Vragen over de verharding van de weg de Roovert in Hilva­renbeek


Indiendatum: jul. 2014

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de verharding van de weg de Roovert in Hilvarenbeek.


Geacht college,

Op 12 juli jl. hebben wij aan de hand van een artikel in het Brabants Dagblad vernomen dat de gemeente Hilvarenbeek voornemens is de weg tussen Hilvarenbeek en Poppel (België) te verharden. De weg door het bos, Roovert, is in mei 2010 open gesteld voor het verkeer, nadat deze in 2009 gedeeltelijk is afgesloten om de natuur en recreatieve waarden in het gebied te beschermen.

De omwonenden waren destijds en zijn nu bezorgd over de gevolgen voor het gebied Gorp en Roovert door de openstelling en vrezen verdergaande gevolgen wanneer de weg wordt verhard. Na aandringen van onder andere de omwonenden, gerepresenteerd door Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek e.o., Brabants Landschap en de Brabantse Milieu Federatie, heeft de gemeente na het openstellen een nultoets uit laten voeren om inzicht te krijgen in de gevolgen voor de natuur.

De Partij voor de Dieren maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen van de verharding voor de natuur. Gorp en Roovert maakt deel uit van de EHS en van Natura 2000-gebied Kempenland West. Bij de Turnhoutsebaan is door de provincie geïnvesteerd in de aanleg van een faunabrug om Gorp en Roovert te verbinden met het naastgelegen landgoed en in de aanleg van de recreatieve poort bij de Turnhoutsebaan. De provincie heeft hiermee geïnvesteerd in de natuurwaarden van het gebied.

Wij hebben over deze kwestie een aantal vragen.

Wethouder van Doormaal van de gemeente Hilvarenbeek heeft aangegeven dat de verharding van de Roovert het toeristisch profiel van Hilvarenbeek moet verbeteren. In april 2009 is o.a. de Roovert door het toenmalige College van Hilvarenbeek juist gedeeltelijk afgesloten om de natuur- en recreatiewaarden te verhogen.

1. Bent u het met ons eens dat bescherming van natuur- en recreatiewaarden het toeristisch profiel van een gebied als Gorp en Roovert verbeterd, en dat maatregelen die ten koste van natuur en recreatie gaan ook het toerisme benadelen?
Zo nee, vindt u dat toeristische waarde boven natuur- en recreatiewaarde staat?

2. Bent u het met ons eens dat de verharding van deze weg tot meer verkeer over de weg, en daarmee tot meer uitstoot en onrust in het natuurgebied, zal leiden?
Zo ja, hoe beoordeelt u de toename in het kader van de provinciale inspanningen ten behoeve van de natuur- en recreatiewaarden in het gebied?
Zo nee, beschouwd u de verharding van de weg dan als niet te verantwoorden investering door een gemeente die al met financiële tekorten te kampen heeft?

3. Bent u het met ons eens dat verharding van de weg de versnippering van het gebied zal benadrukken en daarmee het provinciaal beleid omtrent ontsnippering verder ondermijnd?
Zo ja, hoe beoordeelt u dit in het kader van de provinciale inspanningen ter bevordering van de ontsnippering?
Zo nee, waarop baseert u de gedachte dat het verharden van de weg het gebied niet dieper versnippert?

4. Ziet u het als provinciale verantwoordelijkheid om in het kader van Natura 2000 en de EHS de natuurwaarden van het gebied te beschermen? Zo ja, bent u van plan zich tegen de verharding van de weg te keren en welke middelen heeft u hiertoe? Zo nee, waarom niet?

5. Welke bestuursrechtelijke middelen heeft u tot uw beschikking om de verharding van de Roovert te voorkomen?

In antwoord op vragen van onze fractie in augustus 2010 stelt u dat de provincie de openstelling van de weg toetst aan de Natuurbeschermingswet.
In de voortoets uit september 2010 wordt gesteld dat door de lage maximumsnelheid (30 km/u) en de beperkte verkeersbewegingen de negatieve effecten op de beschermde flora- en faunasoorten nihil zullen zijn en dat een ontheffing op de Flora- en faunawet daardoor niet nodig is. De theorie van een maximumsnelheid strookt echter lang niet altijd met de praktijk van gereden snelheden. Zeker op een verharde weg door een bos is het niet aannemelijk dat automobilisten zich houden aan deze maximumsnelheid.

6. Bent u het met ons eens dat de Natuurbeschermingswet tekort wordt gedaan als de theoretische snelheden met daarbij horende uitstoot leidend zijn in de overweging, terwijl de mate van uitstoot in praktijk veel groter kan blijken te zijn?
Zo ja, bent u zinnens uit te gaan van de werkelijk te verwachten mate van uitstoot, daarbij ook rekening houdend met structurele overtredingen van de maximum snelheid?
Zo nee, waarom niet?

7. Is de procedure, om te bepalen of de gemeente een Natuurbeschermingswetvergunning nodig heeft, al gestart?
Zo ja, gaat de provincie daarbij uit van een daadwerkelijk gehanteerde maximumsnelheid van 30 km/u, en zo ja, is een regelmatige meting van de daadwerkelijke uitstoot door het verkeer op de verharde weg onderdeel van de (voorwaarden van de) eventueel te verlenen ontheffing?
Zo nee, heeft u zicht op of en wanneer de gemeente de procedure start?

8. Is het mogelijk om handhaving van de maximumsnelheid en inrichting van de weg als 30 km-weg als voorwaarde te stellen voor het verlenen van een ontheffing op de Natuurbeschermingswet aan de gemeente?
Zo ja, bent u bereid deze voorwaarde te stellen aan een eventueel te verlenen ontheffing, en zo ja, hoe kunt u dit bestuursrechtelijk vaststellen?

Het is goed mogelijk dat sinds de openstelling van de Roovert in 2010 de omvang van de agrarische sector in de omgeving is veranderd. Ook kan er sprake zijn van een toename in verkeersbewegingen. Daardoor zou er ondertussen minder of meer uitstoot van de agrarische bedrijven in de buurt en het verkeer te verwachten kunnen zijn.

9. Heeft u een overzicht op veranderingen in de mate van uitstoot door de agrarische sector in de omgeving en door verkeer, van mei 2010 tot heden?
Zo ja, is er een toe- of afname waar te nemen en hoeveel?
Zo nee, waarom niet

10. Is het mogelijk dat door toegenomen uitstoot de depositiegrens van Kempenland West is bereikt en de verharding van de Roovert in het kader van de Natuurbeschermingswet daardoor niet vergund kan worden?
Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie.


Met vriendelijke groet,

ir. Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

Indiendatum: jul. 2014
Antwoorddatum: 26 aug. 2014

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Bent u het met ons eens dat bescherming van natuur- en recreatiewaarden het toeristisch profiel van een gebied als Gorp en Roovert verbeterd, en dat maatregelen die ten koste van natuur en recreatie gaan ook het toerisme benadelen?
Zo nee, vindt u dat toeristische waarde boven natuur- en recreatiewaarde staat?

Antwoord: Uw vraag is momenteel niet met ja of nee te beantwoorden. Bescherming van natuur- en recreatiewaarden draagt zeker bij aan het toeristisch profiel van een gebied als Gorp en Roovert. Ook een onverharde Roovert, op de informatielaag van de Cultuurhistorische Waardenkaart aangemerkt als een lijn met zeer hoge cultuurhistorische waarde, draagt daaraan bij. Op voorhand is niet aan te geven of verharding van een weg in combinatie met de daaraan gekoppelde verkeersmaatregelen ten koste gaat van natuur en recreatie en/of toerisme. Een voortoets geeft inzicht of en in welke mate natuurwaarden ten gevolge van de verharding van de weg worden aangetast. Deze voortoets wordt bij de Natuurbeschermingswet gebruikt om te bepalen of voor het aanbrengen van de verharding een vergunningsplicht aan de orde is.


2. Bent u het met ons eens dat de verharding van deze weg tot meer verkeer over de weg, en daarmee tot meer uitstoot en onrust in het natuurgebied, zal leiden?
Zo ja, hoe beoordeelt u de toename in het kader van de provinciale inspanningen ten behoeve van de natuur- en recreatiewaarden in het gebied?
Zo nee, beschouwd u de verharding van de weg dan als niet te verantwoorden investering door een gemeente die al met financiële tekorten te kampen heeft?

Antwoord: Nee, het is op voorhand moeilijk in te schatten of verharding van de Roovert tot meer verkeer over de weg zal leiden. De verkeersmaatregelen, o.a. de maximum snelheid van 30 km/uur, maken het gebruik van deze weg niet aantrekkelijk. De bij de beantwoording van vraag 1 genoemde voortoets zal meer inzicht geven in een eventuele toename van uitstoot en onrust in het natuurgebied.
De gemeente maakt bij investeringen ten behoeve van het verharden van de weg haar eigen afwegingen, de provincie heeft hierin geen rol.


3. Bent u het met ons eens dat verharding van de weg de versnippering van het gebied zal benadrukken en daarmee het provinciaal beleid omtrent ontsnippering verder ondermijnd?
Zo ja, hoe beoordeelt u dit in het kader van de provinciale inspanningen ter bevordering van de ontsnippering?
Zo nee, waarop baseert u de gedachte dat het verharden van de weg het gebied niet dieper versnippert?

Antwoord: Nee, de versnippering van het gebied zal door de verharding van de weg de Roovert niet wijzigen; er is hier sprake van een reeds aanwezige weg, die ook in de huidige situatie door verkeer wordt gebruikt.


4. Ziet u het als provinciale verantwoordelijkheid om in het kader van Natura 2000 en de EHS de natuurwaarden van het gebied te beschermen? Zo ja, bent u van plan zich tegen de verharding van de weg te keren en welke middelen heeft u hiertoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, in het kader van Natura 2000 zal worden bepaald of voor de verharding een vergunningplicht voor de Natuurbeschermingswet geldt. De provincie beschermt in ruimtelijke zin de EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden, via de Verordening Ruimte. De gemeente heeft deze bescherming nader uitgewerkt in haar bestemmingsplan. De handhaving hiervan is een taak van de gemeente. In het vigerend bestemmingsplan van de gemeente heeft de Roovert de bestemmingen “Verkeer” en “Waarde-Cultuurhistorie”.


5. Welke bestuursrechtelijke middelen heeft u tot uw beschikking om de verharding van de Roovert te voorkomen?

Antwoord: De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van een Natuurbeschermingswetvergunning ligt bij de initiatiefnemer (in dit geval de gemeente). Wij zijn bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Natuurbeschermingswet. Op het moment dat de gemeente overgaat tot het verharden van de weg of in gebruik nemen van de verharde weg, zonder Nbwet-vergunning of zonder dat naar onze mening afdoende is aangetoond dat hiervoor geen vergunning nodig is, handelt de gemeente hierdoor mogelijk in strijd met de Nbwet en kunnen wij eventueel handhavend optreden.


6. Bent u het met ons eens dat de Natuurbeschermingswet tekort wordt gedaan als de theoretische snelheden met daarbij horende uitstoot leidend zijn in de overweging, terwijl de mate van uitstoot in praktijk veel groter kan blijken te zijn?
Zo ja, bent u zinnens uit te gaan van de werkelijk te verwachten mate van uitstoot, daarbij ook rekening houdend met structurele overtredingen van de maximum snelheid?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, indien er een maximum snelheid voor de weg geldt van 30 km/uur dient dit als uitgangspunt voor de berekeningen en de toetsing. Bij de vergunningverlening wordt de voorliggende aanvraag op die basis beoordeeld.


7. Is de procedure, om te bepalen of de gemeente een Natuurbeschermingswetvergunning nodig heeft, al gestart?
Zo ja, gaat de provincie daarbij uit van een daadwerkelijk gehanteerde maximumsnelheid van 30 km/u, en zo ja, is een regelmatige meting van de daadwerkelijke uitstoot door het verkeer op de verharde weg onderdeel van de (voorwaarden van de) eventueel te verlenen ontheffing?
Zo nee, heeft u zicht op of en wanneer de gemeente de procedure start?

Antwoord: Nee, er is met ons geen contact geweest over een eventuele vergunningsaanvraag Natuurbeschermingswet voor het verharden van de weg, wel voor het openstellen van de weg:

  • De voortoets (sept 2010) is geschreven voor het openstellen van de onverharde weg en onderbouwt de eventuele effecten hiervan. Geconcludeerd is - op 9 juni 2011 heeft de provincie hierover een brief naar de gemeente gestuurd - dat hiervoor, op basis van geleverde stukken, geen vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet gold;
  • Het verharden van de weg is niet in de voortoets van 2010 meegenomen. Er heeft over dit onderdeel geen contact plaatsgevonden. De voortoets is echter geen wettelijke verplichting en is verantwoordelijkheid van initiatiefnemer. Een eventuele procedure zal door initiatiefnemer opgestart moeten worden, hier is geen zicht op.

De stikstofdepositie wordt modelmatig berekend waarbij diverse wetenschappelijk onderbouwde factoren van belang zijn voor het bepalen van de depositie. Daarnaast maken metingen deel uit bij de totstandkoming van de wetenschappelijk onderbouwde cijfers zoals gehanteerd in het model.


8. Is het mogelijk om handhaving van de maximumsnelheid en inrichting van de weg als 30 km-weg als voorwaarde te stellen voor het verlenen van een ontheffing op de Natuurbeschermingswet aan de gemeente?
Zo ja, bent u bereid deze voorwaarde te stellen aan een eventueel te verlenen ontheffing, en zo ja, hoe kunt u dit bestuursrechtelijk vaststellen?

Antwoord: Nee, de Wegenverkeerswet is hiervoor de primaire wetgeving. Zoals bij vraag 6 aangegeven geldt de 30 km/uur als uitgangspunt bij een eventuele aanvraag. Afhankelijk van de aanvraag, de onderbouwing en de beoordeling daarvan wordt bezien welke voorwaarden daaraan moeten worden verbonden.


9. Heeft u een overzicht op veranderingen in de mate van uitstoot door de agrarische sector in de omgeving en door verkeer, van mei 2010 tot heden?
Zo ja, is er een toe- of afname waar te nemen en hoeveel?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, dergelijke ontwikkelingen worden via kennisinstituten waaronder het RIVM bijgehouden. Hier zijn cijfers beschikbaar voor verschillende jaren met de totale stikstofdepositie in Nederland per vierkante kilometer.


10. Is het mogelijk dat door toegenomen uitstoot de depositiegrens van Kempenland West is bereikt en de verharding van de Roovert in het kader van de Natuurbeschermingswet daardoor niet vergund kan worden?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, mogelijk geldt voor de verharding van de weg een vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het al dan niet vergunnen is niet in te schatten omdat een dergelijke aanvraag nog niet is gedaan en hiervoor geen gegevens/onderbouwing is geleverd.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Voorzitter, Secretaris