploper kan worden op het gebied van het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven en welke rol Brabant daarin kan vervullen. Daarnaast wordt ingezet op internationale samenwerking. Dit najaar wordt een internationaal congres georganiseerd door het ministerie van LNV over het thema alternatieven voor dierproeven gericht op (internationale) kennisuitwisseling.


4. Bent u bereid om met een pro-actief en structureel in te zetten op het stimuleren van de Transitie Proefdiervrije Innovatie in onze provincie, door zo als overheid bij te dragen aan het verminderen van dierproeven, zoals ook is onderschreven door vele deskundige organisaties? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.


5. Graag ontvangen wij een overzicht van opleidingen tot proefdieruitvoerder en van opleidingen gericht op alternatieven op dierproeven; welke opleidingen zijn er en hoeveel studenten studeren af op deze opleidingen?

Antwoord:
Als provincie hebben wij hier geen zicht op en hierin ook geen bevoegdheden.


6. Bent u bereid om opleidingen gericht op alternatieven op dierproeven actief te promoten, ook in het kader van de innovatieve werkgelegenheid in Brabant? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Als provincie hebben wij geen wettelijke taken rond de curricula van onderwijsinstellingen. Deze taken zijn weggelegd bij het ministerie van OCW.


7. Bent u bereid om bij het Rijk aan te dringen op meer fondsen voor alternatieven voor dierproeven? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nationaal en ook regionaal zijn veel instrumenten, zoals fondsen, om innovatieve bedrijven te ondersteunen. Afgelopen jaren hebben we als provincie u daar meerdere keren over geïnformeerd. Ook voor innovatieve bedrijven die alternatieven voor dierproeven ontwikkelen, staat dit brede palet van instrumenten open.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA