Vragen over mogelijke fraude met subsidie voor verplaatsing van inten­sieve veehou­de­rijen


Geacht college,

Maandag hebben rechercheurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) invallen gedaan bij vier woningen en drie bedrijfslocaties van veeboeren in Brabant. Dit in het kader van een onderzoek naar mogelijke fraude met subsidie voor het verplaatsen van intensieve veehouderijbedrijven uit kwetsbare gebieden. Wij hebben hierover enkele vragen.

1. Was u op de hoogte van het feit dat er invallen zouden plaatsvinden? Zo nee, wanneer bent u door de verantwoordelijke instanties op de hoogte gesteld?

2. Klopt het dat de betreffende subsidies van (een) provinciale regeling(en) afkomstig zijn? Zo ja, welke regeling(en) en om welk(e) bedrag(en) gaat het precies?

3. Indien blijkt dat er inderdaad is gefraudeerd met de subsidie, op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat de provincie de onterecht uitgekeerde subsidie terug krijgt? En op welk termijn is dat het geval?

4. Is er mogelijk sprake van onterecht uitgekeerde subsidie? Zo ja, hoe kan het dat de subsidie onterecht is uitgekeerd?

5. Worden er door de provincie veldcontroles gedaan naar de bestedingen van provinciale subsidie? Zo ja, in welke mate? Zo nee, waarom niet?

6. Is het mogelijk dat er binnen deze regeling(en) nog meer met subsidie is en wordt gefraudeerd? Zo ja, bent u voornemens om met de wetenschap van nu de uitgekeerde subsidies uit deze regeling(en) opnieuw onder de loep te nemen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 20 nov. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Was u op de hoogte van het feit dat er invallen zouden plaatsvinden? Zo nee, wanneer bent u door de verantwoordelijke instanties op de hoogte gesteld?

Antwoord:
Nee, we zijn geïnformeerd via de pers.


2. Klopt het dat de betreffende subsidies van (een) provinciale regeling(en) afkomstig zijn? Zo ja, welke regeling(en) en om welk(e) bedrag(en) gaat het precies?

Antwoord:
Mogelijk bestaat er een verband met een provinciale subsidie. Op grond van artikel 126bb, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn wij echter in het belang van het onderzoek verplicht om geheimhouding in acht te nemen omtrent al hetgeen ons in dit kader bekend is.


3. Indien blijkt dat er inderdaad is gefraudeerd met de subsidie, op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat de provincie de onterecht uitgekeerde subsidie terug krijgt? En op welk termijn is dat het geval?

Antwoord:
Na afronding van het onderzoek kan worden bepaald of fraude is gepleegd en zoja, of en op welke wijze geld kan worden teruggevorderd.


4. Is er mogelijk sprake van onterecht uitgekeerde subsidie? Zo ja, hoe kan het dat de subsidie onterecht is uitgekeerd?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 3.


5. Worden er door de provincie veldcontroles gedaan naar de bestedingen van provinciale subsidie? Zo ja, in welke mate? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, de mate waarin verschilt. Bij subsidieregelingen voor verplaatsingen van intensieve veehouderijen vindt altijd veldcontrole plaats.


6. Is het mogelijk dat er binnen deze regeling(en) nog meer met subsidie is en wordt gefraudeerd? Zo ja, bent u voornemens om met de wetenschap van nu de uitgekeerde subsidies uit deze regeling(en) opnieuw onder de loep te nemen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
We wachten de uitkomsten van het onderzoek af.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA