Vragen over het niet onder­bouwde ganzen­beleid van de provincie Noord-Brabant


Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende het niet onderbouwde ganzenbeleid van de provincie Noord-Brabant.


Geacht college,

Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 16 december 2016 hebben PS motie M7 “schadepreventie i.p.v. aantalsreductie ” aangenomen. De strekking is dat het ganzenbeleid gericht moet zijn op schadepreventie waarbij aantalsreductie geen leidend principe is. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Waarom is er dan toch een quotum gesteld voor het afschot van 15.000 Grauwe Ganzen?

2. Waarom wordt er in het faunabeheerplan van de FBE dan toch gerefereerd aan een “gewenste populatiegrootte” als dit duidelijk niet in strekking is met motie M7?

De stichting Faunabescherming heeft tegen het verlenen van de ontheffingen van het verbod op het doden van ganzen bezwaar aangetekend bij de provinciale hoor- en adviescommissie (HAC). Deze commissie heeft geconstateerd dat de door GS geleverde onderbouwing tekort schiet: er is geen (voldoende) relatie tussen afschotcijfers, de populatiegrootte en de schade op basis waarvan kan worden aangetoond dat het doden van beschermde vogels de enige bevredigende oplossing is.

3. Waarom wordt het huidige ganzenbeleid dan toch voortgezet?

4. Welke conclusie trekt u uit het advies van de HAC?

5. Waarom hebt u ons tijdens het woordvoerdersoverleg natuur van 23 maart 2018 niet op de hoogte gesteld van het feit dat de Faunabescherming op 5 maart 2018 beroep heeft aangetekend tegen de beslissing van de HAC?

6. Bent u het met ons eens dat de claimbereidheid van mensen die een kleiner schadebedrag lijden een (extra) variabele is die van invloed is op de schadecijfers en daardoor het verband tussen de populatie ganzen en de omvang van de schade niet goed is aan te tonen? Zo nee, waarom niet?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 24 apr. 2018

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 21 oktober 2016 hebben PS motie M7 "schadepreventie i.p.v. aantalsreductie" aangenomen. De strekking is dat het ganzenbeleid gericht moet zijn op schadepreventie waarbij aantalsreductie geen leidend principe is. Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Waarom is er dan toch een quotum gesteld voor het afschot van 15.000 Grauwe Ganzen?

Antwoord:
Met dit afschotquotum beogen wij de populatie grauwe ganzen in Noord-Brabant te stabiliseren of mogelijk iets te reduceren teneinde de landbouwschade terug te brengen tot een acceptabel niveau. Met alleen preventie lukt dit niet.


2. Waarom wordt er in het faunabeheerplan van de FBE dan toch gerefereerd aan een "gewenste populatiegrootte" als dit duidelijk niet in strekking is met motie M7?

Antwoord:
Het begrip “gewenste populatiegrootte” wordt in het Faunabeheerplan 2017-2023 niet gebruikt. In het Gebiedsplan Ganzen Noord-Brabant 2017-2013, dat een onderdeel is van het Faunabeheerplan, wordt wel gerefereerd aan het voorstel van de FBE om het aantal overzomerende grauwe ganzen terug te brengen tot 7.500, zijnde het geschatte aantal in het referentiejaar 2005. Hierbij staat echter vermeld dat “GS in haar reactie op het gewijzigde hoofdstuk ganzen in het faunabeheerplan 2012-2017 aangegeven heeft dat het terugbrengen van de aantallen geen doel op zich is maar dat het gaat om schadebeperking”.


De stichting Faunabescherming heeft tegen het verlenen van de ontheffingen van het verbod op het doden van ganzen bezwaar aangetekend bij de provinciale hoor- en adviescommissie (HAC). Deze commissie heeft geconstateerd dat de door GS geleverde onderbouwing tekort schiet: er is geen (voldoende) relatie tussen afschotcijfers, de populatiegrootte en de schade op basis waarvan kan worden aangetoond dat het doden van beschermde vogels de enige bevredigende oplossing is.

3. Waarom wordt het huidige ganzenbeleid dan toch voortgezet?

Antwoord:
De HAC heeft geconcludeerd dat de onderbouwing voor afschot te kort schoot. Dat punt hebben wij nu verbeterd waardoor wij van mening zijn dat de ontheffing voor populatiebeheer grauwe gans gecontinueerd kan worden.

Daarnaast hebben wij wijzigingen aangebracht in het ganzenbeleid. In de eerder verleende zomer- en winterontheffingen voor schadebestrijding is het afschot van kolganzen komen te vervallen evenals het afschot in het uur na zonsondergang. Ook in de ontheffing ter bescherming van flora en fauna is het afschot in het uur na zonsondegang komen te vervallen.


4. Welke conclusie trekt u uit het advies van de HAC?

Antwoord:
Zie antwoord vraag 3.


5. Waarom hebt u ons tijdens het woordvoerdersoverleg natuur van 23 maart 2018 niet op de hoogte gesteld van het feit dat de Faunabescherming op 5 maart 2018 beroep heeft aangetekend tegen de beslissing van de HAC?

Antwoord:
Het beroep van de Faunabescherming tegen de beslissing van de HAC is tijdens het overleg niet aan de orde gekomen. Het was geenszins de bedoeling de Staten deze informatie te onthouden.


6. Bent u het met ons eens dat de claimbereidheid van mensen die een kleiner schadebedrag lijden een (extra) variabele is die van invloed is op de schadecijfers en daardoor het verband tussen de populatie ganzen en de omvang van de schade niet goed is aan te tonen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. In de nadere onderbouwing hebben wij, naast de uitgekeerde tegemoetkoming in de schade, dan ook de schademeldingen zonder verzoek om tegemoetkoming in de schade meegenomen.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA