Vragen over het risico dat onder de Omge­vingswet het aantal vervui­lende lozingen van afval­water zal toenemen


Indiendatum: 6 dec. 2023

Geacht college,

Onder de Omgevingswet krijgen provincies en gemeenten meer vrijheid bij het opleggen van regels voor lozing van afvalwater. Bovendien verandert het principe ‘lozen is verboden, tenzij’ in ‘lozen mag, mits’. Hierdoor kan de waterkwaliteit extra onder druk komen te staan. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Uit uw beantwoording van onze vragen over de kwaliteit van het oppervlaktewater van 21 november blijkt dat de provincie in geen geval vergunningen verleent voor het lozen op oppervlaktewater. Verandert dit met de komst van de Omgevingswet? Zo ja, bent u voornemens om vergunningen te verlenen voor het lozen op oppervlaktewater?

2. Indien ja, hebt u voor die vergunningen al criteria geformuleerd?

In het artikel ‘Kwaliteit water extra onder druk door Omgevingswet’ van 24 november, uit de beleidsadviseur waterkwaliteit bij de Unie van Waterschappen haar zorgen. Wanneer decentrale overheden meer vrijheid krijgen bij het stellen van lozingsregels, wordt de kans groter dat het waterbelang nog verder ondersneeuwt, vreest Sandra Reynaers. ‘We zijn met name bezorgd over de indirecte lozingen, de lozingen op de riolering. Het gros van de industriële lozingen betreft een indirecte lozing. En dat zijn de lozingen waar gemeenten en provincies over gaan. Het verlenen van vergunningen en toezicht en handhaving hierop laten ze over aan omgevingsdiensten.’ Die zijn echter, volgens Reynaers, afhankelijk van bestuurders, die prioriteiten en het budget vaststellen. ‘Als water niet hoog op de politieke agenda staat, bestaat de kans dat omgevingsdiensten minder aandacht besteden aan toezicht op lozingen van afvalwater.’

3. Deelt u de zorgen van de beleidsadviseur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen neemt u om vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in te zetten voor het waterbelang?

Het risico van lozen mag mits, is dat de (decentrale) overheid specifiek moet benoemen wat niet mag. Dan kan een initiatiefnemer of een hele sector, een kleine wijziging in de te lozen stof aanbrengen waardoor de stof enigszins van samenstelling verandert, en dus toch geloosd mag worden.

4. Welke activiteiten gaat u specifiek verbieden voor zover het uw bevoegdheid wordt na de komst van de Omgevingswet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Ellen Putman,
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Indiendatum: 6 dec. 2023
Antwoorddatum: 19 dec. 2023

Onder de Omgevingswet krijgen provincies en gemeenten meer vrijheid bij het opleggen van regels voor lozing van afvalwater. Bovendien verandert het principe ‘lozen is verboden, tenzij’ in ‘lozen mag, mits’. Hierdoor kan de waterkwaliteit extra onder druk komen te staan. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Uit uw beantwoording van onze vragen over de kwaliteit van het oppervlaktewater van 21 november blijkt dat de provincie in geen geval vergunningen verleent voor het lozen op oppervlaktewater. Verandert dit met de komst van de Omgevingswet? Zo ja, bent u voornemens om vergunningen te verlenen voor het lozen op oppervlaktewater?

Antwoord:
Nee, dit verandert niet met de komst van de Omgevingswet.


2. Indien ja, hebt u voor die vergunningen al criteria geformuleerd?

Antwoord:
Gelet op het antwoord onder vraag 1 is dit niet van toepassing.


In het artikel ‘Kwaliteit water extra onder druk door Omgevingswet’ van 24 november, uit de beleidsadviseur waterkwaliteit bij de Unie van Waterschappen haar zorgen. Wanneer decentrale overheden meer vrijheid krijgen bij het stellen van lozingsregels, wordt de kans groter dat het waterbelang nog verder ondersneeuwt, vreest Sandra Reynaers. ‘We zijn met name bezorgd over de indirecte lozingen, de lozingen op de riolering. Het gros van de industriële lozingen betreft een indirecte lozing. En dat zijn de lozingen waar gemeenten en provincies over gaan. Het verlenen van vergunningen en toezicht en handhaving hierop laten ze over aan omgevingsdiensten.’ Die zijn echter, volgens Reynaers, afhankelijk van bestuurders, die prioriteiten en het budget vaststellen. ‘Als water niet hoog op de politieke agenda staat, bestaat de kans dat omgevingsdiensten minder aandacht besteden aan toezicht op lozingen van afvalwater.’

3. Deelt u de zorgen van de beleidsadviseur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen neemt u om vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in te zetten voor het waterbelang?

Antwoord:
Ja, de wijze van prioriteren in het toezicht zoals geschetst door de beleidsadviseur is herkenbaar. Op dit moment wordt een eerste verkenning gedaan door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) naar actualisatie van de vergunningen voor indirecte lozingen. Naar aanleiding van en indien de resultaten daartoe aanleiding geven zullen passende vervolgstappen worden uitgezet.


Het risico van lozen mag mits, is dat de (decentrale) overheid specifiek moet benoemen wat niet mag. Dan kan een initiatiefnemer of een hele sector, een kleine wijziging in de te lozen stof aanbrengen waardoor de stof enigszins van samenstelling verandert, en dus toch geloosd mag worden.

4. Welke activiteiten gaat u specifiek verbieden voor zover het uw bevoegdheid wordt na de komst van de Omgevingswet?

Antwoord:
Gelet op het antwoord onder vraag 3 is dat op dit moment nog niet van toepassing.

Interessant voor jou

Technische vragen over Verordening kwaliteitskader uitvoering en handhaving Omgevingswet Noord-Brabant

Lees verder

Technische vragen over subsidieverlening aan Brabants Ontwikkelfonds Duurzame Energie (BODE)

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer