Vragen over de geplande vergis­tings­in­stal­latie op het terrein van Bio Tech Park Brabant


Geacht college,

De geplande vergistingsinstallatie Blue Sphere Brabant is onderdeel van Bio Tech Park Brabant (BTPB) dat op het voormalig terrein van afvalverwerker Reiling aan de Pastoor Thijssenlaan wordt ingericht.

Eigenaar/bouwer van de vergister is het Amerikaanse Blue Sphere. Het bedrijf dat afval omzet in energie heeft in Amerika 2 en in Italië 8 projecten. In Sterksel wordt 30 miljoen euro geïnvesteerd. Van de Nederlandse overheid krijgt Blue Sphere maximaal 127 miljoen euro om hier de komende 12 jaar biogas te produceren. Er moet kennelijk haast worden gemaakt bij de bouw van de installatie, want er wordt al verscheidene weken 7 dagen per week gebouwd.

Wij hebben hierover volgende vragen.

1. Is er een moment waarop de SDE-subsidie niet meer kan worden verkregen? Met andere woorden: Heeft Blue Sphere Brabant te maken met een deadline?

2. Tot welke hoogte mogen mestvergistingsinstallaties worden opgericht?

3. Hoe hoog worden de bouwwerken aan de Pastoor Thijssenlaan?

De moederbeschikking voor de vergistingsinstallatie, die ook de mestsilo’s mogelijk maakt, is schijnbaar de beschikking van 18 december 2012 met kenmerk 3323700 (fase 1 en bijbehorend fase 2).

4. Kunt u aangeven waar in deze beschikking of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de activiteit mestvergisting wordt genoemd? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u aangeven waar in deze beschikking of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de aangevraagde activiteit wordt getoetst aan de doelstellingen voor Natura 2000? Zo nee, waarom niet?

In de beschikking aan Reiling uit 2006 met kenmerk 1238895, is zo te zien voor het eerst mestvergisting vergund.

6. Is het juist dat in de hierboven genoemde beschikking, voor het eerst toestemming voor de activiteit mestvergisting is vergund aan Reiling? Zo nee, wanneer is dat dan gebeurd?

7. Kunt u aangeven waar in deze beschikking of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de aangevraagde activiteit wordt getoetst aan de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000? Zo nee, waarom niet?

8. Deze vergunning is verleend voor 10 jaar en is dus niet meer geldig. Wat is de nu de grondslag voor de toestemming voor de nieuwe bouwwerken en activiteiten?

9. Bent u met ons van mening dat er geen natuurtoets is uitgevoerd en de juiste vergunning voor dit project dan ook ontbreekt? Zo nee, waarom niet?

10. Bent u van mening dat er geen nieuwe vergunning hoeft te worden verleend voor de nieuwe bouwwerken en activiteiten? Zo nee, waarom niet?

11. Hoe moet de fractie van de Partij voor de Dieren de term ‘milieu neutrale verandering’, die in verscheidene beschikkingen voorkomt, duiden als er geen toetsing heeft plaatsgevonden op bescherming van kwetsbare natuur en de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000?

12. Indien uit de beantwoording van voorgaande vragen is gebleken dat er voor de nieuwe bouwwerken niet de juiste vergunning is verleend: Bent u bereid om de bouw per direct stil te leggen? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 nov. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Is er een moment waarop de SDE-subsidie niet meer kan worden verkregen? Met andere woorden: Heeft Blue Sphere Brabant te maken met een deadline?

Antwoord:
Dat is ons niet bekend. SDE-subsidies worden verstrekt door het RVO ter compensatie van de lagere gasprijzen.


2. Tot welke hoogte mogen mestvergistingsinstallaties worden opgericht?

Antwoord:
De hoogte van gebouwen wordt bepaald door het geldende bestemmingsplan van de gemeente waarin de installaties worden gebouwd. Voor deze situatie geldt het bestemmingsplan Buitengebied Heeze-Leende 2017. Hierin is opgenomen dat “voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
a. De bouwhoogte van kleinschalige windmolens, silo’s en mestvergistingsinstallaties mag niet meer bedragen dan 15 m”.
In de omgevingsvergunning van 29 september 2015 (kenmerk HZ_WABO- 2015-907) is opgenomen dat de vergistingscellen 15 m hoog worden.


3. Hoe hoog worden de bouwwerken aan de Pastoor Thijssenlaan?

Antwoord:
Zie beantwoording vraag 2.


4. Kunt u aangeven waar in deze beschikking (de beschikking van 18 december 2012 met kenmerk 3323700) of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de activiteit mestvergisting wordt genoemd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De vigerende vergunningssituatie binnen de inrichting bestaat uit meerdere beschikkingen en/of meldingen. In diverse beschikkingen is sprake van (mest)vergisting, namelijk:
• Revisievergunning Wabo, verleend op 9 november 2006. In de aanvraag op pagina 2 is opgenomen dat (vloeibare) organische reststoffen en dierlijke mest vergist worden;
• Veranderingsvergunning Wabo, verleend op 11 september 2012. In de aanvraag is op pagina 59/119 opgenomen dat dierlijke (dunne) mest en biomassa geaccepteerd mogen worden;
• Wnb-vergunning, verleend op 16 april 2013. Er is, onder andere, vergunning verleend voor mestvergisting;
• Veranderingsvergunning Wabo, verleend 18 september 2015. Er is, onder andere, vergunning verleend voor het scheiden van mest in de ontvangsthal en het verruimen van de doorzetcapaciteit van mest;
• Vergunning Wabo, verleend 29 september 2015. Er is vergunning verleend voor het wijzigen van de vergistingsinstallatie en het oprichten van bijbehorende bouwwerken.
Alle bovenstaande vergunningen zijn onherroepelijk.


5. Kunt u aangeven waar in deze beschikking of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de aangevraagde activiteit wordt getoetst aan de doelstellingen voor Natura 2000? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
In het besluit van 16 april 2013 (kenmerk C2092053/3393531) is vergunning verleend voor het uitvoeren van handelingen waarvoor een vergunning ingevolge artikel 19d Natuurbeschermingswet benodigd is. In deze vergunning zijn de activiteiten getoetst aan de doelstellingen voor Natura2000.
Op 24 maart 2015 is een nieuwe aanvraag voor de Wnb ingediend. Deze aanvraag is nog niet compleet. Wij hebben verzocht om aanvullingen. Vanwege deze lopende aanvraag, wordt het onderdeel Natuur niet bij nieuwe Wabo-aanvragen beoordeeld.


6. Is het juist dat in de hierboven genoemde beschikking (in de beschikking aan Reiling uit 2006 met kenmerk 1238895, is zo te zien voor het eerst mestvergisting vergund), voor het eerst toestemming voor de activiteit mestvergisting is vergund aan Reiling? Zo nee, wanneer is dat dan gebeurd?

Antwoord:
Ja, dat is correct.


7. Kunt u aangeven waar in deze beschikking of andere stukken gerelateerd aan de beschikking, de aangevraagde activiteit wordt getoetst aan de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, ten tijde van de beschikking van 9 november 2006 (op grond van de Wet milieubeheer) was het onderdeel Natuur geen toetsingskader bij het verlenen van een milieuvergunning. Zie verdere beantwoording vraag 5.


8. Deze vergunning is verleend voor 10 jaar en is dus niet meer geldig. Wat is de nu de grondslag voor de toestemming voor de nieuwe bouwwerken en activiteiten?

Antwoord:
Vergunningen die op grond van de Wet milieubeheer waren verleend, zijn op grond van de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.


9. Bent u met ons van mening dat er geen natuurtoets is uitgevoerd en de juiste vergunning voor dit project dan ook ontbreekt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. In het besluit van 16 april 2013 is een natuurtoets uitgevoerd en is vergunning verleend. Deze vergunning ziet echter niet volledig toe op de nu aangevraagde activiteiten. Dat betekent dat er een nieuwe Wnb-aanvraag moest worden. Vanwege de onvolledigheid van gegevens hebben wij om aanvullingen gevraagd. Deze aanvraag en aanvullingen moeten nog beoordeeld worden en getoetst aan de Beleidsregel Natuurbescherming die op 11 oktober 2019 inwerking is getreden.


10. Bent u van mening dat er geen nieuwe vergunning hoeft te worden verleend voor de nieuwe bouwwerken en activiteiten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, zie antwoord bij vraag 9. De Wabovergunningen (bouwen en milieu) zijn verleend en onherroepelijk.


11. Hoe moet de fractie van de Partij voor de Dieren de term ‘milieu neutrale verandering’, die in verscheidene beschikkingen voorkomt, duiden als er geen toetsing heeft plaatsgevonden op bescherming van kwetsbare natuur en de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000?

Antwoord:
De term ‘milieu neutrale verandering’ komt uit de Wabo. Artikel 3.10, derde lid, van de Wabo stelt dat een aangevraagde verandering van de inrichting of de werking daarvan met de reguliere procedure wordt afgedaan wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
• de verandering veroorzaakt geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan;
• de verandering leidt niet tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend;
• er is geen verplichting tot het maken van een MER.
De verandering zelf, zoals die wordt aangevraagd, mag dus geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken dan de milieugevolgen die worden gedekt door de geldende vergunning.
Toename van de feitelijke milieubelasting is dus geoorloofd, mits die toename binnen de grenzen van de vigerende vergunning blijft.


12. Indien uit de beantwoording van voorgaande vragen is gebleken dat er voor de nieuwe bouwwerken niet de juiste vergunning is verleend: Bent u bereid om de bouw per direct stil te leggen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De inrichtinghouder is begonnen met de bouwactiviteiten voordat de Wnb-vergunning is verleend. Dit betekent dat zij deze op eigen risico is gaan bouwen. Het bevoegd gezag kan in een dergelijk geval handhaven.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA