Vragen over de rol van gelde­lijke bijdragen en sociale meer­waarde bij lega­li­sering van illegale bedrijfs­si­tu­aties


Indiendatum: 3 feb. 2021

Geachte lezer,

Onlangs lazen wij berichten over twee bedrijven in Brabant; transportbedrijf CVL in Reusel-De Mierden, en aannemersbedrijf Van Wijlen in Waalwijk.

Het transportbedrijf CVL is ontwikkeld vanuit een boerenbedrijf en het bestemmingsplan laat een transportbedrijf op de huidige locatie niet toe. Het college van B&W acht verplaatsen naar een bedrijventerrein niet wenselijk en wil daarom het bestemmingsplan aanpassen en de situatie legaliseren.
Daarbij speelt mee dat het college vindt dat het bedrijf ‘sociale meerwaarde’ heeft. Deze meerwaarde bestaat uit een bijdrage in geld en natura aan het lokale verenigingsleven. Deze bijdrage is voor een deel indirect gekoppeld aan transport, maar deels ook branche-vreemd.
Opmerkelijk is dat een gemeenteraadslid stelt dat hij de meerwaarde van het bedrijf liever ziet in de vorm van een bijdrage voor het fonds voor publieke werken.

Het college van B&W verwijst naar de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant waarin staat dat maatschappelijke meerwaarde mag worden meegewogen bij ontwikkelingen.

Wij hebben hierover de volgende vragen:

1. bent u bekend met de situatie rond bovengenoemde bedrijven?

2. Is de provincie op enigerlei wijze betrokken (geweest) bij het voornemen tot legalisering van transportbedrijf CVL door de gemeente Reusel-De Mierden? Zo ja, op welke wijze?

3. Bent u bekend met de wijze waarop de gemeente Reusel-De Mierden het begrip ‘sociale meerwaarde’ interpreteert?

4. Bent u van mening dat het doen van een geldelijke bijdrage aan al dan niet branchevreemde maatschappelijke projecten of aan een gemeentelijk fonds zoals publieke werken een correcte invulling is van het begrip ‘maatschappelijke meerwaarde’ in de IOV van de provincie? Kunt u uw mening toelichten?

5. Bent u met ons van mening dat het doen van een geldelijke bijdrage aan enig maatschappelijk project of gemeentelijk fonds op zichzelf geen reden mag zijn om een vergunning, ontheffing, wijziging bestemmingsplan, en legalisatie te verlenen, of anderszins een ontwikkeling te legaliseren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u met ons van mening dat de regels in IOV van Brabant helder en objectief toetsbaar moeten zijn en dat een financiële bijdrage aan een gemeente of gemeentelijk fonds het risico op cliëntelisme vergroot? Zo nee, waarom niet?

7. Indien u van mening bent dat de door de gemeente Reusel-De Mierden gehanteerde interpretatie van het begrip ‘maatschappelijke meerwaarde’ ongewenst is, bent u bereid het college van B&W hiervan op de hoogte te stellen? Dit alles los van de vraag of legalisatie van het bedrijf CVL op deze locatie wenselijk is.

8. Ziet u in de door de gemeente Reusel-De Mierden gehanteerde interpretatie van het begrip ‘maatschappelijke meerwaarde’ een reden om de regelgeving in de IOV dan wel in de toelichting te herzien of aan te scherpen? Zo nee, waarom niet?

9. Indien geldelijke bijdragen een rol gaat spelen bij het verkrijgen van een ontheffing e.d., op welke wijze worden volgens u de belangen behartigd van minder draagkrachtige partijen, zoals burgers, milieugroepen en kleine ondernemers?

Het in de inleiding hierboven genoemde aannemersbedrijf in Waalwijk wil zich vestigen bij N2000-gebied Labbegat, op een locatie waar volgens het bestemmingsplan veel mogelijk is. Dit bedrijf wil inzetten op een duurzame, klimaatneutrale ontwikkeling met gesloten kringlopen en geen uitstoot van stikstofverbindingen.

10. Bent u met ons van mening dat het aannemersbedrijf Van Wijlen een voorbeeld is van een correcte en gewenste vorm van maatschappelijke meerwaarde? Kunt u uw mening toelichten?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant