Vragen over dier­pro­duc­tie­rechten


Indiendatum: mei 2015

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende dierproductierechten.


Geacht college,

Op 10 april 2015 verscheen in het Eindhovens Dagblad een artikel over boetes voor een viertal veehouders voor het houden van meer varkens dan waarvoor zij dierproductierechten hadden aangekocht.[1] Boeren investeren niet altijd in productierechten voor varkens en pluimvee. Fraude met dierproductierechten komt vaker voor, zo blijkt uit eerdere berichten van de NVWA. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Bent u bekend met het bovengenoemde bericht uit het Eindhovens Dagblad?

2. In het bericht worden vier aparte gevallen van fraude genoemd, met niet mis te verstane boetes tot gevolg. Deelt u het vermoeden dat deze gevallen slechts het topje van de ijsberg zijn en dat er zeker in Noord-Brabant sprake is van een structureel probleem? Zo nee, waarom niet?

3. Hoe regelmatig heeft de NVWA veehouderijen in Brabant gecontroleerd op het hebben van voldoende productierechten sinds 2013? Liggen er controlemomenten vast of gebeurt dit steekproefsgewijs?

4. Op welke wijze besluit de NVWA over te gaan tot een controle bij een bepaald bedrijf? Worden deze controles steekproefsgewijs of risicogericht uitgevoerd? Is er altijd sprake van een onaangekondigde controle? Zo ja, hoe kan een bedrijf onder verdenking komen?

5. Hoe verhoudt het aantal controles in Brabant zich tot het aantal Brabantse veehouderijen?

6. Kunt u aangeven hoe vaak de NVWA Brabantse veehouders heeft beboet vanwege het bezitten van onvoldoende dierproductierechten sinds 2010?

7. Is er sprake van een samenwerkingsverband tussen de NVWA, de LID en Brabantse controlerende of besturende organen? Zo ja, welke en op welke wijze?

8. Bent u het met ons eens dat het voor een veehouder loont om voor minder dieren kostbare dierrechten aan te kopen dan voor het aantal feitelijk gehouden dieren? Zo nee, waarom niet?

9. Kunt u garanderen dat er niet meer Brabantse veehouders zijn met meer feitelijk gehouden dieren dan waarvoor zij dierrechten hebben? Zo nee, waarom niet?

10. Is voor u inzichtelijk wanneer sprake is van verkoop dan wel van huur/verhuur (leasen) van dierproductierechten? Zo nee, waarom niet?

11. Wat zijn de gevolgen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid als een veehouder meer dieren in zijn bedrijf houdt dan wettelijk is toegestaan?

12. Indien door een veehouder meer dieren op het bedrijf worden gehouden en er sprake is van een overtreding van de Meststoffenwet, is het mogelijk dat dan ook milieuwetgeving wordt overtreden?

13. Indien door een veehouder meer dieren op het bedrijf worden gehouden en er sprake is van een grotere uitstoot van ammoniak, is het mogelijk dat dan ook de voorwaarden van de Natuurbeschermingswetvergunning van een veehouderij overtreden worden?

14. Wordt er in de scenario’s in vraag 13 en 14 dan ook gecontroleerd door de Omgevingsdienst? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt er door de Omgevingsdienst dan sancties opgelegd?

15. Zijn er in de vier gevallen in het artikel uit het Eindhovens Dagblad ook sancties opgelegd door de Omgevingsdienst? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

16. Zou het maken van een koppeling tussen dierproductierechten, milieurechten en de jaarlijkse uitkomst van de mei-telling u meer inzicht verschaffen in de mate waarin veehouders zich aan de dierproductierechten houden? Zo ja, wilt/kunt u een dergelijke koppeling in de zin van de onlangs ingevoerde Gecombineerde opgave tot stand brengen ter controle van dierproductierechten?

Wij vernemen graag uw reactie.


Met vriendelijke groet,

ir. Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

[1] Hoge boetes vanwege teveel varkens, Eindhovens Dagblad, 10 april 2015

Indiendatum: mei 2015
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met het bovengenoemde bericht uit het Eindhovens Dagblad?

Antwoord: Ja.


2. In het bericht worden vier aparte gevallen van fraude genoemd, met niet mis te verstane boetes tot gevolg. Deelt u het vermoeden dat deze gevallen slechts het topje van de ijsberg zijn en dat er zeker in Noord-Brabant sprake is van een structureel probleem? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, wij hebben vooralsnog geen redenen om te vermoeden dat er sprake is van een structureel probleem.


3. Hoe regelmatig heeft de NVWA veehouderijen in Brabant gecontroleerd op het hebben van voldoende productierechten sinds 2013? Liggen er controlemomenten vast of gebeurt dit steekproefsgewijs?

Antwoord: Het door u aangehaalde toezicht en handhaving is een discretionaire bevoegdheid van de NVWA. Wij zijn niet op de hoogte van de toezichtsinzet, de planning en de wijze van controleren van deze autoriteit op de veehouderijen. Wij treden met de NVWA in overleg om te bereiken dat wij actiever worden geïnformeerd, onze toezichts- en handhavingsinzet beter op elkaar wordt afgestemd en de samenwerking op dit vlak wordt versterkt.


4. Op welke wijze besluit de NVWA over te gaan tot een controle bij een bepaald bedrijf? Worden deze controles steekproefsgewijs of risicogericht uitgevoerd? Is er altijd sprake van een onaangekondigde controle? Zo ja, hoe kan een bedrijf onder verdenking komen?

Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 3.


5. Hoe verhoudt het aantal controles in Brabant zich tot het aantal Brabantse veehouderijen?

Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 3.


6. Kunt u aangeven hoe vaak de NVWA Brabantse veehouders heeft beboet vanwege het bezitten van onvoldoende dierproductierechten sinds 2010?

Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 3.


7. Is er sprake van een samenwerkingsverband tussen de NVWA, de LID en Brabantse controlerende of besturende organen? Zo ja, welke en op welke wijze?

Antwoord: Ja, maar beperkt. Nederlandse agrariërs ontvangen inkomenssteun van de Europese Unie. Om deze steun volledig te ontvangen moeten deze agrariërs zich houden aan wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, gezondheid, dierenwelzijn etc. Voor de provincies is in deze artikel 19d van de Natuurbeschermingswet relevant. In afstemming met de NVWA controleren wij jaarlijks bij circa 130 bedrijven of zij voldoen aan deze bepaling. De resultaten worden gedeeld met de NVWA die bij overtredingen maatregelen neemt met betrekking tot de inkomenssteun.


8. Bent u het met ons eens dat het voor een veehouder loont om voor minder dieren kostbare dierrechten aan te kopen dan voor het aantal feitelijk gehouden dieren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, het loont voor een veehouder om meer dieren te houden dan dierrechten te bezitten. Alleen als een overtreding aan het licht komt, kunnen de boetes het voordeel teniet doen.


9. Kunt u garanderen dat er niet meer Brabantse veehouders zijn met meer feitelijk gehouden dieren dan waarvoor zij dierrechten hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. Er zijn in Brabant circa 10.000 bedrijven waar vee wordt gehouden. Op een dergelijk hoog aantal zijn er altijd bedrijven bij die zich niet aan de regels houden.
Omdat overtreding van de dierproductierechten veelal ook leidt tot overtreding van het omgevingsrecht (i.c. de Wabo, de Natuurbeschermingswet en de Stikstofverordening) verwachten wij van de NVWA dat zij hun bevindingen uit het toezicht actief met ons delen en de samenwerking met ons zoeken. Wij treden daarover in overleg met de NVWA. Zie ook ons antwoord op vraag 3.


10. Is voor u inzichtelijk wanneer sprake is van verkoop dan wel van huur/verhuur (leasen) van dierproductierechten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee. De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is verantwoordelijk voor de registratie en mutaties van de dierproductierechten.


11. Wat zijn de gevolgen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid als een veehouder meer dieren in zijn bedrijf houdt dan wettelijk is toegestaan?

Antwoord: Over het algemeen betekent dit dat de regels voor dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid overtreden worden.


12. Indien door een veehouder meer dieren op het bedrijf worden gehouden en er sprake is van een overtreding van de Meststoffenwet, is het mogelijk dat dan ook milieuwetgeving wordt overtreden?

Antwoord: Ja.


13. Indien door een veehouder meer dieren op het bedrijf worden gehouden en er sprake is van een grotere uitstoot van ammoniak, is het mogelijk dat dan ook de voorwaarden van de Natuurbeschermingswetvergunning van een veehouderij overtreden worden?

Antwoord: Ja.


14. Wordt er in de scenario’s in vraag 13 en 14 dan ook gecontroleerd door de Omgevingsdienst? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt er door de Omgevingsdienst dan sancties opgelegd?

Antwoord: Nee, dat is niet vanzelfsprekend. De NVWA deelt namelijk haar toezichtsbevindingen nog niet actief met ons. Wij willen de NVWA bewegen hiertoe wel over te gaan. Zie ook ons antwoord op vraag 3.


15. Zijn er in de vier gevallen in het artikel uit het Eindhovens Dagblad ook sancties opgelegd door de Omgevingsdienst? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Wij hebben indertijd van de NVWA geen bericht gekregen van hun bevindingen (zie ook ons antwoord op vraag 14). Hierdoor was het voor de omgevingsdienst niet mogelijk daar in het namens ons uitgevoerde toezicht rekening mee te houden.


16. Zou het maken van een koppeling tussen dierproductierechten, milieurechten en de jaarlijkse uitkomst van de mei-telling u meer inzicht verschaffen in de mate waarin veehouders zich aan de dierproductierechten houden? Zo ja, wilt/kunt u een dergelijke koppeling in de zin van de onlangs ingevoerde Gecombineerde opgave tot stand brengen ter controle van dierproductierechten?

Antwoord: Wij hebben hier geen belang bij omdat wij niet het bevoegde gezag zijn voor de handhaving van de dierproductierechten. In het kader van onze inspecties op de naleving van het omgevingsrecht hebben we hier wel een belang. Zie ook ons antwoord op vraag 3.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Voorzitter, Secretaris