Vragen over een zonder vergunning in werking zijnde mest­fa­briek en hout­ver­bran­dings­in­stal­latie in Rijen


Geacht college,

Wij hebben vernomen dat aan de Mosstraat in Rijen een houtverbrandingsinstallatie en mestverwerkingsinstallatie in werking zijn genomen. Opvallend is dat hierbij het proces van vergunningverlening achterstevoren doorlopen lijkt te worden; eerst zijn beide installaties gebouwd en in werking genomen en daarna pas zijn de nodige vergunningen aangevraagd. De vergunningen zijn nog niet verleend.

Ik maart 2018 heeft u een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) aan de gemeente gegeven. In het meest actuele overzicht van mestinitiatieven staat deze mestverwerkingsinstallatie vermeld in de tabel met aangevraagde (dus nog niet verleende) vergunningen, maar zonder vermelding van capaciteit.

1. Is de provinciale vergunning aangevraagd zonder vermelding van de beoogde capaciteit? Zo ja, is de aanvraag zonder vermelding van beoogde capaciteit door u te beoordelen? Zo nee, wat is de beoogde capaciteit?

2. Welke informatie aangaande deze twee installaties (mestverwerking en houtverbranding) heeft u ter beschikking?

3. In welk stadium verkeert de provinciale vergunningprocedure nu?

4. Is er in het geval van de mestverwerkingsinstallatie sprake van verwerking van eigen mest of (ook) van mest van derden?

5. Heeft een dialoog of andere vorm van communicatie met de omwonenden plaats gevonden voor het in werking nemen van de installaties? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, is dit in overeenstemming met de geldende regelgeving?

6. Klopt het dat de houtverbrandingsinstallatie en mestverwerkingsinstallatie al in werking/gebruik zijn?

7. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: bent u bereid hier tegen op te treden of de hiervoor aangewezen instantie aan te sporen hier tegen op te treden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

8. Is het bedrijf waar het in deze vragen over gaat (Smits, Rijen) hetzelfde bedrijf dat in maart 2016 de Agrofoodpluim heeft ontvangen? Zo ja, waren de activiteiten waarvoor de Agrofoodpluim is uitgereikt destijds wel allemaal volledig vergund?

9. Heeft het bedrijf beschikking tot overheidssubsidie, zoals bijvoorbeeld ruim € 23 miljoen SDE-subsidie? Zo ja, is deze subsidie bedoeld voor de betreffende mestverwerkingsinstallatie?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 27 nov. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Is de provinciale vergunning aangevraagd zonder vermelding van de beoogde capaciteit? Zo ja, is de aanvraag zonder vermelding van beoogde capaciteit door u te beoordelen? Zo nee, wat is de beoogde capaciteit?

Antwoord:
Nee, er is geen sprake van een aanvraag om een provinciale vergunning. De aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend bij het hiervoor bevoegde gezag, zijnde de gemeente Gilze en Rijen. De gemeente heeft deze aanvraag aan ons doorgestuurd met de vraag om een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Uit de ontvangen informatie van de gemeente blijkt dat er een aanvraag is ingediend voor het drogen van circa 7.750 m3 eigen pluimveemest per jaar.


2. Welke informatie aangaande deze twee installaties (mestverwerking en houtverbranding) heeft u ter beschikking?

Antwoord:
Wij hebben de aanvraag in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen welke het bedrijf bij de gemeente Gilze en Rijen heeft ingediend. Deze aanvraag heeft onder andere betrekking op mestverwerking en houtverbranding.


3. In welk stadium verkeert de provinciale vergunningprocedure nu?

Antwoord:
Er is geen sprake van een provinciale vergunningprocedure. Op 26 maart 2018 hebben wij middels een VVGB aangegeven dat wij op grond van de Wnb geen bedenkingen hebben tegen de activiteiten die bij de gemeente zijn aangevraagd. De volledige beoordeling is door de gemeente uitgevoerd. De gemeente Gilze en Rijen heeft op 10 september 2018 de ontwerp-omgevingsvergunning verleend.


4. Is er in het geval van de mestverwerkingsinstallatie sprake van verwerking van eigen mest of (ook) van mest van derden?

Antwoord:
Uit de verstrekte informatie blijkt dat enkel eigen pluimveemest wordt bewerkt.


5. Heeft een dialoog of andere vorm van communicatie met de omwonenden plaats gevonden voor het in werking nemen van de installaties? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, is dit in overeenstemming met de geldende regelgeving?

Antwoord:
Ons is niet bekend of en op welke wijze de gemeente dan wel het bedrijf met de omwonenden heeft gecommuniceerd. Tussen de provincie en omwonenden heeft geen dialoog plaatsgevonden.


6. Klopt het dat de houtverbrandingsinstallatie en mestverwerkingsinstallatie al in werking/gebruik zijn?

Antwoord:
Het is ons niet bekend welke installaties op dit moment in werking zijn omdat het bedrijf onder bevoegd gezag van de gemeente valt.


7. Indien “ja” op voorgaande vraag: bent u bereid hiertegen op te treden of de hiervoor aangewezen instantie aan te sporen hiertegen op te treden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Het toezicht op de omgevingsvergunning ligt ook bij de gemeente. Vooralsnog hebben wij geen signalen ontvangen dat zij deze taak niet naar behoren uitvoeren en dat geeft ons op dit moment geen aanleiding om hen hierop aan te spreken.


8. Is het bedrijf waar het in deze vragen over gaat (Smits, Rijen) hetzelfde bedrijf dat in maart 2016 de Agrofoodpluim heeft ontvangen? Zo ja, waren de activiteiten waarvoor de Agrofoodpluim is uitgereikt destijds wel allemaal volledig vergund?

Antwoord:
Ja, het betreft hetzelfde bedrijf. De Agrofoodpluim had betrekking op een mestverwerkingsinstallatie, welke op dat moment ook binnen de inrichting aanwezig was. Ons is niet bekend of deze activiteit op dat moment was vergund, dan wel onder het Activiteitenbesluit viel.


9. Heeft het bedrijf beschikking tot overheidssubsidie, zoals bijvoorbeeld ruim €23 miljoen SDE-subsidie? Zo ja, is deze subsidie bedoeld voor de betreffende mestverwerkingsinstallatie?

Antwoord:
Wij hebben in 2017 – 2018 een subsidie van €47.500 vastgesteld voor het project “Toekomstbedrijf Smits Pluimvee en Eieren”. Deze subsidie is geen vergoeding voor de mestverwerkings- of houtverbrandingsinstallatie.
Ons is niet bekend of het bedrijf over een andere overheidssubsidie beschikt. De door u als voorbeeld genoemde SDE-subsidie wordt verstrekt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA