Vragen over de waar­schu­wings­brief aan een mest­ver­gis­tings­be­drijf in Sterksel, n.a.v. een reeks aan voor­vallen


Indiendatum: 1 apr. 2021

Geacht college,

Op 25 februari jl. heeft u een waarschuwingsbrief gestuurd aan het bedrijf van de mestvergister op Poort43 in Sterksel, in verband met een aantal ongewone voorvallen. Wij waarderen het dat de reeks aan voorvallen en overtredingen, in combinatie met de weigerachtige houding van de eigenaar, nu heeft geleid tot het toepassen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS).
Wij hebben een aantal vragen n.a.v. deze brief.

1. In welk segment van de interventiematrix van de LHS bevindt het bedrijf zich nu?

2. Welke stappen zijn tot nu toe genomen, hoe zijn die stappen uitgevoerd, en welke vervolgstappen liggen in het verschiet?

3. Is in dit geval sluiting van het bedrijf een mogelijke uitkomst van toepassing van de LHS? Zo nee, waarom niet?

4. Welke stappen kan het bedrijf nu nog nemen, in overweging genomen dat het bedrijf al veel kansen op verbetering heeft verspeeld?

Deze mestvergistingsinstallatie in Sterksel is geen alleenstaand geval. Er zijn meerdere mestverwerkingsinstallaties (MVI’s) met problemen en overtredingen rond vergunningen, zoals in Nistelrode, Helmond, Asten, Roosendaal. Ook groeit het verzet tegen MVI’s in steeds meer gemeenten, zoals in Woensdrecht, Steenbergen, Roosendaal, Bergen op Zoom, Drimmelen, Oss.
Uw college is echter van plan om middels het Plan-MER Mest het aantal MVI’s in Brabant flink uit te breiden.

5. Heeft de provincie tot nu toe altijd zo zorgvuldig mogelijk gehandeld in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) rond MVI’s?

6. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: Bent u het met ons eens dat we met nog meer nieuw te plaatsen MVI’s ook meer problemen rond vergunningen, overlast en milieuschade kunnen verwachten, in acht nemende dat de provincie tot nu toe altijd al zo zorgvuldig mogelijk heeft gehandeld rond MVI’s?

7. Bent u bereid het draagvlak onder Brabanders voor MVI’s regelmatig te monitoren, gezien het belang dat uw college hecht aan draagvlak, getuige uw bestuursakkoord? Graag toelichting op uw antwoord.


Met vriendelijke groet,

Anne-Miep Vlasveld
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 1 apr. 2021
Antwoorddatum: 26 apr. 2021

Op 25 februari jl. heeft u een waarschuwingsbrief gestuurd aan het bedrijf van de mestvergister op Poort43 in Sterksel, in verband met een aantal ongewone voorvallen. Wij waarderen het dat de reeks aan voorvallen en overtredingen, in combinatie met de weigerachtige houding van de eigenaar, nu heeft geleid tot het toepassen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS).

Wij hebben een aantal vragen n.a.v. deze brief.

1. In welk segment van de interventiematrix van de LHS bevindt het bedrijf zich nu?

Antwoord:
De interventiematrix is een instrument om per overtreding om de passende opvolging te bepalen. Dit gebeurt niet op bedrijfsniveau, maar voor iedere overtreding afzonderlijk. De matrix kent een score voor de zwaarte van de overtreding (effect op de leefomgeving) en een score voor het gedrag van de overtreder.


2. Welke stappen zijn tot nu toe genomen, hoe zijn die stappen uitgevoerd, en welke vervolgstappen liggen in het verschiet?

Antwoord:
Het bedrijf wordt zeer frequent door ons bezocht. Gemiddeld wordt het bedrijf vier keer bezocht in het kader van regulier toezicht. Daarnaast is het bedrijf twaalf keer bezocht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en lopende handhavingszaken. Daar waar nodig wordt het bedrijf door ons bestuursrechtelijk aangeschreven om overtredingen ongedaan te maken én om het naleefgedrag te verbeteren.
Indien de overtreding daar aanleiding voor geeft dragen wij de geconstateerde feiten over aan het Openbaar Ministerie die zelfstandig beslist op welke manier ze optreedt.


3. Is in dit geval sluiting van het bedrijf een mogelijke uitkomst van toepassing van de LHS? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij hebben het bedrijf aangesproken op haar gebrek aan beheersing van de bedrijfsprocessen en op haar gedrag. Met de waarschuwingsbrief onderstrepen wij de ernst en stellen wij het bedrijf in de gelegenheid hierin verbetering aan te brengen. Het is aan het bedrijf om te laten zien of en in welke mate ze hierin positieve stappen wil en kan zetten. Het resultaat betrekken wij bij de wijze waarop wij het bedrijf tegemoet zullen treden zoals het nemen van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke stappen. Anders gezegd: conform de LHS houden wij rekening met het feitelijk gedrag van de ondernemer.


4. Welke stappen kan het bedrijf nu nog nemen, in overweging genomen dat het bedrijf al veel kansen op verbetering heeft verspeeld?

Antwoord:
Het bedrijf is aan zet om een verbetering te laten zien op het naleefgedrag en het zichtbaar en tastbaar maken van het respect voor de leefomgeving. Het bedrijf dient te zorgen dat zij zich houdt aan de geldende voorschriften en wij zien daarop toe. Hiervoor heeft zij onlangs ingezet op:

• 24/7 toezicht op de mestvergister;
• Aanpassing van de controle- en werkprocessen;
• Uitvoeren onderzoek naar de lekdichtheid van de installatie en het dichten van lekkages;
• Extra investeringen ten aanzien van de installatie en de fakkel;
• Vervanging van personeel om incidenten beter te managen.

Daarnaast is het bedrijf voornemens om extra maatregelen te treffen zoals het continue aanwezig zijn van een directielid in Sterksel, het aanpassen van de vloer rondom de tanks en het continue testen en inpandig controleren van grondstoffen.


Deze mestvergistingsinstallatie in Sterksel is geen alleenstaand geval. Er zijn meerdere mestverwerkingsinstallaties (MVI’s) met problemen en overtredingen rond vergunningen, zoals in Nistelrode, Helmond, Asten, Roosendaal. Ook groeit het verzet tegen MVI’s in steeds meer gemeenten, zoals in Woensdrecht, Steenbergen, Roosendaal, Bergen op Zoom, Drimmelen, Oss.
Uw college is echter van plan om middels het Plan-MER Mest het aantal MVI’s in Brabant flink uit te breiden.

5. Heeft de provincie tot nu toe altijd zo zorgvuldig mogelijk gehandeld in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) rond MVI’s?

Antwoord:
Ja.


6. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: Bent u het met ons eens dat we met nog meer nieuw te plaatsen MVI’s ook meer problemen rond vergunningen, overlast en milieuschade kunnen verwachten, in acht nemende dat de provincie tot nu toe altijd al zo zorgvuldig mogelijk heeft gehandeld rond MVI’s?

Antwoord:
Nee. Bij elke nieuwe MVI geldt de wet- en regelgeving. Onderdeel daarvan is de door ons vastgestelde beleidsregel voor geur en gezondheid voor mestbewerkingsinstallaties (mbi’s). Bij de beoordeling van een aanvraag wordt afgewogen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een vergunning kan worden verleend. Uitgangspunt daarbij is dat de gevolgen voor de leefomgeving worden voorkomen dan wel tot een minimum worden beperkt. Hiertoe zijn aanvaardbare niveaus gedefinieerd. Het respecteren van deze niveaus voorkomt hinder naar de omgeving.


7. Bent u bereid het draagvlak onder Brabanders voor MVI’s regelmatig te monitoren, gezien het belang dat uw college hecht aan draagvlak, getuige uw bestuursakkoord? Graag toelichting op uw antwoord.

Antwoord:
Op dit moment werken we aan het opstellen van een Uitvoeringsagenda mest, waarin ook MVI’s aan de orde komen. Input uit en toetsing in het veld zijn onderdeel van het ontwikkelingsproces van deze agenda. Dat doen we zoveel mogelijk in overleg en samen met gemeenten en andere stakeholders.