Vragen over gebruik glyfosaat op Brabantse akkers


Geacht college,

Wat betreft het gebruik van glyfosaat op Brabantse akkers heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen.

1.Kunt u inschatten hoeveel hectaren aan landbouwgrond in Brabant kunnen worden betiteld als zijnde gif-akkers, waarbij glyfosaat gebruikt wordt?

2. Wat is volgens u de negatieve invloed van glyfosaat op de biodiversiteit, de aanwezigheid van insecten zoals bijen, bij gebruik van glyfosaat op landbouwgrond? Wegen de voordelen voor de intensieve landbouw volgens u op tegen de nadelen voor de landbouw en natuur? Zo nee, waarom niet?

3. Het wordt steeds urgenter om de bijen en andere insecten te beschermen tegen landbouwgif Hoe staat het met het programma Bijen en daarin het onderdeel terugdringen van gifgebruik? Is dit onderdeel ook van toepassing op glyfosaat?

4. Welke (concrete) resultaten zijn er tot nu toe met het programma Bijen geboekt? En op welke wijze is het leefgebied voor bijen daardoor verbeterd?

5. Zijn er, naast het verbieden van glyfosaat op provinciale pachtgronden, nog meer mogelijkheden om het gebruik van glyfosaat aan banden te leggen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, wat is er provinciaal nodig om dat te bewerkstelligen?

6. Kan de provincie spuitvrije zones instellen om het gebruik van glyfosaat en ander landbouwgif te verminderen of te verbieden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 16 apr. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Kunt u inschatten hoeveel hectaren aan landbouwgrond in Brabant kunnen worden betiteld als zijnde gif-akkers, waarbij glyfosaat gebruikt wordt?

Antwoord:
Nee.


2. Wat is volgens u de negatieve invloed van glyfosaat op de biodiversiteit, de aanwezigheid van insecten zoals bijen, bij gebruik van glyfosaat op landbouwgrond? Wegen de voordelen voor de intensieve landbouw volgens u op tegen de nadelen voor de landbouw en natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Naar onze mening zijn de effecten van het gebruik van glyfosaat op de biodiversiteit, waaronder insecten, groot. Glyfosaat is een middel tegen onkruid (herbicide), maar heeft ook negatieve effecten op de rest van het ecosysteem. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is weliswaar van mening dat glyfosaat een relatief gunstig profiel heeft wat betreft de impact op het leefmilieu, maar de Europese Commissie heeft in 2017 niet voor niets besloten de toelating voor glyfosaat slechts tijdelijk te verlengen met 5 jaar (in plaats van de gangbare 10 jaar). Dit betekent dat in december 2019 de nieuwe beoordelingsprocedure start. Vooruitlopend daarop heeft de provincie – gezien de omstredenheid van het middel – de toepassing van glyfosaat dan ook verboden in de eigen pachtovereenkomsten.


3. Het wordt steeds urgenter om de bijen en andere insecten te beschermen tegen landbouwgif. Hoe staat het met het programma Bijen en daarin het onderdeel terugdringen van gifgebruik? Is dit onderdeel ook van toepassing op glyfosaat?

Antwoord:
Wij hebben op 22 september 2017 PS geïnformeerd (20/54/17A) over het voorstel voor de continuering van de Bijenimpuls. De gekozen focus voor de bijenimpuls 2018-2020 is verbetering van het voedselaanbod voor wilde bijen buiten de bebouwde kom. Voor de beperking van de schadelijke werking van de gewasbeschermingsmiddelen heeft de provincie diverse projecten gesubsidieerd. De aanpak voor het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen (waaronder glyfosaat) wordt vervolgd via het project Schoon Water voor Brabant. Op 15 oktober 2018 is de aangepaste subsidieregeling “Leefgebied van de bij” opengesteld. Op dit moment zijn er nog geen aanvragen goedgekeurd.


4. Welke (concrete) resultaten zijn er tot nu toe met het programma Bijen geboekt? En op welke wijze is het leefgebied voor bijen daardoor verbeterd?

Antwoord:
Zoals in bovengenoemde notitie is aangegeven, is het niet mogelijk om te bepalen in welke mate de uitgevoerde projecten hebben bijgedragen aan het overleven van soorten bijen. Het is wel mogelijk om in beeld te brengen welke prestaties zijn geleverd: sinds 2014 hebben 50 projecten een bijdrage ontvangen. De structuur en soortenrijkdom van de vegetatie is te gebruiken als indicatie voor de geschiktheid van de habitat, maar zo’n inventarisatie zou veel geld gaan kosten. De waarde van de projecten ligt niet zo zeer in de hoeveelheid toegenomen biotoop, maar vooral in het opdoen van kennis, het bevorderen van samenwerking tussen partijen en het bieden van praktijkvoorbeelden voor anderen.


5. Zijn er, naast het verbieden van glyfosaat op provinciale pachtgronden, nog meer mogelijkheden om het gebruik van glyfosaat aan banden te leggen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, wat is er provinciaal nodig om dat te bewerkstelligen?

Antwoord:
Ja. Wij hebben uw Staten daarover geïnformeerd met het memo “mogelijkheden beperking glyfosaat” dat op 27 juni 2018 is aangeboden aan de leden van PS en in de Procedurevergadering van 3 september 2018 ter kennisgeving is aangenomen. Samengevat heeft de provincie de volgende mogelijkheden:

- eisen stellen aan de toepassing in Verordening (zie ook het antwoord op vraag 6)
- agendering en lobby m.b.t. rijksbeleid
- aandacht voor gewasbeschermingsmiddelen in N2000-beheerplannen
- voorwaarden in pachtovereenkomsten (inmiddels gerealiseerd)
- monitoring
- stimulering alternatieven
- opstellen beleid gewasbeschermingsmiddelen en biociden.


6. Kan de provincie spuitvrije zones instellen om het gebruik van glyfosaat en ander landbouwgif te verminderen of te verbieden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet??

Antwoord:
Ja, de provincie kan in beperkte mate eisen stellen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de Verordening ruimte of de Provinciale milieuverordening (welke opgaan in de Omgevingsverordening). Hiervoor geldt een zware motiveringsplicht waarbij in ieder geval moet worden aangetoond dat er een provinciaal belang is voor aanvullende eisen bovenop het generieke, landelijke beschermingsbeleid (zie ook de onder 5 genoemde memo). Verder geldt dat het instellen van spuitvrije zones noodzakelijk moet zijn vanuit een gemeente overstijgende problematiek. In de huidige Provinciale milieuverordening is bijvoorbeeld vanuit een gemeente overstijgend provinciaal belang bepaald dat het in waterwingebieden verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.

Bovendien moet dit worden afgezet tegen de effecten van alternatieven, zoals het onderwerken van vanggewassen (bijvoorbeeld in relatie tot verstoring van de bodemstructuur of mogelijk extra gebruik van herbiciden om hergroei na onderwerken te onderdrukken).

Overigens wordt het landelijke beleid op korte termijn herzien. Op 24 april is een Algemeen Overleg over gewasbeschermingsmiddelen gepland. Op de agenda staan onder meer de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 en verschillende moties, waaronder de in april 2018 in de Tweede Kamer aangenomen motie om bepaalde toepassingen van glyfosaat te verbieden.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA